Bezoekjes brengen, bezocht worden en besuikerd zijn

Niet op vakantie gegaan. Vrije dagen dus. Mooi niet. Onvoorstelbaar hoe snel onze agenda weer volgelopen is.

Christine, onze favoriete internetcafébazin en vriendin heeft ons al eens meegenomen naar een dansfeest en wil ons graag voorstellen aan haar familie in Kampala. In het weekend dus een dagje Kampala gedaan. Christine is gek met ons. Over ruim een week zal zij zorgen voor vervoer naar het vliegveld 60 km verderop. Daarvoor wil ze nog langskomen om ons Oegandese souvenirs mee te geven.

Christoph, directeur van Besanyan Childrens Home, waar wij verblijven in een guesthouse, komt buurten en nodigt ons uit te komen kijken naar het ploegen van het land. Het ploegen dat bekostigd is door het Lejofonds.

Verder lijkt het hem wel interessant voor ons het dorpsschooltje te bezoeken waar zijn schoonmoeder lesgeeft. En daarin blijkt hij groot gelijk te hebben. Dinsdag gaan we op stap om de laatste vijf melkgeiten te halen. De meegekomen veearts keurt er maar drie goed. En dat betekent verderop in de week nog een bezoekje aan een ander adresje om de laatste twee melkgeiten aan te schaffen.

’s Avonds krijgen we bezoek van mister Livingstone, vice chairman van het Mukonodistrict en Charles, onze lokale contactpersoon, vergezeld van twee Canadese vrijwilligers. De laatste twee blijven een nachtje slapen. Vrijwilligers weten ons te vinden. Al eerder hadden we twee keer Nederlandse vrijwilligers te slapen en een keertje twee Hongaarse.

Mr. Livingstone maakt met Herma voor de donderdag een afspraak om 9 uur ’s ochtends.
We zullen afgehaald worden van huis. Om negen uur staan we keurig op tijd te wachten. Hoe het programma er uitziet is niet geheel duidelijk. Dat zal dus een verrassende dag worden.
Om 11 uur staan we nog te wachten. Time is not important… Maar dit wordt ons te gek. Onder veel verontschuldigingen en onder het mom van onverwacht bezoek vanuit het ministerie laat Livingstone weten ons binnen vijf minuten op te halen. Wij weten inmiddels dat er een verschil bestaat tussen Oegandese en Hollandse minuten.

Eenmaal in de auto vertelt Livingstone dat hij nog even moet spreken op een meeting. De chauffeur zal ons naar zijn huis brengen waar we door zijn vrouw zullen worden ontvangen. We ontmoeten er wat dames die zich bezighouden met ‘handicrafts.’ Daarna zullen we een meeting bezoeken met als thema gezondheid. Wij geven aan dat wij tot uiterlijk drie uur de tijd hebben. Om drie uur hebben we een afspraak om de laatste twee geiten te kopen.

We worden hartelijk ontvangen door mevrouw Livingstone en zoals we al vaker hebben meegemaakt worden we onmiddellijk aan het doorbladeren van de trouwalbums gezet.
Inmiddels verzorgt mevrouw Livingstone een lunch wat later volgens haar een theepauze is. Voor het huis hebben zich onder de schaduw van een boom een aantal vrouwen neergezet die bezig zijn met het maken van kralenkettingen. Als ze de nodige aandacht van ons gehad hebben zijn ze daarna zomaar verdwenen.

Bij de buren hebben we gezien dat ze bezig zijn met het zelf maken van bakstenen. dat willen we wel even van dichtbij bezien. Kleigrond uit de tuin geschept wordt vermengd met water en met de blote voeten gewalst. Daarna wordt een homp klei verzameld en dit letterlijk in een houten vorm gekwakt. De klei wordt gladgestreken en daarna uit de vorm geschud en op de grond gezet. Interessant allemaal.

De komst van mr. Livingstone ontgaat ons daardoor in eerste instantie. Het is de hoogste tijd op op pad te gaan. Met vrij grote snelheid brengt de chauffeur ons naar Lugazi, een stadje twintig minuten rijden verderop. Daar gaan we een hotel binnen.
In een grote zaal is een vergadering aan de gang voor zakenmensen. Deze zal gevolgd worden door een bijeenkomst voor gehandicapte mensen. Om die laatste bijeenkomst gaat het hebben wij inmiddels begrepen. De vergadering loopt uit. Mister Livingstone loopt het podium op en gebaart ons hem te volgen. Er worden haastig stoelen aangesleept en wij kunnen achter de bestuurstafel plaatsnemen.

Mr. Livingstone krijgt al snel het woord. Ten overstaan van het publiek worden wij door hem welkom geheten en geïntroduceerd. Applaus volgt. Na zijn toespraak is is de vergadering gauw voorbij. De zaal stroomt leeg om zich vervolgens te vullen met gehandicapte mensen. Als mr. Livingstone het woord neemt, krijgen wij een tolk toegewezen. Livingstone vertelt van onze bezigheden in Oeganda en zet ons vervolgens neer als deskundigen op het gebied van ‘handicrafts.’ Wij kunnen onze kennis met de aanwezigen delen, maar vandaag hebben wij geen tijd vanwege andere verplichtingen. Misschien zijn wij bereid op een ander moment van gedachten te wisselen over de mogelijkheden voor gehandicapten zinvol bezig te zijn ‘handicrafts’ en zo ook wat inkomsten te genereren. Vervolgens nodigt mr. Livingstone, heel tactisch, ons uit het woord te nemen.

Dat vertrouwt Herma Leo wel toe. We kunnen niet meer terug. En dat betekent dat we volgende week terugkomen om met de mensen van gedachten te wisselen. Buitengekomen verheft Leo zijn wijsvinger naar een voldane mr. Livingstone: Je hebt ons besuikerd!

Mr. Livingstone wil de volgende dag met ons een bezoek brengen aan de vice-president van Oeganda. Dat laat onze agenda niet toe. Morgen komt dochter Stephanie op bezoek.

Snel terug naar Mukono. Met veearts en directeur van de Good Samaritan gaan we naar een adres waar men de twee nog ontbrekende geiten heeft. De veearts keurt de geiten goed en de aankoop wordt geregeld.

Zaterdagavond geeft de veearts een training in het houden van geiten aan de directeuren, Daar willen we graag bij zijn en daar gaat men mee akkoord. Diezelfde dag zijn we ’s middags uitgenodigd voor een bruiloft. ’s Morgens vroeg zal de veearts de geiten oormerken.

Zondag gaan we naar Kampala om Steve, onze buurjongen te bezoeken. Steve is een goede goalkeeper en is “weggekocht” door een school in Kampala. In het begin van ons verblijf heeft Steve ons een rondleiding op het terrein van het Chileens Home gegeven. Daarbij kwam het gesprek ook op voetbal en op Ajax. Op de een of andere manier heeft Steve het beeld gekregen dat Leo voetballer bij Ajax is geweest. Een headmaster en een voetballer bij Ajax ontmoeten. Het is bijna teveel om te bevatten voor Steve.

