With God all are possible and Jesus cares.

Op een avondje krijgen we onze plaatselijke contactpersoon Charles op bezoek en praten hem bij over onze activiteiten. We vertellen ook dat we in het Besanyan Childrens home and orphanage, waar we onderdak hebben, verschillende keren tevergeefs handvaardigheidsactiviteiten hebben willen doen. Op afgesproken tijdstippen was niemand aanwezig. Charles denkt dat de directeur schroom heeft ons te storen in onze bezigheden. Nergens voor nodig is onze reactie.

Charles weg en na een kwartiertje, knock, knock daar staat de directeur voor de deur. Dat moet toeval zijn….! Hij vraagt hoe het gaat op de Bishop Westschool. We vertellen over het mooie ei dat door ons gelegd is, maar wat men niet wilde consumeren. Verzuchting bij de directeur. Hij had het plan maar wat graag geadopteerd. En dan horen we tot onze verbazing en verrassing grote problemen.

De stichter en donor van het childrens home en weeshuis is een tijd terug uit het gehele project gestapt en daarmee is ook de geldbron opgedroogd. Buiten Mukono heeft het tehuis nog een groot stuk grond waar voedsel wordt verbouwd. Maar de beheerder kan niet langer betaald worden en is enige tijd geleden gestopt met zijn werkzaamheden. De jongens van het weeshuis helpen nu op zaterdag. Daarmee kan niet voorkomen worden dat een groot deel van de grond overwoekerd wordt door onkruid. Er komt nu niet meer voldoende voedsel binnen, het jaar rond. De directeur, tevens pastor, ontvangt al geen salaris meer. Gelukkig heeft zijn vrouw een baan in de bibliotheek van de naburige universiteit. Er is ruimte om meer wezen op te vangen, maar dat kan alleen als men geld meeneemt, ongeveer 10 euro per maand. We spreken af dat we de volgende dag om 8 uur mee gaan naar de landerijen om ons een beeld te vormen.

Haast onOegandaees staat iedereen om acht uur klaar. Met een busje van het tehuis zullen we naar het land gebracht worden. De bus moet echter eerst nog even aangeduwd worden.
Mankracht genoeg, maar niet om dit busje aan de praat te krijgen. We staan boven op een heuvel. Het busje de heuvel afduwen is de remedie en op de lange weg naar beneden zal de motor wel aanslaan. De directeur neemt plaats achter het stuur. Het busje rolt van de heuvel.
Aan het slippen van de wielen merken we dat er startpogingen worden ondernomen. Dan gaat het busje de bocht om en verdwijnt uit het zicht. Om niet meer terug te komen.
Gezamenlijk besluiten we naar beneden te lopen. Halverwege zien we het busje. Beland in een droge greppel.

Gek is dat, maar nu valt ons pas het opschrift op het bus je op: With God all are possible”.

Mankracht genoeg om een bus uit de greppel te krijgen, maar dit busje niet. De directeur chartert een bod boda en vertrekt om een busje met open laadbak op te halen. Die komt uiteindelijk, niet om het busje uit de greppel te halen. Dat is van later zorg. We moeten naar het land. En ook hier valt ons ineens het opschrift op de auto op: “Jesus cares”.
We komen dan ook zonder verder problemen bij het land van het weeshuis aan.
Dat blijkt enkele hectaren groot te zijn. De ligging is schitterend. De jongens beginnen cassavewortels op te graven, voedsel voor de komende week.

De directeur laat zien wat er verbouwd wordt o.a. boontjes. De groei zit er niet echt in. Te weinig water. Eigenlijk zou een irrigatiesysteem aangelegd moeten worden. Niet aan denken, veel te duur. Waar wel aan gedacht kan worden is het omploegen van ongeveer 1 hectare grond met onkruid. Kosten volgens de directeur 40 euro. Het salaris van de beheerder vinden we fors als we dat afzetten tegen het salaris van een leerkracht, 80 tegen 32 euro. De directeur brengt in dat hij met deze man wel het hele jaar door voldoende voedsel binnenkreeg, wat nu niet meer het geval is. Maar hij denkt dat het mogelijk moet zijn ook iemand te vinden met de nodige kennis tegen een maandsalaris van 60 euro.
Bij het land hoort ook nog een prima gebouw met vier grote ruimtes. Hier zouden heel goed kippen gehouden kunnen worden. Jammer, jammer, dat zoveel grond nu niet benut wordt.
Het zet ons aan het denken. Tegen tien uur vertrekken. We worden naar de Good Samaritan Integrated Disabled Primary School (Wat een mondvol. Vanaf nu spreken we over de Good Samaritan of GS) gebracht waar we om tien uur een afspraak hebben met enkele directeuren.

