Niets doen is geen tijd verspillen,

…niets doen is tijd creëren

We weten dat de Jozefschool op Texel en basisschool De Bolleberg uit Maria Hoop ons volgen via de weblog. Maar ook vertegenwoordigers van andere scholen in Limburg, Friesland en Groningen doen dat. Daarom dit keer wat meer informatie, feitjes en wetenswaardigheden over het schoolgebeuren van de Bishop Westschool in Mukono.

- Grondgebied
Het grondgebied van de school is vele hectaren groot. Er ligt ook een groot voetbalveld naast de lokalen. Achter de leslokalen ligt land zo groot als een voetbalveld. Het gras is er hoog. Er grazen geiten van de leerkrachten. De meeste leerkrachten wonen op het terrein van de school in vrijstaande huizen. Aan de zijkant van het schoolterrein hebben veel leerkrachten een eigen tuin waar ze groenten verbouwen. Zo besparen ze op hun kosten voor levensonderhoud. Het salaris van een leerkracht is laag, 43 euro per maand (anderhalve euro per dag). Onderwijzers zijn moeilijk te krijgen. Het beroep is niet in aanzien omdat het slecht betaalt. Het zijn nu vooral kinderen uit arme gezinnen die onderwijzer worden.

- Lessen
De school begint om half negen. De ochtendpauze is van half tot 11 uur en de middagpauze van 1 tot 2 uur. De eindtijd is ’s middags om vier uur. Op het rooster staat aangegeven dat de lessen een uur duren. In de praktijk wordt er maar 40 minuten lesgegeven. Daar de groepen groot zijn gaat veel tijd op aan het uitdelen van schriften, het bijhouden van de presentielijst, enz. Daarom staat op het rooster een lestijd van een uur. In de praktijk betekent dit dat veel kinderen van elk uur twintig minuten zitten te niksen en te wachten.
Er wordt voornamelijk lesgegeven in vier hoofdvakken: Mathematics, Engels, Science en Sociale studies.

- Lokalen
De lokalen zijn iets groter dan in Nederland. Het is er vrij donker omdat er te weinig licht naar binnenkomt door de kleine ramen. Het dak is van ijzeren golfplaten. Wat de brandende zon op de golfplaten doet met het lokaal laat zich raden. Kletterende regenbuien veroorzaken zoveel herrie dat leerkracht en leerlingen elkaar niet meer kunnen verstaan.

- Groepen
We vertelden leerkrachten over basisschool De Bolleberg met in totaal 99 leerlingen. Alom verbazing. Hier is geen groep onder de vijftig leerlingen. Vertelden we al over  groep P5 met 72 leerlingen, dat is nog niet het record. Het record is in handen van P6 met 120 (!!!) leerlingen.

(Leerkrachten kijken elke dag de schriften na. We hebben de stapel schriften gezien van de leerkracht uit P6. Indrukwekkend.). Als je een uurtje na de begintijd langs de openstaande deuren van de hoogste groepen loopt, dan slaat de warmte je tegemoet en prikkelt een doordringende transpiratiegeur je neus.

- Schoolgeld
Ouders betalen ongeveer 16,5  euro schoolgeld per jaar. Daar komt nog de kosten bij van uniform, schooltas, pen en schriften. Totale kosten op jaarbasis is ongeveer 25 euro. Dat is 62.500 Ugandese shilling, heel veel geld voor Oegandese begrippen. Eten en drinken krijgen in de pauzes kan ook maar daar moet extra voor betaald worden.
De kosten van de internaatskinderen worden voor de helft betaald door een Italiaanse kloosterorganisatie en voor de helft door de ouders van de kinderen.

- Pauzes
Tijdens de pauzes zijn bij de ingang van de school een drietal verkopers van etenswaren te vinden. Leerlingen die wat centen van thuis hebben meegekregen kunnen zo iets lekkers kopen. Dit wekt wel de jaloezie van kinderen die geen geld meekrijgen, geeft de adjunct-directeur desgevraagd aan. Maar naar haar mening zit daar ook een andere kant aan. Kinderen gaan in hun vrije tijd nu karweitjes doen om wat centen te verdienen waardoor zij in staat zijn ook wat lekkers te kopen in de pauze. Een aantal ouders betaalt extra schoolgeld waardoor hun kind eten krijgt in de ochtend- en middagpauze. In de ochtendpauze is dit “porridge”, een waterige pap van maïsmeel aangelengd met water. ’s Middags is dit posho, weer maïsmeel met water, maar nu ingekookt tot een brei, met daarbij bruine bonen. En de volgende dag hetzelfde. En de dag erna weer hetzelfde. Altijd hetzelfde.
Kinderen staan er dagelijks een half uur voor in de rij.