Maandag zijn we de hele dag op de Good Samaritanschool om handvaardigheidslessen te geven. Dinsdag neemt de adjunct-directrice van de bisschop Westschool ons mee naar haar geboortedorp. Woensdag hebben we ’s ochtends de vergadering over ‘handicrafts.’ ’s Middags zijn we uitgenodigd op de Good Samaritanschool. Daar wil men op feestelijke wijze afscheid van ons nemen. Vrijdag zullen we lessen volgen in de “sign language”, lessen die ouders van dove kinderen krijgen. En zaterdag zitten we weer in het vliegtuig.

Tussendoor brengen we bezoekjes aan Batu op het internaat van de dovenschool en doen spelletjes met de kinderen. Een spelletjesmap is bijna afgerond. Ook proberen we nog steeds met behulp van een leerkracht schommels voor de school te regelen. Dat schiet nog niet erg op. Maar wie weet, we zitten nog niet in het vliegtuig

Verder vakantie vieren doen we thuis wel.

Drie dagen vakantie. Doel is een bezoek te brengen aan het Murchison Falls National Park in het noorden van Oeganda, ongeveer 80 km van de stad Masindi. Luwero ligt op de route, op een uurtje rijden van de hoofdstad Kampala. Daar bezoeken we het kantoor van Plan waar dochter Stephanie en een studiegenote stage lopen voor hun studie pedagogiek.

Mummy en daddy worden hartelijk ontvangen door de lokale Planmedewerkers. Na het bezoek is het op naar Masindi. Na een half uurtje rijden worden we uit het taxibusje gehaald. We moeten om onverklaarbare redenen wachten op een grote bus. Die komt na lang wachten. Men gunt ons waarschijnlijk een sightseeing door het noorden van Oeganda.
We krijgen een ritje van vijf uur voorgeschoteld, deels over onverharde wegen terwijl we gerekend hadden op een uurtje of anderhalf.

In Masindi vinden we een aardig hotel waar we de tocht naar Murchison Falls kunnen regelen. En dat is vroeg op. Kwart voor zes staat de chauffeur van een luxe auto op ons te wachten. Vertrekken in het donker.

Bij zonsopgang zien we ontzettend veel arenden opvliegen als we aan komen rijden. Ook steken geregeld wilde zwijnen de weg over, terwijl apen vanuit de bomen toekijken. Aangekomen in het park gaan we allereerst voor een zogenaamde game drive. Wild spotten. Tsja, maar we zijn al eens in het Etoshapark geweest in Namibië, Fantastisch, de hoeveelheid zebra’s, giraffen, olifanten en andere soorten dieren die je daar ziet. Nu wanen we ons meer in de Beekse Bergen.
Maar ’s middags staat nog een boottocht van drie en een half uur op het programma. Dan zullen we vele neushoorns en krokodillen zien. Die zien we ook. Maar vaak in de verte.

Te ver om mooie plaatjes te schieten. En dan wordt drie en een half uur varen wel erg lang.
De terugtocht naar Masindi duurt wat langer dan de heenweg. Reden een lekke band. De chauffeur heeft wat moeite met het verwisselen van de band. De reserveband blijkt een stuk kleiner te zijn. Tot onze verbazing krijgt de chauffeur hem er wel onder.

Voor ons gevoel moet de auto nu gaan waggelen. Het rijden is ineens niet meer zo prettig. Daarbij komt dat het inmiddels donker is geworden en uit het duister plotseling voetgangers en allerlei onverlichte vehikels voor de auto opdoemen.
In het hotel ontdekken we van elkaar dat we eigenlijk niet meer zo nodig een aantal dagen te reizen door de zuidwesthoek van Oeganda. We hebben inmiddels besloten volgend jaar terug te komen. Dat reizen kan dan ook nog wel. Nu hebben we liever wat meer tijd om alles af te ronden.

De volgende dag hebben we een snelbus die ons in drie uurtjes naar Kampala brengt. Daar brengen we een bezoek aan de dovenschool. Het verhaal van de tante van Judith over het op de grond moeten slapen zit ons niet lekker. Een aantal telefoontjes heeft ons niet veel wijzer gemaakt. Onverwacht vallen we het internaat binnen, gaan op zoek naar Judith en vragen haar haar slaapplaats te laten zien. Het bed staat netjes opgemaakt op dezelfde plaats als de vorige keer. “Auntie” heeft gelogen”, zegt de zaalwacht. Wij zijn blij dat alles in orde is en melden dat ook nog even aan de non bij de administratie. In de diverse telefoontjes heeft Leo gedreigd maatregelen te nemen als zaken niet in orde blijken te zijn. De zuster is vriendelijk en geeft ons groot gelijk dat we langs komen om poolshoogte te nemen. Maar wat ons vooral tot tevredenheid stemt is dat wij een stralende Judith hebben gezien omringd door twee vriendinnen van haar vorige school.

Terug in Mukono gaan we naar de Bishop Westschool. We willen nu ook weten hoe het met Batu is. Wanneer hij ons ziet, komt hij op ons afgerend. Zijn stralende ogen zeggen ons genoeg. Ook hij heeft zijn plekje gevonden.

Koekoeksnest in Kampala en muggenziften in Mukono.

Zondag 15 maart. Leo rookt drie jaar niet meer. In die periode zijn zijn longen waarschijnlijk behoorlijk geschoond. Maar dat is na enkele bezoeken aan Kampala en niet te vergeten het verblijf in Mukono weer behoorlijk zo niet helemaal tenietgedaan. Wat produceert het drukke verkeer smerige uitlaatgassen. Soms hele wolken roetzwarte rotzooi.

Vanmiddag winkelen we in Mukono om de benodigde spullen voor de twee dove kinderen die naar het internaat gaan bij elkaar te vergaren. De meeste shops of wat daar voor doorgaat liggen aan een drukke doorgaande weg. Hele stukken loop je op de rijbaan, aan de kant, tegen de rijrichting in, om het verkeer te zien aankomen want anders wordt het helemaal gevaarlijk. En dat betekent dat je flink in de uitlaatgassen wordt gezet.

Voor het winkelen hebben we een lijst met schoolbenodigdheden van beide internaatsscholen. Pennen, schriften, papier, verschillende soorten zeep, zelfs een muskietennet blijken allemaal bij de plaatselijke supermarkt te verkrijgen. Maar de aanschaf van een nachtjapon voor een meisje van tien blijkt al wat problematischer. Bij Batu, de jongen staat een matras op het lijstje, bij Judith niet. Na het winkelen brengen we de spullen van Batu alvast naar het internaat van de Bisshop Westschool.

Als de dove kinderen Leo met een matras zien aankomen weten ze niet hoe snel ze bij hem moeten komen. Een leerling pakt de matras, zet hem op zijn hoofd en zo gaat men in triomftocht naar de slaapzaal. Inmiddels wordt Leo d.m.v. gebaren gevraagd of hij het is die op de matras komt te slapen. En dat wordt niet ontkend.

