Het Lejofonds 2009. Op naar 2010!

Met behulp van het Lejofonds en de gulle gevers, genoemd in de rubriek ‘Dank’ zijn wij in staat geweest

• twee geitenprojecten op te zetten en te starten, waardoor
- kinderen en wezen van het internaat van de Good Samaritanschool d.m.v. geitenmelk aanvullende, goede voeding krijgen, belangrijk voor het verbeteren en instandhouden van een goede gezondheid;
- twee dove kinderen uit hun isolement zijn gehaald, zijn geplaatst op een internaat, nu onderwijs krijgen en speciaal onderwijs in de ’sign language’;
- vele families, veelal geïsoleerd wonend, door middel van geiten de beschikking krijgen over middelen om een kind naar school te sturen waardoor zij weer een toekomst hebben;
- steeds meer families hulp krijgen omdat andere families het eerstgeboren geitje aan hen geven;

• Verder heeft de Good Samaritanschool de beschikking gekregen over middelen om de ‘honger’ naar handvaardigheidslessen enigszins te stillen.

• De dove kinderen van de Bishop Westschool hebben voor de vrijetijdsbesteding een aantal spellen en spelen geleerd en de beschikking gekregen over bijbehorende materialen.

• De directeur van Besaniya Children’s Homeheeft de beschikking gekregen over financiële middelen om twee hectare land te ploegen om gewassen te planten, noodzakelijk voor de voeding van de weeskinderen.

• Voor een aantal gehandicapte kinderen hebben we kunnen bemiddelen in het verkrijgen van een rolstoel.

• Gehandicapte kinderen kennen nu de software van uitgeverij Bruna en genieten daarvan.


• Gehandicapte mensen uit Lusaki krijgen de eerstgeboren Zuid-Afrikaanse bok uit het project ‘Goat to Goat’, waardoor zij een project kunnen opzetten voor de eigen ‘lokale’ geiten.

• Door een prachtige gift hebben wij een laptop achter kunnen laten voor de directie en bestuur van de Good Samaritanschool waardoor zij effectiever kunnen werken voor de school en de in gang gezette projecten en niet meer stukken te hoeven laten uitwerken door anderen in Mukono. Daardoor hoeft er ook minder gereisd te worden, waardoor er wordt bespaard op kosten en tijd.

- Aan het Besanyia Childrens Home is een afdeling verbonden waar kinderen met handicaps aan hun ledematen worden behandeld. Deze afdeling heeft dringend behoefte aan vrijwilligers die als orthopeed ingezet kunnen worden. Wij zullen mogelijkheden onderzoeken.
- Zowel de Bishop Westschool als een school voor voortgezet onderwijs in Kiyunga willen graag in contact komen met Nederlandse ‘partnerschool’. Wij gaan op zoek.
- Voor de ‘Good Samaritanschool’ en een groep gehandicapte mensen in Lusaki onderzoeken we of er een afzetmarkt is voor hun ‘handicrafts’ en de mogelijkheden voor het maken van nieuwe producten.

Met de directie van de ‘Good Samaritan’ is afgesproken dat zij het Lejofonds driemaandelijks verslag doen over de voortgang en ontwikkelingen van het “Goat to goat” project. Via deze weblog zullen wij hierover via “Nieuwsbrieven” berichten.

De rest van 2009 zullen wij ook gebruiken om te onderzoeken hoe wij fondsen kunnen verwerven voor onze activiteiten in Oeganda 2010.

Tot slot willen wij iedereen, die op welke wijze dan ook belangstelling heeft gehad voor ons werk in Oeganda nog eens hartelijk bedanken.
Wij hopen via de ‘nieuwsbrieven’ contact te blijven houden.

Zie ginds komt de stoomboot!

Donderdagavond wonen we een scholingsavond van de veearts bij. Een zeer interessante avond. Heel duidelijk wordt dat je met de opzet en start van een geitenproject er niet bent. Er komt het nodige kijken bij het verzorgen van de beesten, de preventie tegen ziekten, op tijd vaccineren, ontwormen, enz. Hygiëne is belangrijk. Het terrein moet schoon zijn.

Het mooiste is een terrein aansluitend aan de stallen in acht vakken te verdelen. De geiten grazen overdag in een vak. Als dat kaal is gaan ze naar een volgend vak, enz. ‘s Nachts slapen ze dan in de stal. Een stuk grond van 100 bij 200 meter is beschikbaar. Maar dit moet dan omheind worden. Door het planten van bepaalde struiken binnenin ontstaan dan de verschillende vakken. Het is meer dan wenselijk naar de mening van de veearts om dit te realiseren. Voorlopig ontbreken daarvoor de centen.

Vrijdagochtend hebben we een ochtendcursus ’sign language’ voor ouders van dove kinderen gevolgd op de Bishop Westschool. Best pittig.
Vrijdagmiddag hebben we in de namiddag opnieuw een afspraak met de veearts. Hij zal de nieuwe serie geiten van een oormerk met naam voorzien. Voor het thuisfront willen we dat op de foto zetten. De veearts ia altijd stipt op tijd zoals hij ons eerder verteld heeft. Maar nou valt hij toch door de mand. We moeten meer dan twee uur op zijn komst wachten. Als de oormerken worden aangebracht is het inmiddels bijna donker zodat goed fotograferen lastig wordt.