De kinderen van het internaat, dus ook alle dove kinderen krijgen hetzelfde eten in de pauzes. De keuken ligt aan de andere kant van het voetbalveld. In de pauze zie je een stoet kinderen met een beker het voetbalveld oversteken, op weg naar de keuken. Met volle bekers komen ze terug om ergens een plekje te zoeken waar ze hun pap opdrinken. Voor de dove kinderen is die plek op hun bed of op de veranda buiten de slaapzaal. Tijdens de middagpauze dezelfde ceremonie maar nu zijn de bekers vervangen door borden en bestek.

- Financiën.
De regering betaalt het salaris van de leerkrachten. Daarnaast betaalt de overheid op jaarbasis nog 185 euro. Een andere inkomstenbron zijn de ouders. Zij betalen schoolgeld. Een klein deel van dit schoolgeld wordt doorgesluisd naar de kerk. Een deel van dit bedrag komt weer terug doordat de kerk soms boeken of andere materialen betaalt. In de praktijk betalen lang niet alle ouders schoolgeld. Vroeger mocht de school dan een kind de toegang tot de school weigeren. dat is nu niet meer het geval. Herhaaldelijk aandringen te betalen is wat rest.
De school steunt voor een deel op sponsoren. We gaven al het voorbeeld van de internaatskosten. De inrichting van het handvaardigheidslokaal m.n. naaimachines, waaronder een speciale machine voor het maken van schoenen, is beschikbaar gesteld door de plaatselijke Lionsclub. Een Australische organisatie heeft de Engelse boeken beschikbaar gesteld. Binnenkort zal een Deense organisatie het ter ziele gegane computergebeuren een oppepper geven. En dan is daar nog het Lejofonds om de dove kinderen wat meer spel- en levensvreugd te geven.

- Water
Water is een probleem.
Er is geen stromend water op school. Aan het eind van het schoolterrein, vijf minuten lopen van de leslokalen is een waterput. Dagelijks zijn twee klassen aan de beurt om water te halen. Dit gebeurt met jerrycans. Vaak zie je rond kwart over drie ’s middags de eerste  kinderen al naar de put lopen. Het water oppompen, in jerrycans doen en terugbrengen neemt veel tijd in beslag. Sommige kinderen wisten te vertellen dat dit soms wel tot zes uur ’s avonds duurde.
De keuken vraagt veel water. Dat geldt ook voor het internaat met name doordat kinderen zich moeten wassen. Bij de toiletten staat een tank met water en een tapkraantje. Kinderen kunnen hun handen wassen na toiletgebruik. De toiletten bestaan uit gaten in de grond. Daar komt geen water aan te pas, behalve bij het schoonmaken van de toiletten. Overdag is er geen water in de lokalen.

- Toezicht
Het schoolterrein is groot. Kinderen fladderen overal heen in de pauzes. Op elk veld, achter elk gebouw tref je kinderen aan. Kinderen, geen leerkrachten. Die zijn nergens te bekennen.
Dat zal me een rotzooitje geven. Nee dus. Allemaal brave kindertjes. En dat zonder toezicht.
Hoe krijg je dat voor elkaar? Het antwoord is eenvoudig: Straf. Ongenadig veel straf. En een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.

-Opmerkelijke zaken
+Leerkrachten die pas na een kwartier  na aanvangstijd met de les beginnen of een kwartier na het einde van de ochtendpauze naar de klas gaan. De leerlingen wachten wel.
+Kinderen die een potlood moeten slijpen worden met een scheermesje naar buiten gestuurd.
Ook het “knippen” van draden en garens gebeurt met een scheermesje.

-Wil je nog meer weten?
De directeur heeft te kennen gegeven graag in contact te komen met een Nederlandse school om via email ervaringen uit te wisselen. Roept u maar!

Meer foto’s zijn hier te vinden

Droom je in je eentje dan blijf je dromen,

…droom je samen dan zullen dromen werkelijkheid worden.

Klaarwakker staan we maandagmorgen op de stoep bij de directeur.
De directeur heeft drie kwartier uitgetrokken om onze plannen en dromen te vernemen.
Vooraf vertellen we hem nog eens welke opdracht we op ons genomen hebben op grond van zijn eigen informatie. Ook vragen we hem nog eens naar zijn verwachtingen t.o.v. ons. Het antwoord is kort en krachtig: “Kennis delen”.