In de slaapzaal is nog een wiebelend houten stapelbed vrij. Het matras blijkt te groot voor het bed. Er zijn ook ijzeren stapelbedden waar het matras wel op past, maar die zijn allemaal bezet. Grootmoedig staat een jongen zijn stapelbed af. Het matras wordt op het bovenste stapelbed gelegd en tot dolle pret van de kinderen gaat Leo op het bed liggen.

Dan halen we een muskietennet en een rol touw tevoorschijn. Het touw wordt over de hanenbalken geslagen en zo is er letterlijk een aanknopingspunt voor het muskietennet. Dit willen andere kinderen ook wel. Er is touw genoeg. En handige jongens zijn er ook. Dus al gauw is men bezig met het spannen van de nodige touwen. Batu komt in een gespreid bedje dinsdag.

Maar eerst brengen we maandag Judith weg. En daar blijken we een hele dag mee zoet te zijn. Via de Good Samaritanschool is vervoer geregeld. We staan rond kwart over acht bij Judith en haar tante op de stoep. Judith is buiten kleren aan het wassen. Haar tante geeft niet thuis, maar na enig aandringen van familieleden roept tante dat ze nog niet klaar is. Er wordt een bankje opgehaald waar wij kunnen gaan zitten en wachten.

Als we uiteindelijk in de auto stappen, drukt een familielid Judith nog vlug wat geldstukken in de hand. Er volgen wat schuchtere zwaaitjes naar achterblijvende familieleden en buurtgenoten. Als het raampje van de auto dichtgaat druppen een paar tranen uit Judiths ooghoeken. Tante geeft aan dat Judith ‘haar periode’ heeft en dat betekent dat we in Mukono bij de plaatselijke supermarkt het nodige maandverband halen.

De school heeft uitdrukkelijk aangegeven dat Judith eerst voor een medisch rapport naar het ziekenhuis moet, voordat zij op school toegelaten kan worden. Op naar het ziekenhuis in Kampala, een groot ziekenhuis. Het is er erg druk. We worden verwezen naar een overvolle wachtkamer van de kinderafdeling. En dan zien we opeens de film ‘One flew over the cuckoo’s nest’ met daarin de grote doofstomme Chief Broom voor onze ogen afgedraaid worden. Chief Broom, maar dan de vrouwelijke variant. En ook nog gekloond, want we zien er meerderen. Daar steken de meeste mensen ielig bij af.

Misschien door “het muzungu-effect” hoeven we niet te wachten tot de overvolle wachtkamer leeggelopen is. In de spreekkamer wacht ons een verrassing. Een vrouwelijke Chief in het kwadraat, wijdbeens zittend op een stoel, met een vervaarlijke stem informatie vragend en gebiedend naar Judith wijzend om vervolgens haar eens stevig aan de oren te trekken. Dit blijkt voldoende te zijn om een formulier in te vullen en ons te verwijzen naar een andere afdeling.
Daar weten we door te dringen tot een kleine wachtkamer, echter niet voor lang.

We worden terugverwezen naar een grote wachtkamer. Maar men heeft ons opgemerkt. Een oproep volgt redelijk snel. Na bestudering van de papieren en een toelichting van onze kant wordt er weer een verhaal op papier gezet en worden we verder doorverwezen. Uiteindelijk geeft men ons te verstaan dat het vandaag te druk is om Judith te onderzoeken in welke mate ze doof is. Een week later terugkomen is het devies.

Op naar school. We hebben met zuster Birgit de afspraak gemaakt dat Judith vandaag zou komen. Zuster Birgit zal aanwezig zijn om haar en haar tante te ontvangen. Dus niet. Kantoor gesloten. Niemand aanwezig. Na een telefoontje geeft zuster Birgit doodleuk aan dat ze buiten de stad is. De toekomstige klassenleerkracht moet haar maar vervangen. Die wordt opgetrommeld. Zo uit de les geplukt waarschijnlijk. De leerkracht vraagt alle meegebrachte spullen uit te stallen zodat ze kan checken of alle vereiste benodigdheden aanwezig zijn.

Materialen en personen passen niet allemaal in het hok dat de naam kantoor draagt. Zo goed en zo kwaad wordt alles nagegaan. Een deodorantstick staat niet op de lijst en komt niet door de controle. Wanneer we uitleg vragen wordt aangegeven dat sommige kinderen daar allergisch voor zijn. Een spuitbus muggendoder staat wel op de lijst en wordt dus geaccepteerd. Na onze uitleg over het uitgestelde onderzoek in het ziekenhuis is het tijd om naar het internaat te gaan. Daar blijkt al een bed vrijgemaakt te zijn voor Judith.

Een matras ontbreekt en we worden wel geacht die bij ons te hebben. Wij geven aan dat een matras niet op de lijst vermeld staat. Maar dan krijgen we te horen dat het voor elke ouder en familie zo vanzelfsprekend is dat een matras meegenomen moet worden dat dit niet meer op de lijst vermeld hoeft te worden. Dus even snel naar de winkel om een matras te kopen. Teruggekomen wordt het bed opgemaakt en alle spulletjes in een metalen bak gelegd.

Tijd om afscheid te nemen. Dat blijkt te snel. Er wordt ons te verstaan gegeven dat er nog een kilo suiker ontbreekt. Staat ook niet op de lijst. Een uitleg hoeven we niet, naar de winkel willen we niet, dus geven we geld om 1 kilo suiker te kopen. Nu staat niets meer een afscheid in de weg. Dit blijft ook hier weer beperkt tot wat zwaaitjes. Toch menen we ook nu weer een tranenglinstering in Judiths ogen te bespeuren.

Tot onze grote verbazing horen we op de terugweg van tante dat zij op het internaat gehoord heeft tijdens ons winkeltochtje voor een matras, dat de hele bedopmakerij maar poppenkast is. Er is, ondanks toezeggingen, geen bed voor Judith vrij. En dat houdt in dat zij ergens op de grond moet slapen. Dat kan niet. Dat betekent een pittig telefoongesprek met zuster Birgit vanavond. Die heeft dit waarschijnlijk voelen aankomen. Ze geeft niet thuis.

Dinsdagochtend zijn we op tijd bij de Bishop Westschool. Op de slaapzaal maken we het bed op van Batu. De ‘metal box’ met daarin een aantal gekochte spulletjes leggen we op zijn bed. Aan het hoofdeinde komt een knuffel met een paar papieren bloemen. We zien de directeur rondlopen en seinen hem nog maar even in dat hij zo een paar gasten kan verwachten. Tegelijkertijd onderhandelen we met succes over het schoolgeld van de eerste periode. Die is al bijna voor de helft verstreken en wij willen, tegen de gewoonte in, niet het volle pond betalen.