Een aantal foto’s van de geiten met hun naam uit geitenproject 1 en 2 zijn nu ondergebracht in de rubriek ‘Recente foto’s’.

Vrijdag bereikt ons een bericht van de directeur van de TESO, de Koninklijke N.V. Texels Eigen Stoomboot Onderneming, n.a.v een geplaatst bericht in de Texelse Courant. In Mukono zien  wij dagelijks een bus met het opschrift Teso Coach rijden. Voor ons aanleiding de bus te fotograferen en de foto’s, voorzien van een kort commentaar op te sturen naar de Texelse Courant. De redactie schreef hierover een artikeltje in de krant. Ook op de internetversie. Zie hieronder. De directeur van de TESO laat ons weten het bericht met foto gezien te hebben in de Texelse Courant en meldt ons een koninklijke gift van de zijde van de TESO uit waardering voor ons project. Chapeau!

Zaterdag is het de dag van afscheid nemen. Adieu, partir, c’est mourir un peu, zeggen de Fransen, afscheid nemen is een beetje sterven. Zo voelen wij het ook. Maar we komen terug!

Een dag om niet te vergeten

Vandaag staan drie belangrijke zaken op het programma. ’s Morgens houden we en lezing voor een aantal gehandicapte mensen, ’s middags biedt de Good Samaritan ons een kleine farewell-party aan en tegen de avond zullen we de ‘lokale’ geiten uit geitenproject nummer twee ophalen. Een bijzondere dag!

De dag begint met een ‘valse start.’ Om half negen zullen we opgehaald worden om naar Luwasi te gaan. Dat wordt pas om kwart voor elf. Leo mag van Herma de toespraak houden.
Voor de zekerheid hebben we wat steekwoorden op de laptop gezet. Maar als het zover is, werkt de laptop niet. En doet Leo het zonder. Dat geeft  gelukkig geen problemen. Er is een tolk beschikbaar. Zij vertaalt het Engels in het Oegandees. Een aantal aanwezigen zijn de Engelse taal niet machtig. Leo vertelt over de plannen voor de Bishop Westschool, over geitenproject 1 en 2 en over de handvaardigheidsproducten die ouders maken om te verkopen ten bate van de school, hoe wij hier tegen aan kijken en welke mogelijkheden wij zien. Er is af en toe handgeklap. Na de toespraak worden tot onze verbazing geen vragen gesteld.

Er komt een vrouw naar voren die demonstreert hoe je van tijdschriftenpapier ‘kralen’ voor een ketting kunt maken. Kettingen kun je verkopen om wat geld te genereren. Na deze demonstratie is er gelegenheid tot het stellen van vragen. En dan blijkt dat men erg enthousiast over ons verhaal is. Het liefst zag men ook een geitenproject in hun regio gerealiseerd. Geitenproject twee lijkt het meest aan te slaan. Men maakt ons duidelijk genoeg ruimte te hebben. Zelf kunnen zij zorgen voor stallen. Er zijn ook ‘lokale’ geiten. Een Zuid-Afrikaanse bok, daar zit men om te springen. Maar die zijn erg duur. Wij maken duidelijk dat we vlak voor vertrek naar Nederland zitten. We zullen in elk geval de situatie bespreken met de directeur van de Good Samaritanschool. We houden contact. Misschien kunnen we volgend jaar hier een project realiseren. Enthousiasme alom. Later op de dag krijgen we van de directeur van de Good Samaritanschool de toezegging dat wanneer een Zuid-Afrikaanse bok geboren wordt deze naar de mensen in Lusaki gaat. Schitterend!. We zullen de mensen erover berichten.

Een andere toezegging hebben we gekregen van de directeur van het Besanyian Childrens Home waar wij gehuisvest zijn. Wanneer wij gehandicapte kinderen onder de achttien jaar ontmoeten die een rolstoel nodig hebben, kunnen we dat bij hem melden. Hij kan ervoor zorgen dat ze er eentje krijgen. Dit gegeven melden we ook aan de gehandicapte mensen.
Deze mededeling slaat in als een bom. Direct wordt actie ondernomen. Uiteindelijk krijgen we een lijst mee met 12 namen. Die zullen we doorspelen.
Onze dag kan niet meer stuk.

Rond drie uur zijn we op de Good Samaritanschool. We worden uitgenodigd naar een ruimte te komen waar alle kinderen en leerkrachten al aanwezig zijn. Na een inleidende toespraak wordt het volkslied gezongen, gevolg door een kort gebed. En dan volgen speeches, afgewisseld met zang en dans door de kinderen. Uit de speeches spreekt een geweldige dankbaarheid voor wat in zo korte tijd met behulp van ons en het Lejofonds gerealiseerd is. Kinderen zingen zelfgemaakte liederen waarin zij apart Herma en Leo en het Lejofonds bedanken en aangeven dat zij ons zullen missen en ons een behouden terugkomst wensen.