Kunst uit Oeganda

- – - – - – - – - – - – - – - – - – - – advertentie – - – - – - – - – - – - – - – - – - – -


Een kunstenares uit Oeganda maakt fraaie gebatikte doeken en tevens kralenkettingen.

Doeken en sieraden zijn te koop. Een groot deel van de opbrengst komt ten goede aan de Good Samaritan Integrate Primary School waar leerkrachten, ouders en de plaatselijke gemeenschap in eendrachtige samenwerking kinderen, gehandicapt of niet, samen, goed onderwijs bieden en ze zo uitzicht op een betere toekomst geven.

Via dit weblog is het mogelijk deze doeken en sieraden te bestellen.
De prijs van een gebatikt doek van ongveer 30×40 cm is slechts 15 euro.
De prijs van een kralenketting is 7,50 euro.

Bestellingen worden door ons bij terugkomst in Nederland (half april) verzonden.

Het plaatsen van een bestelling kan door hieronder (’Reakties’) het gewenste artikel te vermelden

- – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – -

Hakuna Matata,

Geen zorgen hebben maar gelukkig zijn.

Zo zou het voor elk kind moeten zijn.
We hebben deze leus geleend van Suzan en Famke, twee Nederlandse meiden van in de twintig die vlakbij Jinja aan de Nijl begin dit jaar een weeshuis hebben opgericht.
Op dit moment verblijven er vier kinderen, maar zij willen dit voor de zomer laten groeien naar maximaal 15 kinderen. Ze willen het bewust kleinschalig houden. Hun doel is de kinderen een jeugd te geven met liefde en vriendschap zodat ze een warm thuis hebben waar ze een goede toekomst op kunnen bouwen. Suzan heeft zich daarvoor blijvend gevestigd in Oeganda.
We zijn bij hen op bezoek geweest en onder de indruk geraakt van wat zij, vanuit een doorleefde betrokkenheid met de wezen van Oeganda, in korte tijd hebben opgebouwd.
Begaan zijn met de wezen, de gehandicapten en de allerarmsten en er voor hen zijn, we zien het steeds weer bij onze bezoeken.

 

- Blindenschool Salama
Op verzoek van de inspecteur van speciaal onderwijs gaan we met haar naar de school. Dat betekent eerst een rit met de matato of gewoon taxi genoemd, een soort volkwagenbusje waar plaats is voor 14 personen.
Het busje vertrekt niet eerder voordat alle plaatsen bezet zijn en dat neemt nogal wat tijd in beslag. De taxirit eindigt uiteindelijk in een klein gehucht. Maar dan zijn we er nog lang niet. Er wacht ons nog een behoorlijk rit met ons favoriete vervoermiddel de boda boda. Slowly, slowly, geeft de inspectrice aan en ze heeft gezag want er wordt zo netjes gereden dat we zelfs nog kunnen genieten van de omgeving.
De binnenlanden in, dat is elke keer weer schitterend. Te zien hoe mensen in lemen hutten of eenvoudige huisjes wonen. Van verre kinderen al horen roepen: Hé muzungu! Genieten van de natuur.
De blindenschool ligt aan het eind van de weg, prachtig in het groen gelegen. Het schoolgebouw ziet er van buiten fris uit.

We worden door de adjunct-directeur ontvangen. Vervolgens maken we een rondgang langs de kleine klasjes. We worden iedere keer netjes voorgesteld aan de leerlingen en mogen daarna telkens iets over onszelf vertellen.
We zien ook de slaapzalen. En die vallen behoorlijk uit de toon vergeleken met de rest. Ook hier krijg je associaties met een beestenstal. De school beschikt over veel grond. Er is een grote akker waarop maïs verbouwd wordt en er is een bananenplantage. We zien twee koeien, een paar geiten en wat varkens rondlopen.
De school is bewust bezig via het boeren voedsel binnen te krijgen en wat extra inkomsten. Tijdens de middagpauze worden we voorgesteld aan het team van leerkrachten waaronder enkele blinde leerkrachten. Na de middagpauze praten we met de adjunct verder. We vertellen hoe we in Oeganda zijn terechtgekomen en welke plannen we hadden voor de Bishop Westschool. Er is grote verbazing dat onze plannen niet omarmd zijn.
Er zijn nog veel kinderen die niet naar school gaan omdat ouders het schoolgeld niet kunnen betalen. We filosoferen hoe we daar enige verandering in kunnen aanbrengen. Daarover zullen we later met de inspectrice verder praten. De terugreis verloopt probleemloos, ook al omdat onze “eigen” boda-bodarijders telefonisch opgeroepen worden. Al met al zijn we een hele dag onder de pannen geweest met een bezoekje aan deze school.