Batu is er nog niet, dus maken van de gelegenheid gebruik om nog even naar de vertegenwoordigers van het Lilianefonds te gaan. De vraag is of zij weten of er nog meer dove kinderen in het gebied waar het geitenproject loopt, niet naar school gaan. Tot onze verbazing zien we daar de moeder van Batu zitten met haar jongste kind. Via de vertegenwoordigers van het Lilianefonds laat ze ons weten dat haar man met Batu onderweg is. Hoe is ze hier gekomen met haar kind vragen we. Lopend is het antwoord. Wij denken dat de medewerkster van het Lilianefonds zich van de humoristische kant wil laten zien en lachen dan ook om de geplaatste grap.

Leo ziet op gegeven moment Batu met zijn vader aankomen. Batu in een schitterend nieuw shirt en broek gestoken. Leo loodst hen naar de headmaster. Moeder en Herma voegen zich bij het gezelschap. Herma vraagt of de headmaster nog eens duidelijk wil maken dat wij voor het eerste jaar betalen maar dat daarna het gezin met behulp van het geitenproject zelf voor de kosten opdraaien. De headmaster laat zich van zijn beste kant zien en houdt een gloedvol betoog in het Oegandees. Hij heeft, zo vertelt hij ons, de vader nog een aantal suggesties gegeven hoe aan geld te komen buiten het geitenproject om.

Hierna gaan we naar Henriette, hoofd van de dovenschool. We passen met zijn allen net in haar kantoortje dat vanwege de ruimte en de rotzooi beter een hok genoemd kan worden. Henriette kijkt en loert. Het is net alsof een leeuw haar prooi beloert en wacht op een geschikt moment om aan te vallen. En de aanval komt. Aan haar lichaamstaal te merken. Zij vertelt ons daarna in het Engels dat zij de ouders op hun verantwoordelijkheid heeft gewezen t.o.v. hun kind. Ze heeft te vaak meegemaakt dat het kind op school gedumpt wordt en daar wil ze verschoond van blijven. Henriette wil vervolgens controleren of alle benodigde materialen wel meegekomen zijn.

De manier waarop dat gaat is bruut. Ouders hebben keurig netjes aangeschafte spullen in een koffer gepakt. Henriette vraagt of w.c. papier is meegekomen. De ouders graven in de koffer en halen vier rollen tevoorschijn, en overhandigen dit netjes. Vervolgens worden drie rollen in een hoek gekwakt en 1 rol teruggegooid in de koffer. En zo gaat dat verschillende keren.

Sommige spulletjes op de lijst van Henriette hebben wij aangeschaft en in de ‘metal box’ gelegd, die nu op de slaapaal staat. Of die spulletjes maar even willen ophalen. Of het niet mogelijk is dat mevrouw straks even met ons meegaat is onze tegenreactie. Een paar dingen hebben we niet, zoals drie kilo suiker. Wij hebben bij de aanschaf gewerkt volgens een lijst van de school. Henriette laat fijntjes weten dat zij een eigen lijst hanteert.

Als zij ons een paar keer inwrijft dat dingen ontbreken wordt Leo pissig en vertelt haar onomwonden dat de fout bij de school ligt. Ze bindt in. Maar kan toch niet nalaten bij het zien van passer en gradenboog die de ouders hebben aangeschaft op te merken dat dit overbodig is en de ouders voor onnodige kosten heeft gesteld. Geef maar hier is Leo’s reactie, ik koop het over van de ouders.

Uniformen moeten worden betaald. Ze moeten gemerkt worden, zo ook alle andere materialen en kleren. Henriette krast met een scherp voorwerp de naam van Batu in alles wat van plastic en metaal is. Op verpakkingen wordt de naam met een balpen geschreven. Op alle kleren, lakens, enz. moet de naam geborduurd worden. Herma wil dat wel doen, maar vraagt of een voornaam niet voldoende is. Dat blijkt niet het geval. Voornaam en achternaam moeten voluit.

Later ontdekken we dat bij iedereen de voornaam staat aangegeven en de eerste letter van de achternaam. Op welke plaats moet de naam komen op de kleding.? Ook hier heeft Henriette haar eigen ideeën over. De extra sleutels van de ‘metal box’ waarin de eigen spullen van Batu liggen, moeten ingeleverd worden. Ze worden in een pot gegooid vol met andere sleutels. Moet er geen naamkaartje aan gehangen worden?, is onze vraag. Dat is niet nodig. Als een reservesleutel nodig is dan proberen we gewoon alle sleutels uit de pot. Op een gegeven moment komt dan de juiste sleutel wel tevoorschijn. (Er zitten 68 kinderen op het internaat) Ter plekke moet Batu de uniformen passen en aanhouden. Zijn schitterende kleren die zijn ouders aangeschaft hebben kunnen ze weer mee naar huis nemen.

We ervaren het als een bevrijding als we de verstikkende atmosfeer in het hok kunnen ontvluchten. Maar nu komt nog de inspectie op de slaapzaal. Het mooi opgemaakte bed met knuffel en bloemen wordt genegeerd. De inhoud van de koffer wordt geplunderd. Nog eens wordt benadrukt dat lakens, deken, enz. van naam moeten worden voorzien. Ontbrekende materialen nemen we op ons zullen we diezelfde dag aanschaffen.

Het afscheid is weer opmerkelijk. Henriette heeft hierin ook de regie. Batu moet naar de klas gaan naast haar hok. De ouders doen een zwaaitje en that’s it. Wij nemen afscheid van de ouders. En dan blijkt ons dat moeder inderdaad met haar jongste kind in de armen twee uur is komen lopen naar school en nu dus weer twee uur lopen terug moet. Dat is ons te gortig. We zorgen voor vervoer.

Vervolgens kijken we hoe het Batu vergaat. Hij staat eenzaam tegen een muurtje tussen Henriettes hok en klaslokaal geplakt. Op een gegeven moment zien we Henriette het klaslokaal uitkomen en zich zonder maar een moment te bekommeren om Batu in haar hok verdwijnen.

We draaien ons maar om en gaan de ontbrekende zaken kopen in de stad. Bij terugkomst komt Batu op ons afgerend. We zijn voor even een houvast voor hem. Gelukkig merken we dat de andere dove kinderen aandacht voor hem hebben.

Onze taak om twee dove, niet schoolgaande kinderen naar school te laten gaan, zit erop.

We trakteren onszelf op een korte vakantie. Morgen gaan we naar het noorden, naar het nationaal park Murchison Falls. Dat wordt een ontmoeting met loslopend wild in de natuur.

Bekijk de rest van de foto’s hier.

Het eerste gemekker is er al!

Zaterdagochtend 6 uur op. We gaan vroeg op stap met directeur Fred, de veearts en de eigenaar van een geitenboerderij. De reis gaat naar een geitenboerderij in de omgeving van  Luwero, een ritje van ongeveer 100 kilometer.
Doel: de eerste aanschaf van vlees- en melkgeiten en een bok. Luwero ligt ten noorden van Kampala. Om Kampala te mijden gaan we binnendoor en dat betekent grotendeels rijden over stoffige, rode zandwegen met de onvermijdelijke hobbels en kuilen.

