Zaterdag 31 januari

Onze laatste dag in Kampala. Lopend naar het centrum. Daar waan je je in een mierenhoop. Ongelooflijk wat een mensen. Soms schuifelen we voetje voor voetje verder. Het verkeer is verschrikkelijk druk. Wil je een brede, drukke straat oversteken dan begin je echt aan een avontuur. Veel tijd besteden we aan een grote “craft market”. Wie weet zien we dingen die we straks goed kunnen gebruiken bij ons vrijwiligerswerk. Morgen gaan we dan naar Kikwayi. Dit is een klein dorpje in het zuiden van Oeganda,  vlakbij en met uitzicht over het Victoriameer! Daar zullen we een week verblijven en een school bezoeken die om hulp gevraagd heeft. In het dorp zijn weinig of geen faciliteiten. Internetten zal niet mogelijk zijn. Een volgend bericht zal meer dan een week op zich laten wachten.

Vrijdag 30 januari

Laat op. Heerlijk relaxt “ontbijtlunchen” op het buitenterras onder het toeziend oog van een paar apen in de bomen naast het terras. De rest van de dag is gauw verteld. Tot in de avond druk met “computeren” om te mailen, verslag toe doen en foto’s door te sturen. En daarna tot in de late uurtjes leuke gesprekken met diverse personen in het hostel.

Donderdag 29 januari

Het besluit is gevallen. We blijven langer in Kampala om samen een paar dagen met Stephanie op te trekken.
We verhuizen naar het zelfde overnachtingsadres als zij. Sander zal ons erheen rijden. Maar voor het zover is hebben we nog een heel gesprek op de veranda. Sander geeft onderbouwd aan waarom hij geen fan is van projecten van grote organisaties. Dit geeft te weinig rendement voor de gewone man. 
Zij worden niet bereikt vanwege de taalbarrière. Bovendien hebben deze mensen weinig tijd.
Zij zijn voortdurend aan werk om het gezin in leven te kunnen houden. Kleinschalige projecten bereiken de gewone man beter. Maar ook hier zijn er hobbels. Er moet rekening gehouden worden met de eigen cultuur. Structureel geld genereen blijkt in veel gevallen een groot probleem.

Sander en Sara, boeiende en inspirerende mensen. Ons nieuwe onderkomen heeft een prachtig buitenterras waar wij een goed plekje vinden om de “administratie” bij te werken. Daarna is het de benenwagen in om de omgeving wat te verkennen.

We maken een praatje met een paar bouwvakkers. Ze metselen met grote blokken natuursteen een muur. Dagelijks werken ze tien uur en verdienen daar anderhalve euro mee.
Teruggekomen zijn Stephanie en haar studiegenote Lisa gearriveerd. Zij zijn inmiddels al een aantal keren in Kampala geweest en weten de weg. Dat betekent dat we die avond een heerlijk etentje hebben in een Indiaas resturant in het centum van Kampala. In het hostel bevindt zich een internationaal gezelschap. Dat levert leuke gesprekken op tot in de late uurtjes.

Dinsdag 27 en woensdag 28 januari

Voor Oegandagangers uit Maria Hoop is het vliegveld Düsseldorf aangelegd. Via een rustige autobaan sta je binnen een uur in de vertrekhal. Bij het inchecken krijgen we alle medewerking om onze lange benen niet in de knoop te hoeven leggen in de vliegtuigstoel. We  komen midden in de nacht aan in Entebbe. We worden opgehaald dus hoeven we ons geen zorgen te maken hoe we bij ons overnachtingsadres in Kampala komen,  ruim dertig km verderop.