- Good Samaritan Primary School
Op internet hebben we gelezen dat twee Belgen in de buurt een geitenproject hebben uitgevoerd.
De Jozefschool op Texel is op de geitentoer met de vastenaktie voor het Lejofonds.. Dus willen we graag meer weten over dit project.
Onze contactpersoon weet te vertellen dat de Belgen nog in het land zijn en heeft zelfs een telefoonnummer. Na dagenlang tevergeefs te bellen krijgen we eindelijk contact en het adres van de school. Jawel: te bereiken met de boda boda. De boda boda chauffeurs kennen de school geven ze aan. Maar in de binnenlanden moet toch een aantal keren gevraagd worden.
Uiteindelijk komen we bij een piepklein schooltje terecht met een twintigtal kleine kinderen die helemaal dol worden bij het zien van muzungu’s en als die ook nog een fototoestel voor de dag halen heeft de juf plotseling geen kindertjes meer in de klas. Wij weten dat de door ons gezochte school ook gehandicapte leerlingen heeft. En aan de vrolijk rondspringende kinderen kunnen we niet zo gauw een handicap ontdekken.
De juf bevestigt dat dit de Good Samaritanschool is en verwijst ons naar een nabijgelegen huis waar de Good Samaritanzusters wonen. Daar weten ze niet te vertellen waar de door ons gezochte school staat. Ergens in de buurt van Kampala is het vermoeden.
Als we wat doorpraten en we vertellen dat we willen kijken of we iets voor die school kunnen doen, worden we uitgenodigd binnen te komen en staat in no time een kan heerlijke frisdrank en een tros bananen voor onze neus. Het lijkt of zuster Rose het in Keulen hoort donderen als we hier ook vertellen over onze plannen voor de Bishop Westschool en de reactie erop.
Zij heeft er wel oren naar.

We houden de boot wat af omdat we ook naar “onze eigen Good Samaritanschool” willen. Door de binnenlanden lopen we terug naar de grote weg. Een belevenis op zich. Men wil graag een praatje maken met de muzungu’s. Ook hier is men niet te houden bij het zien van een fototoestel. Op de foto! Zonder te weten dat je direct de foto kunt terugzien. Dat is het einde! Turen, wat zie ik nou eigenlijk, wie is dat, verhip dat ben ik, besef, glimlach overgaand tot volle lach, enthousiast gehup en gedans. En vervolgen de hele familie bij elkaar roepen. Samen op de foto. Zij genieten, wij genieten. Bij de grote weg hoef je niets te doen. Boda boda rijders komen vanzelf op je af. Daar zit een iemand tussen die overtuigend duidelijk kan maken dat hij de bedoelde school kent en weet waar die staat. Het is de Good Samaritan Disabled Integrate Primary School, slechts een kilometer verderop.

- Good Samaritan Integrated Primary School 1.
Bij het betreden van het schoolterrein zien we twee gehandicapte personen. We zitten goed, dat kan niet anders. Deze twee personen blijken een deel van de directie te vormen.
De Good Samaritan Disabled Integrated Primary School is in 1997 opgericht door 10 gehandicapte volwassenen met enthousiaste ondersteuning van de plaatselijke gemeenschap. Inmiddels zijn van de tien volwassenen er vier overleden. Aids eist hier overal zijn tol.
De school wil onderwijs verzorgen voor gehandicapte en niet-gehandicapte kinderen tezamen en steun verlenen aan wezen en arme kinderen in de omgeving. De school kiest bewust voor kleine klassen. Het onderwijsprogramma is zodanig opgesteld dat niet alleen de leervakken aandacht krijgen maar ook de vormende en creatieve vakken.
De school is een zogeheten private school en krijgt daarom geen overheidssteun. Om de vele kosten, waaronder de salarissen van de leerkrachten te kunnen betalen heeft de school projecten voor het houden van kippen, geiten en koeien.
Dit alles wordt ons enthousiast verteld door Fred, de directeur nadat hij ons eerst het hele terrein heeft laten zien, met daarbij natuurlijk de kippenren en de geiten. Kinderen worden ingeschakeld om vol trots een jong geitje te laten zien.