Na Luwero moeten we diep het binnenland in. Stoffiger kunnen de rode zandwegen niet worden, maar wel smaller en met meer kuilen, veel meer kuilen. En breder en dieper. We rijden in een personenwagen, geen 4WD. Talloze malen schuurt de bodemplaat van de auto over de grond en een aantal keren is het geen schuren meer maar een luid gebonk. Het is ons nog een raadsel dat we de uitlaat niet in stukjes bij elkaar hebben moeten vegen.

De wereld raakt steeds meer onbewoond. Het landschap verandert, moeras- en bosachtig. De geitenboerderij staat “in the middle of nowhere”. Land met daarop een stal en twee banda’s, ronde lemen hutten met een dak van gras. Hier wonen twee oppassers. In de stal krioelt het van de geiten.

 De veearts kan nu in actie komen. De geiten kunnen onderzocht worden. Maar dat blijkt anders te gaan. De veearts observeert. Laat de geiten wat door de stal lopen om vervolgens weer  te observeren. Als hij een keuze bepaald heeft, wijst hij de bewuste geit aan die vervolgens door een oppasser wordt gevangen.
Tien drachtige geiten worden zo geselecteerd, zeven vleesgeiten en drie melkgeiten. De besten volgens de veearts. Volgens de eigenaar van de geitenboerderij zullen we daar veel plezier van krijgen. Uit een stal een eind verderop wordt nog een bok tevoorschijn getoverd. Geiten en bok moeten nu in een open laadbak van de pick up truck. Dat is wonderbaarlijk snel gepiept. Van takken wordt  een geraamte om de laadbak gebouwd. Zo kunnen de geiten geen gekke bokkensprongen meer maken.

 En dan wacht de lange weg terug. Nu rijdt de veearts i.p.v. de eigenaar van de geitenboerderij. Nu gaat het wat meer van dik hout zaagt  men planken. We wanen ons in de cakewalk op de kermis. De auto knarst, schuurt, bonkt. Stofwolken waaien op. Vanwege de warmte staan de voorste ramen open. Het binnenste van de auto wordt steeds meer rood gekleurd. En wij kleuren mee. Onze longen beginnen te protesteren. Het gekuch is niet van de lucht.

Tegen vier uur komen we aan bij de school. De pick-up truck volgt even later. In de afgelopen dagen is er hard gewerkt aan de stallen . Dit is begonnen direct na ondertekening van het contract tussen het Lejofonds en de stichting van de Good Sanmaritanschool.  De stallen  staan nu klaar om hun bewoners te ontvangen. Uiteraard is de komst van de geiten niet onopgemerkt gebleven.

Niet alleen kinderen maar ook volwassenen zijn nieuwsgierig. Het uitladen is snel gebeurd. Maar tijdens de korte wandeling van auto naar stal weten toch een paar geiten te ontsnappen. Voor korte duur. Een aantal kinderen weten ze weer snel te vangen.
Eenmaal in de stal staan de beestjes tevreden te eten van het gras wat in ruime mate in eetbakken is neergelegd. De veearts bekijkt het schouwspel aandachtig. Hij wijst ons een geit aan. Die krijgt binnen een week een jonkie. Of twee, dat weet je bij geiten maar nooit. De veearts is een voortvarend man. Morgen (zondag!) wil hij al starten met de tweeweek durende training aan directeur Fred 1 en 2. Zij zullen de kneepjes van het geiten houden bijgebracht worden. Zij zullen die kennis moeten overdragen aan de mensen die geselecteerd zijn om een geit te krijgen. Voordat een jonge geit wordt gegeven moet men eerst zelf een stal bouwen of laten bouwen en een training volgen bij Fred 1 en 2 inzake het houden van geiten. Zo wordt een garantie ingebouwd dat er op een goede manier met de geiten, dit speciale ras, wordt omgegaan.

We willen “productie”. We willen een sneeuwbaleffect. Hebben geselecteerde families een geit gekregen dan zijn zij verplicht een geit uit de eerstvolgende worp af te staan voor een nieuwe familie. Families hebben vooraf een contract getekend dat zij geiten houden zoals het project dat bedoeld heeft. Raakt een familie, om wat voor reden dan ook zijn geit “kwijt” dan is het verplicht de waarde van de geit te betalen aan het project of, bij gebrek aan geld, hiervoor arbeid te leveren. De Oegandese wet ondersteunt deze opzet.
Fred 1 en Fred 2 , ook directeuren van de school en de stichting met die moeilijke naam, worden door dit project, door de opzet, extra belast. Het is goed om voor het toezicht op en de verzorging van de geiten extra mankracht in te huren. Het Lejofonds is bereid de kosten van een toezichthouder, het eerste half jaar, te betalen.
Opzet van vandaag was om meer melkgeiten mee terug te brengen. Het verschijnsel melkgeit is tamelijk onbekend in Oeganda. Reden waarom dit “artikel” schaars is. Reden dat we niet meer dan drie kwalitatief goede melkgeiten mee terug konden nemen. De eigenaar van de geitenboerderij gaat “leentjebuur” spelen bij een bevriende relatie. Volgende week komen er vijf melkgeiten bij. Melkgeiten kunnen drie liter melk per dag produceren. Een hoogwaardig product. 1 liter geitenmelk kan met gemak met twee liter water aangelengd worden om voldoende voedingsstoffen voor kinderen te behouden. Een zegen voor de kinderrijke gezinnen en families. De directeur van ons logeeradres, Christoph, huldigt de stelling dat mensen die in hun eigen voedsel kunnen voorzien rijke mensen zijn.
Duidelijk is dat bij het geitenproject meer komt kijken dan alleen de aanschaf van geiten en een bok. Een bok en de eerste tien “twee-in-een” oftewel drachtige  geiten zijn binnen. Volgende week komen daar vijf drachtige melkgeiten bij. Binnenkort lopen er dus minimaal dertig geiten rond. Een geit heeft in twee jaartijd minstens drie jonkies. De jonkies zijn na 6 maanden geslachtsrijp. Wie maakt het rekensommetje hoeveel geiten er na twee jaar rond lopen?
Voor bovengenoemde aanschaf hebben we als uitgangspunt genomen  de opbrengst van de vastenactie van de Jozefschool en de toezegging van particulieren een geit te kopen.
Het is mogelijk een aangeschafte geit een naam te geven. Deze komt op een button te staan die in het oor van de geit wordt aangebracht.

Het Lejofonds krijgt elke drie maanden informatie over de stand van zaken binnen het geitenproject. Abonnees van deze weblog en donoren worden automatisch van dit nieuws op de hoogte gebracht.

Meer foto’s en geiten bewonderen? Dat kan hier.

Vooruit met de geit!