Aandachtig leest de directeur vervolgens ons rapport. Zijn reactie is opmerkelijk.
Over de inhoud wordt namelijk niet gerept. Wel vertelt de directeur n.a.v. ons projectplan dat hij tot nu tevergeefs aansluiting heeft gezocht op het waternet van de naburige universiteit. Verder is het een droom voor hem, met behulp van de bisschop en oud-studenten, op het eeuwfeest van de school, volgend jaar, middelen te vergaren om een nieuw gebouw te realiseren, op de plaats waar nu slechts fundamenten zichtbaar zijn.

De beschikbare drie kwartier zijn daarmee ruimschoots voorbij. We hebben ook nog een vragenlijstje bij ons voor de directeur. Voor het beantwoorden daarvan en om verder te praten over ons projectplan maken we een nieuwe afspraak twee dagen later.
Maar dan blijkt de vogel gevlogen. Er is onverwacht overleg nodig met de bisschop over het eeuwfeest volgend jaar. De adjunct neemt, niet voor de eerste keer, de honneurs waar. Ons vragenlijstje wordt afgewerkt. En ons projectplan komt aan de orde. De adjunct gaat zich zichtbaar ongemakkelijk voelen. Zij heeft het plan gelezen. Er is geen overleg met de directeur geweest.

Toch geeft ze uiteindelijk dat ons plan organisatorisch niet past bij de organisatie van de school. Het is vanwege de armzalige organisatie van de school dat ons plan niet omarmd wordt, is de mening van onze plaatselijke contactpersoon. Daar hebben we vele voorbeelden van gezien, maar deze weblog is niet de plaats om dat te illustreren. Aan het eind van ons projectplan hebben we aangegeven dat de essentie van het plan misschien een blauwdruk kan zijn voor andere scholen. Onze contactpersoon is het daarmee eens. Einde Bishop Westverhaal???

Wat ons betreft niet. Het lot van de dove leerlingen gaat ons zeer ter harte.
Voor veel van deze kinderen is het onderwijs op de middag niet veel meer dan rondhangen. Hun huisvesting is abominabel. Een “pakhuis” vol bedden. Het stapelbed is hun enige zit- lig- en privé-plek.
Zij hebben geen enkel middel tot hun beschikking om zich te ontspannen en te vermaken na schooltijd en in het weekend. Ook dan is het rondhangen en dat leidt tot veel onnodige ruzietjes. En deze kinderen zijn al zo in het nadeel. Gehandicapt. Ouders die vaak niet naar ze omkijken en hen niet beschouwen als een “human being”.

Wij willen graag m.b.v. het Lejofonds (vastenactie Jozefschool Texel 2008) wat speel- en spelmateriaal aanschaffen en een map samenstellen waar het gebruik van elk spel klip en klaar in het Engels staat aangegeven Elk spel en elk materiaal willen we de komende tijd zelf demonstreren zodat er geen twijfel over kan bestaan hoe het materiaal ingezet kan worden.
Verder willen we kijken of we iets kunnen betekenen voor het weeshuis waar ons logeeradres gevestigd is.

Volgende week gaan we met de inspectrice van speciaal onderwijs en op haar verzoek naar een school voor blinden om te zien of we iets voor die kinderen kunnen betekenen. Daarnaast willen we contact zoeken met een echtpaar dat bezig is met een “geitenproject”. Voer voor de Jozefschool te Texel.

Het blijft allemaal fascinerend. Het blijft een droom hier te zijn. Op zoek naar mensen die samen met ons willen dromen.

Plannen en dromen

- Wie als kind een schooltuin heeft gehad of wie met kinderen in een schooltuin heeft gewerkt weet met hoeveel enthousiasme, plezier en liefde dat gebeurt.
- Wie huisdieren heeft, weet hoe gehecht je eraan kunt raken en hoeveel voldoening de omgang en de verzorging je kan geven.
- Heerlijk is het als je je stierlijk loopt te vervelen dat je een leuk idee krijgt aangereikt om je te vermaken.
- Als je vastloopt in een klus wat geeft het een warm gevoel als iemand je weer op weg helpt.
- Prachtig als je zelf iets mag en kunt doen en niet steeds afhankelijk bent van anderen.

Wat heeft dit te maken met de dove kinderen van de Bishop Westschool?
Dat kan veel zijn denken wij.