Toch wel schrikken als we nergens iemand ontdekken met een bordje met onze naam. Hoe organiseer je een reisje naar Kampala in het holst van de nacht? Geld lijkt een eerste vereiste. Maar alle ATM-apparaten op het vliegveld slapen en geven dus niet thuis.Gelukkig is daar een bereidwillige jongen die de gesloten bank nog wel even voor ons wil openen zodat we over het nodige Oegandees geld kunnen beschikken.
Tienduizenden shillingen vliegen ons  om de oren. Het is geen situatie om het pak bankbiljetten na te tellen. Pas later ontdekken we dan ook dat de wisselingsmarge wel heel erg ruim genomen is. Leo besluit voor de zekerheid nog maar eens de hele ruimte af te lopen. En het wonder geschiedde. Daar staat nu bij de uitgang wel iemand met het bord “Leo Annyas from Holland”. De chauffeur wordt enthousiast begroet.

Op naar Kampala. De eerste indrukken van Oeganda, voor zover mogelijk in het donker, doet ons denken an een mix van Indonesië, Sri Lanka en Bangladesh. In Kampala staat ons een klein bed met een grote klamboe te wachten. Een paar uurtjes slapen. Het zijn de vreemde omgevingsgeluiden die het tot daartoe beperkt houden. ’s Middags wacht ons een “wegwijstocht” door Kampala met gids en chauffeur.

We rijden door de sloppenwijken. Verwende Nederlandse kindertjes moeten hier even een kijkje gaan nemen, zijn ze weer voor maanden genezen. We bezoeken een lokaal project waar men zich o.a. inzet kinderen aan het lezen te krijgen. Als men hoort van onze opdracht weet men meteen een voor ons  belangrijke naam te noemen. Ene Astrid, zij is bezig met het samenstellen van een boek over het werken met gehandicapte kinderen in Oeganda. 

Terug in het guesthouse maken we even kennis met Sander, beheerder van het guesthouse. We waren net begonnen aan een wandeling van een kwartier naar een hostel waar dochter Stephanie morgen voor een paar dagen bivakkeert. Het hostel ligt prachtig. Dit wordt voor ons waarschijnlijk verkassen. Teruglopen in het donker is met  de Oegandese wegen en verkeer een zaak van oppassen geblazen.

We hebben ons net genesteld op de veranda of we krijgen bezoek van Sara, de Oegandese vrouw  van Sander. Zij heeft tien jaar in Nederland gewoond en spreekt erg goed Nederlands. Er ontstaat een geanimeerd gesprek. De naam Astrid valt. En dan blijkt de bewuste Astrid onze buurvouw in het guesthouse te zijn. Zij schuift later bij het gesprek aan. Het wordt al gauw duideljk. We moeten kontakt  houden, want we kunnen vast wat voor elkaar betekenen. Dat geldt ook voor Sara. Naast het beheren van een guesthouse is zij een eigen basisschool begonnen,geschoeid  op zowel Oegandese als Nederlandse leest. Interessante zaken allemaal. Veel te snel  lopen we tegen de overgang naar de volgende dag aan.

Een compleet overzicht van foto’s is hier of hier te vinden.

Vrijwilligerswerk in Oeganda

27 januari a.s. vertrekken wij naar Oeganda waar we tot 5 april verblijven.
Het grootste deel van onze tijd wonen wij in Mukono, een stad ten westen van de hoofdstad Kampala. Daar staat een school voor doven, blinden en geestelijk gehandicapte kinderen. Lichamelijk en geestelijk gehandicapten hebben het niet eenvoudig in Oeganda, onder andere doordat het voor de familie en omgeving duidelijk is dat ze hun hele leven een financiële last zullen zijn. Op genoemde school draait een project waarbij de kinderen werkstukken maken die verkocht worden. Op deze wijze geeft de school de kinderen een vaardigheid waardoor zij zichzelf en hun familie van inkomen kunnen voorzien. Het project is noodlijdend mede doordat het niet erg professioneel opgezet is.
Momenteel zijn de kosten hoger dan de inkomsten. Aan ons de opdracht een handvaardigheidsprogramma op te zetten en uit te voeren, zodanig dat het project structureel winstgevend wordt.
Een echte uitdaging!