We zijn druk bezig met verschillende zaken:

1. Het opstarten van een geitenproject i.s.m. de Good Samaritan Integrated Primary School;

2. Ervoor zorgen dat 2 dove kinderen die thuiszitten, omdat ouders of familie het schoolgeld niet kunnen betalen, weer naar school gaan;

3. Een helpende hand bieden aan het Besanyan Childrens Home;

4. Spel- en speelmateriaal en handvaardigheid verzorgen voor de dove kinderen op het internaat van de Bishop Westschool.

Alle activiteiten vragen heel wat geregel en georganiseer. En dat gaat minder effectief dan je zou willen. Afspraken die niet nagekomen worden, we kijken er niet meer van op. Een afspraak maken om 1 uur en om half vijf komen, dat gebeurt gewoon. Daar kun je je druk over maken, daar heb je alleen jezelf mee. Je kunt het dus beter druk hebben.
In deze aflevering van de weblog geven we een verslag van de laatste gebeurtenissen betreffende bovengenoemde onderwerpen. Vooral bij het geitenproject gaan de gebeurtenissen snel.
 
1. Vooruit met de geit
We bezoeken we met directeur Fred en een onderwijzer van de GS een aantal families uit de verschillende county’s van het project. Zij zijn geselecteerd door de ‘leaders’ van de county’s en komen onder voorwaarden  in aanmerking voor een geit uit het project.

Allereerst bezoeken we Judith, het dove meisje dat naar de dovenschool in Kampala gaat. Judith is wees, haar tante en voogd heeft haar opgenomen in haar gezin met zeven kinderen. Bij aankomst is men bezig met tantelief met iets wat lijkt op wassen en watergolven, een karweitje dat blijkbaar van dusdanig belang is dat het niet kan worden onderbroken voor ons.
Dat bemoeilijkt het gesprek. Als tante eens flink wordt ingezeept lijkt zij tijdelijk oostindisch doof. Gelukkig neemt een familielid het gesprek over en kunnen we overleggen wat de familie Judith aan spulletjes meegeeft en wat niet. Bij het eerste bezoek heeft tante aangegeven graag varkens te willen om wat inkomsten te vergaren. Nu ze op de lijst staat van het geitenproject moeten we het varken nog even ompraten tot een geit. En dat blijkt voor Fred met zijn vele talenten een betrekkelijk koud kunstje.

Met de Landrover gaan we nu ver de binnenlanden in, een groter plezier kan men ons niet doen. Dat er voor een Landrover gekozen is, wordt al gauw duidelijk. Regen heeft diepe sporen getrokken in de stoffige, onverharde weg. Je kunt er haast in zwemmen. Wat ook blijkt is dat het gebied van de drie county’s waarin het project zich afspeelt erg groot en uitgestrekt is. We zijn op weg naar een van de ‘leaders’ van een county. En dat blijkt de directeur van een basisschool te zijn. Dat is slim bekeken. Zij kennen als geen ander de plaatselijke gemeenschap en kunnen dus uitstekend bepalen welke gezinnen in aanmerking kunnen komen voor een geit uit het project.

De school  ligt diep verscholen in de binnenlanden maar ligt op zich op een schitterende plek. Na een kort welkom door de directeur op zijn kantoor (hok) bezoekt hij met ons de klassen. Schitterend!. Bomvolle klassen. Wat dat betreft wordt niet ondergedaan voor de Bishop Westschool. Maar een sfeertje! Geweldig. En stralende kinderen. Buiten zijn verschillende groepen kinderen bezig met ‘handicrafts’, vlechten en kleien. Met een enthousiasme en een trots. Glunderende oogjes.

In de verte onder de schaduw van een boom, zijn ouders bezig met ‘handicraft’. Er worden o.a. prachtige manden gemaakt. Ook hier worden de werkstukken verkocht ten bate van de school. Helaas is de vraag naar deze producten niet erg groot. Suggesties van onze kant zijn zeer welkom. Ondertussen blijken alle kinderen (280) zich verzameld te hebben in een soort gemeenschapsruimte. Daar worden we ten overstaan van de kinderen nog eens officieel welkom geheten. Dit gaat gepaard met enthousiast handgeklap van de kinderen.

Daarna mag Leo een woordje doen in het Engels. De meegekomen onderwijzer vertaalt alles in de streektaal. We begrijpen dat wat we zien niet allemaal aan het toeval is overgelaten. Men is op onze komst voorbereid en heeft zijn beste beentje voorgezet. Dat laat onverlet dat we de saamhorigheid voelen, de warmte, de betrokkenheid van de ouders bij de school. Hier wordt met hart en ziel gewerkt aan de ontwikkeling van de school. We zien ook nog stapels ongebakken stenen, klei door ouders in vormen gedaan, klaar om straks gebakken te worden, om er uiteindelijk klaslokalen van te bouwen, als er geld voor cement is.

Hierna wandelen  we met de directeur en de ‘handicraftsvrouwen’ door het dorp. Daarbij is het “Hé muzungi” niet van de lucht. Het lijkt erop dat “Hé muzungi” hier de eerste woordjes zijn die de kinderen leren zeggen. We bezoeken drie families die op de lijst staan om een geit te krijgen. Als je de woonomstandigheden ziet en achtergronden hoort dan is er geen twijfel dat deze mensen in aanmerking komen voor een geit uit het project.

We vervolgen onze weg. Het volgende doel blijkt het bezoeken van de tweede ‘leader.’ En dit is weer een directeur van een school. En dus betekent dat tot ons genoegen ook weer een schoolbezoek. De ingrediënten van het bezoek zijn hetzelfde. Ontvangst door de directeur in zijn eigen ruimte (om het woord hok te vermijden). Vervolgens bezoek aan de klassen. Geweldig.

Tot slot komen we niet met de hele school bij elkaar maar alleen met de hoogste groepen. Na een welkomstwoordje van de directeur en een antwoord daarop van Leo komt Fred aan het woord. Hij houdt een indrukwekkend betoog over het belang van naar schoolgaan en onderstreept dit met een voorbeeld van een oud-leerling die via het onderwijs op zijn school en het vervolgonderwijs uiteindelijk een succesvol arts geworden is, die ook veel betekend heeft voor mensen in Italië en Amerika, maar zijn eigen ‘roots’ niet vergeten is en gezorgd heeft voor een waterbron voor de school.
De klas hangt aan zijn lippen en ook wij zijn geraakt. Vervolgens komt de onderwijzer, een jonge vent, die wij meermalen magistraal hebben zien lesgeven, aan het woord. Hij benadrukt nog eens op geheel eigen wijze de woorden van Fred en geeft aan dat Fred ook voor hem een inspiratiebron is. Kippenvel!!
Met de directeur gaan we aan de wandel op weg naar een paar geselecteerde gezinnen. Bij het eerste huis aangekomen is moeder, weduwe, niet thuis. Vijf jonge kinderen zijn alleen thuis.
Duidelijke zaak. Het is even klauteren om de volgende familie te bereiken. Ze wonen op een heuvel (wat betekent dat wel niet voor het water sjouwen?). Hier woont een moeder met vijf jonge kinderen, armzalig gekleed. vader is twee maanden geleden overleden. Schoolgaan is een probleem vanwege de kosten.