We zijn tot de conclusie gekomen dat het niet mogelijk is op deze school met handvaardigheid geld te verdienen door de verkoop van werkstukken. Er zijn bijvoorbeeld te veel jonge kinderen waarvan je niet mag verwachten dat zij een zodanige kwaliteit leveren dat werkstukken verkoopbaar zijn.
Met een andere opzet van de uitvoering van het programma wordt ook meer recht gedaan aan het kind.
Materialen voor handvaardigheid zijn duur. Het idee om geld te genereren willen we dus niet weggooien. Liefst nog wat meer geld aanboren om het schoolinternaat van de dove kinderen een wat menselijker aanzien te geven. Nu is het een pakhuis met bedden, op elk bed een metalen doos waarin alle bezittingen van betreffend kind zitten.

Hussel je alle bovenstaande ingrediënten door elkaar dan krijg je het volgende recept:
Op het uitgebreide terrein van de school wordt een schooltuin aangelegd. Direct naast de schooltuin verrijst een kippenhok met kippenren waarin (veel) kippen rondscharrelen. Naast de kippenren is een weide voor geiten.
En als we toch dromen betegelen we daarbij nog een stukje grond. We zetten er een paar bankjes neer. Van wat palen en gedroogd gras maken we een eenvoudige veranda. Zo creëren we een prachtig plekje voor openluchtlessen.

De inhoud van de lessen is gerelateerd aan de schooltuin. Maar ook geven we er ’s middags handvaardigheidslessen. We hebben een aantal technieken geselecteerd, zoals bijvoorbeeld weven, knopen en vlechten. Er is een opbouw, stap voor stap visueel verbeeld. Leerlingen stappen in op eigen niveau. Werken zo mogelijk in tweetallen volgens het tutorsysteem.
Ze werken zo minder leerkrachtafhankelijk en de leerkracht krijgt meer tijd voor een begeleidende rol. En als we willen en de dove kinderen ook dan bouwen het programma uit tot een zinvolle vrijetijdsbesteding in het weekend.

Dichtbij de schooltuin is een grote watertank gelegen die regenwater opvangt van het dak van een groot schoolgebouw. Tenminste als de dakgoot niet stuk is. Dus dakgoot repareren en er is genoeg water voor de tuin en de dieren.

Enne….kan dit alles geld opleveren? Jawel! Kippen leggen eieren en die zijn hier niet aan te slepen. Dus goed te verkopen. En dan zijn er nog de geiten die ook wel jonkies willen krijgen.
En de groenten van de schooltuin.
Dit recept hebben we in wat mooiere bewoordingen gevat en de naam projectplan gegeven.

Voor het gemak van de directeur hebben we het in het Engels vertaald. Hij mag nu zijn zegje erover doen. Kun je doof blijven voor een dergelijk plan?

7 t/m 13 februari: Time is not important 2.

1. Tot onze eigen verbazing gist het en borrelt het in onze koppies na een dagje Bishop Westschool. Dat proces gaat over tot broeden hoewel er nog geen ei gelegd is. Maar we voelen dat er een ei op komst is. Gewoon tijd geven

2. Het is voor ons weer even wennen om elke morgen op tijd op te staan om naar school te gaan.. Om half negen begint de school. Het is een half uurtje wandelen ernaar toe. Vandaag volgen we lessen in P5.
Achterin het overvolle lokaal is plaats voor ons ingeruimd. Het is donker in het lokaal. Aan de ene zijde zitten twee kleine vensters met luiken waarvan er twee dicht zijn. Aan de andere kant is een klein venster en een deur. De deur blijft altijd open.

De leerlingen zitten rustig op hun plaats, met zijn vieren of vijven op een houten bank. De leerkracht heeft weinig haast te beginnen. Het is kwart voor negen geweest als hij aanstalten maakt. Maar dan volgt een schijnbeweging. Hij gaat op Leo af en nodigt hem uit les te geven.
Die stapt naar voren en vertelt hoe wij ertoe gekomen zijn om naar Oeganda te gaan en wat we er komen doen. Daarna geeft hij het stokje weer over aan de leerkracht. Vandaag willen we lessen zien, niet lesgeven.

Tot negen uur druppelen er nog steeds leerlingen binnen die tot onze verbazing steeds weer een plekje weten te vinden. De leerkracht reageert totaal niet op de laatkomers. Uiteindelijk tellen wij 72 (!) leerlingen.
De leerkracht vertelt. Laat kinderen herhalen wat hij verteld heeft. Neemt alle tijd om een samenvatting op het bord te zetten. Staat dan een tijdje met zijn rug naar de klas. Dat zou in Nederland een waagstuk zijn, maar hier blijven de leerlingen rustig zitten en wachten af. De tekst van het bordschema wordt nog eens doorgenomen met de kinderen. Sommige gedeelten moeten hardop worden opgedreund.