Ook krijgen we hier akkers te zien waarop maïs verbouwd wordt. In een hoek van het terrein liggen enorme partijen zelfgebakken stenen. Hier wil men in de toekomst gebouwen voor de leerkrachten neerzetten en het terrein wat afbakenen. Ook krijgen we de school te zien. Kleine klasjes met enthousiaste leerkrachten en stralende kinderen. Het geheel ademt een warme atmosfeer uit. Wanneer de directeur hoort dat Herma handvaardigheidsdocent is geweest vertelt hij over een aantal ouders die een paar keer per week op school bij elkaar komen om werkstukken te maken die verkocht worden.
De baten komen ten goede aan de school. Hij wil dolgraag Herma in contact brengen met deze moeders. Misschien kan zij advies geven. Ook bij de handvaardigheidslessen wil hij Herma graag betrekken.
Op onze vraag of de genoemde projecten alleen in de hoofden van de mensen bestaat of dat er ook dingen op papier staan worden drie projectplannen tevoorschijn gehaald. Wij mogen de projectplannen ter bestudering meenemen. Daarmee sluiten we ons bezoek af maar niet voor dat we een nieuwe afspraak gemaakt hebben een paar dagen later. We zijn enthousiast over wat we gezien en gehoord hebben. Wat een aantal gehandicapte mensen gezamenlijk te weeg hebben gebracht, fantastisch. En in hun uitgangspunten en doelstellingen kunnen we ons helemaal vinden. We hebben het gevoel dat we hier ons ei wel kwijt kunnen.

- Good Samaritan Integrate Primary School 2
We hebben de projectplannen bestudeerd en de nodige vragen opgesteld. Op naar school. We worden weer door directeur Fred ontvangen. We denken met hem in gesprek te gaan en onze vragen te kunnen stellen. maar dat loopt anders.
Fred loodst ons naar een klaslokaal. Daar zijn een zestal moeders van schoolkinderen onder begeleiding van een kunstenares bezig met het vlechten van banden waar uiteindelijk tassen e.d. van gemaakt worden. Alles wordt verkocht ten bate van de school. We krijgende gelegenheid alles uitvoerig te bekijken. Vervolgens gaan we naar buiten waar alle schoolkinderen zich voor het schoolgebouw verzameld hebben. Ten overstaan van de kinderen worden we uitvoerig welkom geheten door een van de leerkrachten. Daarna stellen we ons zelf voor aan de kinderen. Dat wordt beantwoord met een enthousiast handgeklap.
Hierna worden we uitgenodigd naar de gemeenschapsruimte te gaan. Daar hebben zich de oudste kinderen van de in totaal 97 leerlingen van de school verzameld. Ze maken werkstukken met materialen die in de omgeving te vinden zijn en doen dat heel knap. En trots dat ze zijn op hun werkstuk. Terecht!

We bewonderen alles uitvoerig. Daarna gaan we terug naar het lokaal met de ouders. Fred neemt het woord en heet ons officieel welkom. Ook hier worden we uitgenodigd ons woordje te doen. Vervolgens neemt een van de moeders het woord. Ze geeft aan dat de aanwezige ouders deel uitmaken van een club van vijftien. Voor zover het huishouden het toelaat komt men drie per week bijeen om werkstukken te maken die zoals gezegd uiteindelijk verkocht worden ten bate van de school. De club heeft een voorzitter, penningmeester en secretaris.
Een ouder heeft een verantwoordelijke taak op het gebied van de communicatie. Indien nodig zorgt zij ervoor dat een bepaalde boodschap of oproep alle ouders snel bereikt. Men hoopt van ons nieuwe ideeën te krijgen voor het maken van werkstukken en men hoopt dat wij een nieuwe markt kunnen creëren voor het verkopen hun werkstukken. Gezamenlijk wordt nu de lunch gebruikt.
En dan is er tijd om met Fred van gedachten te wisselen over de diverse projectplannen. Het kippenproject werkt al een aantal jaren. Er zijn wat startproblemen geweest en ook gaandeweg kwam men voor nieuwe problemen te staan die opgelost dienden te worden. maar nu heeft men alles onder controle en denkt men aan uitbreiding naar duizend kippen.
Inmiddels fungeert de school ook als kennis- en demonstratiecentrum voor de lokale gemeenschap. Mensen die meer willen weten of leren over het houden van kippen kunnen hier terecht. Het geitenproject behelst de aanschaf van een bok en twee drachtige geiten van Zuid-Afrikaanse oorsprong.
Deze geiten zijn zogenaamde “zero grazing” geiten wat inhoudt dat deze geiten zelf niet in de wei grazen maar in een hok staan en daar voedsel krijgen. Inmiddels is de aanschaf gebeurd, staan de bok en geiten op het terrein van de school in een hok en heeft een van de geiten al een jonkie.