Onze laatste familie, geselecteerd door deze directeur, woont wat verder weg en dus even een ritje met de Landrover. Bij het huis aangekomen zien we drie jonge kinderen wat aarzelend naar buiten komen. Verder geen spoor van leven. Na wat heen en weer gepraat verschijnt opeens een oud, tanig vrouwtje, in gescheurde kleren. Oma! Oma voedt de kinderen op, want zoon en schoondochter zijn overleden aan aids. Heftig!
Rest ons nog een bezoek te brengen aan onze dove jongen Batu die door ons toedoen onderwijs kan volgen op de dovenschool van de Bishop Westschool.
Bij aankomst blijkt moeder te slapen, moeilijk bij haar positieven te krijgen door o.a. migraine. Vader komt gelukkig uiteindelijk en dat maakt het overleggen een stuk gemakkelijker. Ook hier werken we een lijst af welke spullen ouders kunnen regelen voor het internaatschap en wat wij voor onze rekening nemen. Als alles meezit gaat Batu volgende week naar school.

Terug naar Mukono. Einde van een lange dag. Indrukwekkend, schitterend, soms heftig en emotioneel, maar vooral ook zicht gevend op bevlogen mensen, mensen met een ideaal, gericht op de ander, de naaste, de zwakkere. Deze dag staat op ons netvlies gebrand.

Het geitenproject, ons geitenproject, het mag er zijn, het moet er zijn, het verdient support.

Inmiddels is men gisteren al  begonnen met het bouwen van de stallen op het terrein van de GS. Morgen zullen we weer een kijkje nemen om te zien hoe ver men gevorderd is. Zaterdag gaan we naar Luwero om drachtige geiten en een bok te kopen.

Zoon Christian, grafisch designer,  komt verrassend met een schitterend logo op de proppen.

.
2. Judith en Batu
Wat we bij ons besluit om de kinderen naar school te sturen niet wisten, maar nu wel, is dat beide kinderen in een county wonen waar het geitenproject  gaat lopen. Ook voldoen beide kinderen aan de criteria die het project stelt om onder voorwaarden een geit te krijgen. Beide families zijn op een lijst geplaatst om te bezoeken. Dat bezoek hebben we onder 1 al beschreven.
Een paar dagen daarvoor hebben we voor Judith een bezoek aan een school voor doven in Kampala.

Judith heeft P1 t/m P4 al gedaan op de Bishop Westschool en moet voor P5 naar Kampala. Samen met vertegenwoordigster Ruth van het Lilianefonds zullen we een kijkje nemen op de school in Kampala en informeren welke paperassen ingevuld moeten worden. Vertrek ‘s morgens om 9 uur vanaf school. Geen Ruth te bekennen en een uur later nog niet. Bellen. Geen gehoor. We besluiten het klusje zelf te klaren.

Op de Mulagoschool voor de doven in Kampala worden we hartelijk ontvangen door een non die ons de school en het internaat laat zien. De schoollokalen zijn weer erg donker. In een grote ruimte zitten vier klassen. De ruimte is afgescheiden met gordijnen. Moet kunnen, de doven horen elkaar toch niet. Het internaat is zoals alle internaten die we gezien hebben weer erg deprimerend.

Van de school krijgen we een hele lijst met daarop spullen die een leerling wordt geacht mee te nemen als ze naar het internaat. Op de lijst staat ook een doosje scheermesjes. Desgevraagd is dit bedoeld om de nagels te ‘knippen’. Er  wordt ook een medische attest van het ziekenhuis in Kampala verlangd. Er valt dus nog wel wat te organiseren.

Het jongetje Batu gaat naar de Bishop Westschool. Ook hier heeft men een waslijst  met spulletjes die meegegeven moeten worden met het kind.
.
3.  Engelen in het Besanyan Childrens Home
Onze directeur- pastor zonder salaris heet Christoph. Twee dagen na het avontuur met de auto’s “With God all are possible” en “ Jesus cares” komt hij ’s avonds bij ons op de koffie in de letterlijke en niet de figuurlijke betekenis. We kunnen niet al zijn problemen oplossen.

Maar we zorgen wel  voor  een paar lichtpuntjes:
- Het Lejofonds heeft besloten de kosten voor het ploegen van het land op zich te nemen zodat er nog geplant kan worden voor het regenseizoen.

- De 5 á 6 ‘local’ geiten van het tehuis kunnen naar de Zuid-Afrikaanse bok van het geitenproject. Daar komen zwaardere, betere en dus kostbaarder jonkies van. Elke geit zorgt in 2 jaar voor minimaal drie nakomelingen.

- Het tehuis ligt in één van de drie county’s waar het geitenproject van start gaat. Bovendien vangt het tehuis wezen op en voldoet daarmee aan gestelde criteria van het geitenproject. Dit houdt in dat het tehuis in aanmerking komt voor een melkgeit. De eerste worp gaat naar een volgende familie maar dan is de geit eigendom van het tehuis. Een melkgeit levert drie liter melk per dag op.

- De Good Samaritan Integrated Primary School is bereid tot een ‘partnership’ met het Besanyan Childrens Home.

- Wanneer de directeur voor goede taakomschrijvingen zorgt, zullen wij bij terugkeer in Nederland op zoek gaan naar goede vrijwilligers.

Christoph is zichtbaar opgetogen. We worden benoemd tot  zijn ‘angels’. Waarna deze ‘angels’ nog de bede “God bless you” krijgen  toegevoegd.

4. Een ballon, een ballon, een ballonnetje
Afgelopen zondag op de afgesproken tijd naar de Bishop Westschool  naar de doven om de hoofden van papier maché af te maken en spelletjes te doen. Matron Margaret, moeder van drie kinderen, verantwoordelijk voor het toezicht op de dove kinderen  zou voor kranten zorgen. Maar geen Margaret te bekennen, laat staan een krant. Een paar uur later teruggekomen ligt Margaret languit in het gras. Ze heeft bezoek, neergevlijd in het gras onder de schaduw van een boom. Kranten is Margaret  vergeten. Tijd voor ons en de kinderen is er niet, het bezoek gaat voor. De enthousiaste koppies van de kinderen geven de doorslag, niet gillend wegrennen, maar op zoek gaan naar de sleutel om de deur te openen van de ruimte waar de werkstukken liggen.

Ja, en dan blijkt dat ballonnen die een weekje in de warme hebben gelegen wel wat lucht laten ontsnappen, ja en als dan op bepaalde plekken niet genoeg kranten zitten wil daar de boel wel wat in elkaar zakken, ja en met behangerslijm natgemaakt w.c. papier blijkt geen oplossing te zijn, integendeel de boel zakt nog verder in.