Wanneer het bordschema compleet is, komen schriften tevoorschijn en moeten de kinderen het schema in hun schrift overnemen. Het is dan half tien. Het lijkt of de les daarmee voor de leerkracht afgelopen is. Hij gaat in een hoek zitten en bemoeit zich totaal niet met de klas.
Om kwart voor tien komt de leerkracht weer in actie. De presentielijst moet worden ingevuld en dat betekent hardop namen noemen en wachten op een reactie. Dit alles neemt een kwartier in beslag.

Het is tien uur. De vakleerkracht Engels die al geruime tijd in het lokaal verblijft mag nu met de Engelse les beginnen. Op het rooster staat half tien als aanvangstijd aangegeven. Het wordt een rumoerig halfuurtje tot de pauze. Het is warm geworden in het lokaal. De energie bij de leerlingen is op. Hun gedrag gaat nu steeds meer op Hollandse kinderen lijken.

3. We praten met veel mensen, en we zien veel. Thuis zetten we alles op een rijtje. Dat heeft tot gevolg dat er een ei gelegd wordt. Een prachtig ei. Vanaf nu heeft het verkrijgen van informatie als doel het ei te laten breken of uit te broeden.

4. Op een middag wonen we een ‘handicraftles’ voor alle dove kinderen van het speciaal onderwijs bij. Het is voor het eerst een buitenles, heerlijk onder de schaduw van een grote boom.
Ruim veertig kinderen nemen uiteindelijk plaats. Uiteindelijk, want intussen weten we dat het klinken van een schoolbel niet betekent dat onmiddellijk alle kinderen binnenstromen. Dat gaat druppelsgewijs en vraagt dus tijd.

Bij de veertig kinderen zitten 4 leerkrachten en een dove assistent-leerkracht. Vandaag gaan kinderen hun naam op een lapje stof borduren. Een van de leerkrachten begint stof in stukjes te knippen. Kinderen, andere leerkrachten en wij kijken toe. Met zijn allen kijken we een half uur hoe de leerkracht stukjes stof knipt. Met aandacht! Een ongelooflijke prestatie!

De leerkracht deelt vervolgens de lapjes stof uit. Ook wordt naald en garen uitgedeeld. De jongste meisjes worden overgeslagen. Zij zijn te jong en worden door de leerkrachten niet in staat geacht aan de opdracht te voldoen. Toekijken dus.
Zo ook een twintigtal jongens. Naar hen wordt door geen enkele leerkracht omgekeken, geen moment. En dus zoeken zij na een half uur hun eigen vertier, stoeien, plagen, treiteren. Het kan allemaal. We voelen ons steeds ongemakkelijker. Na een uurtje houden we het voor gezien.

Die middag komt de inspecteur van speciaal onderwijs bij ons thuis op bezoek.
Een mooie reden om op te stappen onder het voorwendsel dat we dit bezoek moeten voorbereiden. De schooltijd duurt nog een uur. Time is not important.
Denken deze kids daar ook zo over?

5. Spijbelen? Onze Hongaarse vriend Peter vertrekt binnenkort en geeft daarom een ‘big party’ in Kikwayi. Reden om de Bishop Westschool de school te laten en terug te gaan naar Kikwayi. Daar hebben we een fantastisch feest op een wonderschone locatie.
Peter heeft verschillende kleinschalige projecten gedaan.
Deze projecten bevorderen het uitbroeden van ons ei.
Daar willen we dus alles van weten. Peter op zijn beurt is zeer geïnteresseerd in ons ei. En dat betekent dat we met zijn allen de volgende dag de Bishop Westschool bezoeken om te zien waar ons kuiken het beste uit het ei kan komen. Het wordt een gebakken eitje.

6. We krijgen twee keer bezoek van mr. Livingstone, directeur van de organisatie ‘Pat the Child’. Deze organisatie heeft in eerste instantie een weeshuis opgericht maar houdt zich nu ook bezig met allerlei projecten die wezen en armen een betere toekomst moeten geven. Interessante gesprekken volgen. Het zijn gesprekken die ons ei oppoetsen. Er zit nog steeds geen barst in.