Wanneer er in totaal vijf geiten aanwezig zullen zijn gaat het volgende jong naar een familie uit de plaatselijke gemeenschap onder de voorwaarde dat het eerste jong weer wordt doorgegeven aan een nieuwe familie. Alles loopt en voor directeur Fred is daarmee in feite het project gerealiseerd. Wij vertellen vervolgens over onze niet gerealiseerde plannen voor de Bishop Westschool.
Daar wordt met ongeloof op gereageerd. Vervolgens vertellen we over de actie van de Jozefschool te Texel voor het Lejofonds. Wij hebben hen verteld over een ons bekend project waar men d. m.v. geiten geld verdient om het schoolgeld van kinderen te betalen die anders niet naar school gaan.
Wij zien mogelijkheden de opbrengst van die actie te integreren in het project van de Good Samaritan Integrate Primary School. We besluiten daar een volgende keer verder over te brainstormen. In een nagesprek horen we dat de school op termijn wil uitgroeien tot een breed kennis- en dienstencentrum betreffende het boerenbedrijfgebeuren voor de lokale gemeenschap en scholen in de omgeving. Graag zou men ook seminars in Nederland bezoeken om zo de benodigde kennis uit te breiden. Men wil zich blijven ontwikkelen. Stapje voor stapje. Ideeën zijn er. Realisatie is vaak nog afhankelijk van het beschikbaar krijgen van fondsen.

- Good Samaritan Integrate Primary School 3.
Fred heeft een mede-directeur, ook met de naam Fred (dat wordt dus Fred 1 en Fred 2) en een veearts, adviseur van de school, uitgenodigd bij het gesprek aanwezig te zijn. Uitvoerig komt aan bod waarom de school in overleg met de veearts niet gekozen heeft voor de lokale geiten en bokken maar voor stamboekgeiten en bokken van Zuid-Afrikaanse oorsprong.
De lokale geiten behalen een gewicht tussen 4 en 12 kilo. Hun Zuid-Afrikaanse broertjes en zusjes tussen de veertig en vijftig kilo. Bij de lokale geiten duurt het bovendien veel langer voordat ze geslachtsrijp zijn. Doorslaggevende factoren om te kiezen voor de Zuid-Afrikaanse. Deze geiten zijn zogeheten “zero grazing” wat inhoudt dat ze in een hok staan. Dit houdt in dat families die een geit krijgen over een hok moeten beschikken.
Het wordt essentieel geacht dat betreffende families zelf ook een prestatie leveren en dus zelf een hok bouwen of daar zorg voor dragen. Families die een geit krijgen staan de eerste worp af aan een volgende familie. Families met een kind die nog niet naar schoolgaat vanwege het ontbreken van schoolgeld krijgen voorrang bij toewijzing. Het kind kan direct naar school. Het schoolgeld kan later betaald worden.
Na deze categorie volgen families met wezen en daarna de armen. De reeds aanwezige bok en geiten op het terrein zijn bedoeld voor de productie van vlees. Het zou goed zijn ook nog een bok en geiten te hebben voor de melkproductie. Een geit produceert 3 liter melk. De melk is niet bedoeld voor de verkoop maar voor voeding aan de kinderen om de gezondheid te verbeteren en op peil te houden.
Twee directeuren van de school krijgen training van de veearts inzake basisvaardigheden in het houden van geiten. Betreffende directeuren dragen deze kennis over aan “de geitenfamilies”. Op termijn zal de kennis uitgebreid worden. Dit zijn in grote lijnen de gesprekspunten. Fred 2 en de veearts zullen alle gegevens in een voorstel verwerken, wij zullen aangeven hoeveel geiten wij denken te kunnen bekostigen voor het project. Over een paar dagen komen we weer bij elkaar.