Maandagmiddag hebben we een paar uurtjes over. Herma wil graag terug naar de Bishop Westschool om daar enkele ingezakte hoofden van papier maché op te lappen. De kinderen hebben zo enthousiast gewerkt en zij kunnen er niets aan doen dat er geen kranten waren.

Kwart over 1 melden we ons bij matron Margaret en vragen de sleutel. De sleutel is zoek en blijft zoek. Kwart over drie vertrekken we als een leeggelopen ballon.

En over ballonnen gesproken. We hebben nog een proefballonnetje voor de directeur: de plaats van de schommels. Wij willen die voor het doveninternaat. De directeur heeft overleg gehad met het hoofd van de afdeling dove kinderen. Die wil de schommels voor haar klaslokaal. Mooi niet. We nemen de directeur mee naar de door ons bedoelde plek. De directeur blijkt bezwaar houden. Hij verwacht volgend jaar  na het eeuwfeest van de school het gebouw af te kunnen bouwen waar nu alleen de fundamenten van zichtbaar zijn. En dan moeten er vrachtwagens langs onze plek kunnen. We zijn bereid de schommels wat op te schuiven en dan is de directeur om. Daarbij laten we het. Het verdere organiseren doen we buiten hem om. We hebben contact met het hoofd van een kleuterschool wat verder op. Zij heeft al eerder aangegeven met ons te willen samenwerken om de schommels te realiseren.

From goat to goat

Het gaat door!

Met behulp van het Lejofonds, vertegenwoordigd door Herma en Leo, wordt een geitenproject gestart op het terrein van de, vooruit nog een keer voluit, Good Samaritan Integrated Primary School.
Als we het goed zeggen moeten er wat dure namen gebruikt waren. Eerder hebben we aangegeven dat de GS is opgericht door een aantal gehandicapte volwassenen. Zij hebben zich verenigd in een stichting met de naam: Foundation of Disabled Employees Development and Employment Promotion Organization, afgekort FDEDEPO.
Het is deze stichting die met behulp van het Lejofonds een geitenproject opzet onder de naam: “Goat to goat Modern Demonstration Farm at Good Samaritan Integrated Primary School, Mukono. Zo, dat is eruit.
De stichting bezit op dit moment al een bok en twee geiten voor de vleesproductie.

Het Lejofonds bekostigt in ieder geval 20 drachtige geiten (dus 20 x 2 geiten) van het Zuidafrikaner ras, een deel gericht op de vleesproductie, een deel op de melkproductie. Eerder hebben we al aangegeven waarom er gewerkt wordt met dit ras. De drachtige geiten worden in eerste instantie gestald op het terrein van de stichting. Daarvoor zijn stallen nodig. Deze zullen zoveel mogelijk gebouwd worden met lokale materialen.
De kosten van de bouw komen voor rekening van het Lejofonds.

Twee directeuren van de stichting krijgen gedurende twee weken een intensieve training van de plaatselijke veearts inzake het houden en verzorgen van de geiten en bokken. Ook deze kosten komen voor rekening van het Lejofonds. De drachtige geiten worden gekocht op een grote boerderij in de omgeving van Luwero, een stadje, een uur rijden ten noorden van de hoofdstad Kampala.
De transportkosten komen voor rekening van het Lejofonds.

Uit drie “county’s,” te weten Mukono Town Council, Nakisunga en Nnama, een gebied met ongeveer drieduizend inwoners worden via de “leaders” van de county’s gezinnen geselecteerd die in aanmerking komen voor een geit.
Het eerst komen in aanmerking gezinnen die een gehandicapt kind hebben dat niet naar school gaat omdat het schoolgeld niet betaald kan worden.
Vervolgens weeskinderen die door anderen worden opgevangen.
De derde categorie betreft de armste gezinnen en tot slot ouderen. Een combinatie van verschillende categorieën is uiteraard mogelijk.

Gezinnen of families die een geit krijgen dienen zelf een stal te bouwen. Daarnaast krijgen zij vooraf van de twee getrainde directeuren een training in het verzorgen van de geiten. De drachtige geiten worden niet direct bij de families en gezinnen gestald omdat dit teveel risico’s met zich meebrengt. Een training in het verzorgen van geiten vooraf op het terrein van de stichting is beter. De toepassing daarvan in de praktijk en het opdoen van ervaring gebeurt met de jonge geit en niet met de moedergeit. Voor het toezicht houden en verzorgen van de moedergeiten is een verzorger nodig.
Het Lejofonds betaalt de salariskosten voor het eerste half jaar.

Wanneer een geit wordt gegeven aan een gezin of familie uit genoemde categorieën dan is dat aan een voorwaarde verbonden. De eerste worp van de gekregen geit (dit kunnen 1 of 2 jonge geitjes zijn) wordt afgestaan om weg te geven aan een nieuwe familie. Eventueel kan het tweede geitje van een worp terugvallen aan de stichting om kosten te dekken. Door dit sneeuwbaleffect kunnen steeds meer mensen geholpen worden. De essentie van het project, doorslaggevend voor het Lejofonds om erin te stappen.

Na twee jaar wordt het project geëvalueerd. Conclusies zijn richtinggevend voor het vervolg.
Op dit moment zijn wij bezig met het opstellen van een overeenkomst waarin wij o.a. vastleggen hoe het Lejofonds op de hoogte wordt gehouden van de ontwikkelingen binnen het project.

Bij het aangaan van de verplichtingen van het Lejofonds aan de stichting hebben we meegenomen dat de vastenactie 2009 van de Jozefschool te Texel t.b.v. het Lejofonds een eclatant succes wordt.

Zo gauw wij definitief het fiat geven wordt begonnen met het bouwen van de stallen. Wij zullen dit vastleggen op foto en op de weblog weergeven. Kort daarna volgt de aanschaf van de geiten. Afgesproken is dat wij meegaan naar Luwero om de geiten uit te zoeken. Ook daar zullen wij een video- en fotoverslag van maken. Wij zullen een aantal families bezoeken die in aanmerking komen voor een geit en daar verslag van doen. Duidelijk zal worden dat mensen zo een nieuwe toekomst krijgen.

We wensen vanaf deze plaats de Jozefschool te Texel heel veel succes met hun actie “een karweitje voor en geitje”. In elke klas ligt een geit in stukjes hebben we begrepen. Elke euro levert een stukje geit op. Uiteindelijk levert dat een hele geit op. Ons advies: Gebruik ook de munteenheid van Oeganda. 1 euro is 2500 Oegandese shilling. Wie weet halen jullie de miljoen! Wie weet halen jullie meerdere miljoenen. Dat is dan voer voor de Texelse Courant.

Inmiddels hebben wij van enkele particulieren ook het verzoek gekregen een geit voor hun rekening te nemen. Fantastisch. Goed voorbeeld doet volgen denken wij dan. Als je hier bent weet je dat het zo verschrikkelijk hard nodig is. Kredietcrisis of niet.