7. Het bezoek van de inspecteur is voor ons een testcase. Is het ei rot of komt er een levensvatbaar kuiken uit. Dat laatste blijkt nog altijd tot de mogelijkheden te behoren. Maar de inspecteur heeft zelf ook een ei. Ze wil ons graag meenemen naar een blindenschool wat verder weg. Dat gaat op 25 februari gebeuren.

8. Herma wil graag iets meer weten van het creatieve programma in de jongste groepen van de school. Zij benadert hiervoor de adjunct-directrice. Die is enige tijd weg. Vervolgens komt ze weer terug en vertelt dat er een tekenles op punt van beginnen staat in groep 2. Daar moet Herma volgens haar bij zijn. Op naar groep 2.
Bij binnenkomst vindt er een overval plaats. Herma moet lesgeven. Er zitten ruim vijftig kinderen in de klas. Herma heeft de beschikking over 12 kwastjes, 12 wascostiften en wat papier. Herma vraagt meer materiaal en de groepsleerkracht gaat op zoek. Dat duurt en duurt. Geduld is een schone zaak. En dat weten ze hier. Als het tot lesgeven komt roept dit enthousiasme bij de leerlingen. Zij luiden Herma uit met handgeklap.
Ook deze ervaring kunnen we gebruiken bij ons ei wat niet verwerkt mag worden tot een scrambled egg.

9. Weekend. We kunnen verder broeden. Maandag hebben we een gesprek met de headmaster. Het ei is dan gelegd en we willen van hem graag horen of het een koekoeksjong is of een veelbelovend schepsel
Daarover volgende keer meer.

6 februari: Welkom op de Bishop West School.

Om negen uur melden we ons bij de directeur van de school. We worden allerplezierigst ontvangen.
Op een gegeven moment worden de honneurs waargenomen door de adjunct. De directeur moet naar een overleg met de bisschop. Met de adjunct maken een rondje langs de school. Eerst gaan we naar de afdeling speciaal onderwijs. Daar zijn drie groepen met dove kinderen gehuisvest.

Het hoofd van de afdeling introduceert ons bij de kinderen. We worden met geklap ontvangen. Het is gewoonte dat de dove kinderen zelf een naam geven aan een nieuwe leerkracht om deze zo van de anderen te kunnen onderscheiden. Aan de kinderen wordt gevraagd ons een naam te geven. Herma blijkt voor Oegandezen een moeilijke naam te zijn. Het hoofd besluit dat wij dan ook ‘de Leo’s’ heten. De kinderen bekijken ons goed.

Bij Herma hebben zij rimpels in het gezicht ontdekt. Dit is voor hun een belangrijk kenmerk. Herma wordt als volgt aangeduid: Met duim horizontaal en wijsvinger omhoog (de letter L) en vervolgens met twee vingers over de rimpels strijken aan één kant van het gezicht. Voor Leo is dat uiteraard ook duim en wijsvinger en vervolgens met twee vingers over de kin strijken.

Bij de afdeling speciaal onderwijs zien we ook het handvaardigheidslokaal, een belangrijk domein voor Herma.
In alle klassen in de primary school wordt verteld dat we uit Nederland komen. Voor de aha-erlebnis wordt het woord football genoemd. Veel instemming. De naam van Basten valt een aantal keren.

Na deze introductie zijn voor een groot deel van de morgen in gesprek met de adjunct. Aan het eind van de ochtend gaan we met het curriculum van de school en informatiestukken naar een aparte ruimte. Tussen de middag krijgen we onverwacht een heerlijke lunch voorgeschoteld. Ook ’s middags bestuderen we de stukken. Om half vier houden we het voor gezien.

Maandag volgt een klassenbezoek. Ook willen we eerst meer over de school en het onderwijssysteem te eten komen alvorens verdere stappen te nemen.
Charles komt ’s avonds nog even op bezoek om onze eerste indrukken te vernemen.

5 februari: Naar Mukono

We vertrekken uit Kikwayi en gaan op weg naar Mukono.
Daar staat Charles ons op te wachten om ons te begeleiden naar ons guesthouse.
Het blijkt dat wij een schitterend gelegen huis geheel voor onszelf hebben.
Het staat ons gratis tot beschikking. Bofkonten!
Met Charles wandelen we naar de school. En dat neemt toch wel drie kwartiertjes in beslag. De school is gesloten, maar de adjunct-directie is aanwezig. De kennismaking is zeer plezierig. We spreken af dat we de volgende dag om 9 uur acte de presence geven.
Charles maakt ons nog wat wegwijs in het stadje. Dat sluiten we af met een etentje.