-Lilianefonds
Herma kan het moeilijk verkroppen dat er nog steeds dove kinderen zijn die door hun families achtergehouden worden of niet naar school kunnen omdat ouders het schoolgeld niet kunnen betalen. En die zijn er heeft men haar verzekerd. Maar ze wil eigenlijk wel weten hoeveel er zijn en waar ze wonen. De directeur lijkt de aangewezen persoon om die vragen te beantwoorden. Maar die verwijst naar een of andere raad die wekelijks bijeenkomt in een door ons nog niet ontdekte ruimte in de school.
De raad blijkt te bestaan uit twee vertegenwoordigers van het Lilianefonds. Hier weet men inderdaad welke dove kinderen uit de omgeving thuiszitten omdat ouders het schoolgeld niet kunnen betalen. Is het mogelijk het eerste jaar schoolgeld te betalen voor een kind en het gezin wat geiten te geven zodat het gezin daarmee zelf het schoolgeld voor latere jaren kan verdienen, is de vraag van Herma. Dat vindt men een goed idee. Vervolgens wordt afgesproken dat het Lilianefonds een selectie maakt waarna we samen enkele gezinnen gaan bezoeken.
Dat doen we met drie vertegenwoordigers van het Lilianefonds. Desgevraagd blijken de gezinnen niet op de hoogte van onze komst. Een aardige overval. We moeten weer de binnenlanden in en dat betekent niet alleen reizen met de “taxi” maar ook met de geliefde boda boda. Aan het te betalen bedrag kunnen we afleiden dat het een flinke rit wordt. Vier boda-bodarijders worden gecharterd. Wij draaien automatisch ons verhaaltje af van langzaam rijden af.
Als we bijna op de plaats van bestemming zijn, het laatste stuk moet lopend afgelegd worden, constateren we dat Herma nog niet gearriveerd is. Ik geef aan dat zij sterk op langzaam rijden heeft aangedrongen. Dus ze zal zo wel komen. Dus niet. Wachten, wachten. En dan is daar een telefoontje van Herma die boos verhaalt van een afschuwelijke rit dwars door kuilen en over hobbels veroorzaakt door een bok van een chauffeur die ook nog de weg is kwijtgeraakt.
“Gaan jullie maar verder, ik ga terug”. Zover komt het uiteindelijk niet. Maar we zijn wel al een poosje bij de familie als Herma komt aanlopen, alweer wat gekalmeerd maar met een grotere hekel aan de boda boda. Het betreffende kind is een jongen van acht jaar uit een gezin met vijf kinderen, Batuluma geheten.

Op driejarige leeftijd heeft hij malaria gekregen gevolgd door zware hoofdpijn, uiteindelijk doofheid tot gevolg hebbend. Het is goed deze jongen uit zijn isolement te halen en naar school te sturen zien we al gauw.
Herma heeft geld van haar afscheid op school gestald bij het Lejofonds. Zij besluit. En dan komen de emoties los bij vader en moeder. Dat doet je wel even wat. De ouders lopen met ons mee terug naar de boda bodarijders. Herma en Leo wisselen wijselijk van boda boda rijder. Een ruige rijder merkt Leo nu ook.
Voor een bezoek aan het tweede dove kind, een meisje, hoeven we alleen maar gebruik te maken van de matato, de 14-manstaxi. Ook hier overvallen we de mensen. Het betreffende meisje heet Judith en is tien jaar oud.

Ze is wees geworden toen ze een jaar of drie was. Ouders zijn aan aids overleden. Een tante, zelf zeven kinderen hebbend, heeft de zorg voor haar op zich genomen. Judith is een zeer pienter en leergierig meisje. Ze heeft de Bishop Westschool doorlopen en was voor een vervolg aangewezen op een school in Kampala. Dat was een brug te ver, te duur. Dus thuiszitten bij een familie waar ze zich eigelijk niet op haar plek voelde restte.
Ook hier is het besluit gauw gevallen. Doen! Hakuna matata kunnen we zeggen aan het einde van een welbestede dag.

Kinderspel en dovemansoren

 Een weekje met horten en stoten op het internet levert ons aardig wat balspelen en buitenspelen op. Onze kindertijd herleeft. “Boter, kaas en eieren” en het speellied “Advocaatje leef je nog?” hebben we op het internaat er al ingeramd.
Nu zal men kennismaken met de geneugten van de Nederlandse jeugd. Wat te zeggen van blikspuit, lummelen, hinkelen, sjoelen? We maken een reisje naar de hoofdstad Kampala  op zoek naar badminton, frisbee, yahtzee, domino, enz.

Na een vermoeiend dagje door de stad sjouwen komen we tot de conclusie dat dergelijke dingen bijna niet te vinden zijn. Een paar badmintonsets is onze enige buit. Dan het accent maar op de bal- en buitenspelen. Alles wordt op papier gezet en in het Engels vertaald. De directeur denkt zelf meer aan een draaimolen. We doen er nog een schepje bovenop en stellen ook een paar schommels voor.  Het is voor ons lastig te informeren naar de prijs van dergelijke toestellen. Als een muzungu (blanke) naar de prijs vraagt, gaat die zomaar een paar keer over de kop. Voor Oegandezen zijn alle muzungu’s rijk, daar valt niets aan te veranderen. Bij een “preschool” in de buurt zien we een paar schommels staan. De directrice kan ons een richtprijs geven en dat moet haalbaar zijn. Aan de directeur van de Bishop Westschool vragen we vervolgens of hij iemand kan regelen die draaimolen en schommels kan maken met vooraf een prijsopgaaf. Dat kan. Maar een weekje achter de directeur aanlopen levert niets op. We krijgen de neiging de schommels en draaimolen maar door te draaien.

Met de oppas van het internaat spreken we af zondagmorgen te komen om met de kinderen een aantal spellen te spelen. Herma wil ook graag met de kinderen koppen van papier-maché maken om de slaapzaal wat op te vrolijken.
Op de afgesproken dag en tijd komen we bij het internaat waar we wel de kinderen aantreffen maar geen leiding. De “matron” is met een kind naar het ziekenhuis, de andere kinderen alleen achterlatend.
Als de kinderen  ons in de gaten krijgen, komen ze aanhollen. De meegenomen badmintonsets worden bijna uit onze handen gerukt. Leo tekent een hinkelbaan en hinkelshowt hoe die werkt. Dat heeft men gauw door. Er wordt enthousiast gehinkeld. Enkele kinderen tekenen zelf nog een paar hinkelbanen. Nog meer kinderen kunnen aan de bak.
Voor de jongens gooien we nog “paalvoetbal” erin. Enkele kleine “Kuytjes” weten daar wel weg mee.

Het enthousiasme werkt aanstekelijk. Touwtjespringen komt erbij. En voor de slimmeriken “kamertje verhuren”. Verbazingwekkend hoe snel kinderen doorhebben hoe spelletjes werken.
Tussendoor krijgen we nog even een demonstratie hoe kinderen in het gareel gehouden worden. Een paar kinderen zijn “verdwaald” in een schooltuin van een leerkracht en hebben de pech dat hij er net aankomt. De leerkracht hakt met een stuk hout even flink op een leerling in om vervolgens een ander nog een flinke lel om de oren te geven. Zo doe je dat dus. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom we stokken in de verschillende lokalen hebben zien staan.

Het is al aardig in de middag als de “matron” terugkomt. Voor Herma het sein om met papier-maché te beginnen. De belangstelling is overweldigend. Er is geen plaats voor alle kinderen. Geen probleem. Een aantal kinderen vermaken zich even goed als toeschouwer. Er zijn ook kinderen die met zijn tweeën aan een kop gaan werken. Eén kind doet alles in mime.

Werken met behangerslijm. De kinderen krijgen er geen  genoeg van. Logisch of niet, maar bij het vorderen van de werkstukken moet je constateren dat het echte Afrikaanse koppen worden. Wanneer we stoppen, ligt de grond bezaaid met gescheurde stukken krantenpapier. Zonder dat er iets gezegd hoeft te worden nemen een paar oudere meiden het heft in handen en ruimen alles op. Waarvan akte.
Op het terrein zien we overal spelende kinderen. De jongens die met een van de badmintonsets spelen hebben pech. De shuttle is op het dak terechtgekomen, te hoog om eraf te halen. De andere badmintonset is voor de meisjes. Maar die hebben ook pech. Een paar leerkrachten zijn komen buurten en staan nu enthousiast te badmintonnen.
Volgende week zondag gaan we op herhaling.

Meer foto’s zijn hier te vinden

Stroom, stromen, stromend

- Bij het woord stroom denken we aan het internetcafé dat we veelvuldig bezoeken om onze weblog te eten te geven maar ook om allerlei spelletjes en spelen te verzamelen voor de dove kinderen van het internaat. Daar gaat heel wat tijd in zitten. Als je geluk hebt, heb je na een uurtje een aantal gegevens verzameld, maar het kan ook voorkomen dat je in een uur niet verder komt dan je mail checken. Als er stroom is. Want dat is altijd maar de vraag. Kom je binnen en het is rustig dan weet je hoe laat het is, geen stroom. Tussentijds kan de stroom ook uitvallen. Je krijgt dan een tegoedbon voor het aantal ongebruikte minuten.
- Het werk van een tandarts is ook voor een groot deel afhankelijk van stroom hebben we aan den lijve ervaren. Een vulling verloren. Op naar de tandarts. Aardige vent maar helaas met de mededeling dat er geen “power” is. We worden verzocht de volgende dag terug te komen. Een wandelingetje van drie kwartier. Dat doen we liever dan gebruik maken van de boda boda. Ach en onderweg is steeds wel iets te zien om even bij stil te staan. De volgende dag is er weer geen stroom. De vijfde keer komen we zonder enige verwachting terug. Maar wonder boven wonder ….stroom! Leo kan plaatsnemen in een stoel vastgezet op een pallet. Om hem heen op de grond pruttelende pannen met water met daarin allerlei instrumenten. Herma scherp toekijkend of er geen aids-dreiging in de lucht hangt. Het moet gezegd, de vulling wordt keurig aangebracht.

- Teveel stroom is ook mogelijk. In ons guesthouse hebben we een wonderbaarlijk kookapparaat, de ene helft bestaat uit twee kookpitten op gas, de andere helft heeft twee kookpitten op stroom. Het apparaat doet het geweldig goed. Eigenlijk tegoed. Want koken op de “stroomhelft” levert je elke keer een schok op. We zijn geschokt en laten dit apparaat maar links liggen.
- Het kan hier hozen. Het water komt met bakken uit de hemel. Stromen water. Gelukkig zijn de buien maar van korte duur. Maar vallen ze ’s nachts op de golfplaten van het dak dan is de slaap voorbij.
Stromend water is iets anders. Dat is luxe. De meeste mensen zijn aangewezen op het halen van water met een jerrycan bij een bron. Een heel karwei. Stromend water, luxe, wie staat daar in Nederland bij stil?

Boda boda

Het meest gebruikte vervoermiddel in Oeganda is de boda boda: de brommer.
Waarschijnlijk is de boda boda ook het vervoermiddel waar het meest voor gewaarschuwd wordt: Pas op!, gevaarlijk. Geen gebruik van maken is dan ook het advies van Counterpart Travel. En dat nemen we ons heilig voor, ook omdat Herma door een val in het begin nog last heeft van haar rug.

- Maar als je camera kapot gaat en je moet voor reparatie naar Kampala waar je krijgt te horen dat jouw reparateur alleen per boda boda te bereiken is? Wat doe je dan?
- Maar als je op verzoek van de inspecteur van het speciaal onderwijs mee gaat naar een blindenschool en dan blijkt dat het laatste stuk om bij de school te komen alleen per boda boda afgelegd kan worden? Wat doe je dan?
- Maar als je in het weekend de watervallen in de Nijl wil zien en daar kun je alleen maar met de boda boda komen. Wat doe je dan?

Sputteren, sputteren en nog eens tegensputteren. Vervolgens waag je noodgedwongen de stap. Meteen in het diepe: elk op een boda boda in het drukke verkeer van Kampala. Om elkaar vervolgens direct uit het oog te verliezen. We worden elk naar een ander adres gebracht. Leo heeft geen mobieltje en een van de bestuurders ook niet. Gevolg is dat we tevergeefs op elkaar wachten. Teruggaan naar het beginpunt blijkt uiteindelijk de oplossing. Daar wacht ons dus meteen de volgende rit.
Het moet gezegd, de boda boda loodst je handig door het verkeer. Maar de boda boda heeft ook nadelen merken we tijdens een ritje naar de Nijl. De af te leggen weg is rood en stoffig. En dat zijn wij ook na het ritje. Rood haar, rood gezicht, rode kleren. Op de terugweg worden we nog getrakteerd op een hoosbui.

Op bezoek in Kampala bij dochter Stephanie horen we dat haar studiegenoot een ongeluk met de boda boda heeft gehad en kunnen we een knie met alle kleuren van de regenboog bewonderen. Leve de boda boda!