Herma houdt het niet droog. De wijze waarop de verschillende groepen hun lied, soms tezamen met een dans naar voren brengen is aandoenlijk, de inhoud  doet je wat.
Toespraken worden gehouden door een schoolbestuurslid, een leerkracht, de adjunct-directeur en tenslotte de directeur. Aan het eind van zijn speech krijgen wij van hem een “Certificate of Appreciation” uitgereikt als dank voor onze inspanningen voor de school.

Verder geeft hij aan dat het schoolbestuur in een gehouden vergadering van 16 maart heeft besloten ons te benoemen tot ‘Patron’ van de Good Samaritan Integrated Primary School. Ons wordt beiden de notulen van deze vergadering overhandigd en in een apart schrijven aan ons wordt de benoeming nog eens medegedeeld. Ons valt een grote eer ten deel, dat is duidelijk.
Op zijn beurt bedankt Leo alle betrokkenen voor de gastvrijheid en vriendschap ons gegeven.

We nemen ’sweet memories’ mee terug naar huis. Volgend jaar komen we terug om te zien hoe de projecten zich ontwikkeld hebben. Dan nemen we een fotoboek mee met daarin een selectie van gemaakte foto’s en een film van de gemaakte videobeelden.

Tot slot geeft men aan het zeer op prijs te stellen als Herma ook nog een woordje wil doen. De kinderen hebben daarop aangedrongen. Ook Herma bedankt op haar beurt iedereen en geeft aan de kinderen te zullen missen, waarna een snik volgt. Vervolgens vraagt ze de kinderen goed voor de beesten te zorgen. Dit levert haar een klaterend applaus op.
Wij trakteren de kinderen op ’sweeties’ En wij worden na afloop getrakteerd op en heerlijk etentje. De dag kon al niet meer stuk, de dag is er nu eentje om niet te vergeten.

Tegen de avond gaan we met de pick-up truck naar de geitenfarm om onze 11 geiten te halen. Aangekomen bij de geitenfarm blijken ze daar niet te zijn wat wel de afspraak was. Wat staat ons nu weer te wachten? Gelukkig zijn ze er wel maar op een plaats een paar minuten verderop. Daar zien we het moet gezegd, schitterende beestjes.

De veearts keurt er slechts eentje af. Daarvoor in de plaats weet men snel een ander te toveren. Zeer tevreden brengen we de geiten naar het terrein van de Good Samaritanschool. Daar komen we in het donker aan.
Veel is er dus niet meer te zien. Dus gaan we tevreden terug naar Mukono. Daar schaffen we ons een flesje wijn aan. ’s Avonds toasten we op een zeer geslaagd verblijf in Oeganda.
Donderdag wacht ons nog een trainingsbijeenkomst met de veearts, vrijdag bezoeken we nog een ouderbijeenkomst voor de ouders van dove kinderen op de Bishop Westschool, en verder hebben we tijd nodig om van veel mensen afscheid te nemen. Zaterdagavond vertrekken we naar Kampala, waar we Stephanie nog even ontmoeten en dan is het richting vliegveld waar we zondagochtend om half vijf vertrekken.

De volgende aflevering van deze weblog komt dan vanuit Nederland

Zevenentwintig nieuwe foto’s zijn hier te bewonderen

Geen bokkensprongen maken, maar wel vooruit met de geit.

Uit de weblog is op te maken dat er giften binnenkomen voor het Lejofonds.
We doen daarbij de toezegging dat we het geld goed zullen besteden. We willen daarmee geen gekke bokkensprongen maken.

Bij ons bezoek aan de drie county’s  waar het geitenproject loopt, hoorden we telkens dat er nog veel kinderen niet naar school gaan omdat ouders het schoolgeld niet kunnen betalen.
Dat blijft ons bezighouden. Bij ons geitenproject op de Good Samaritanschool hebben we ook een Zuid-Afrikaanse bok aangeschaft. Kunnen we die niet een plezier doen met ‘lokale’ geiten?. Of kunnen deze geiten dat niet aan? De veearts beaamt dat het mogelijk is. De jonkies krijgen Zuid-Afrikaans bloed, wat de kwaliteit en de waarde alleen maar ten goede komt. De ‘lokale’ geiten zijn lang niet zo duur in aanschaf als de Zuid-Afrikaanse geiten. Een Zuid-Afrikaanse bok is beschikbaar. Geitenproject nummer twee is geboren. Van de giften willen we 11 lokale geiten kopen. Deze geiten komen op het terrein van de Good Samaritanschool te staan. De Zuid-Afrikaanse bok mag ook hier zijn werk doen. Als de geiten in verwachting zijn gaan ze naar geselecteerde gezinnen in een van de county’s waar veel kinderen nog niet naar schoolgaan omdat de ouders het schoolgeld niet kunnen betalen terwijl dit niet al te hoog is vergeleken met andere scholen.
We stellen dezelfde voorwaarden als in het andere project. Families die een kind hebben dat nog niet school gaat krijgen voorrang. Een gezin dat een geit krijgt is verplicht het eerst geboren geitje door te geven aan een andere familie. Het door ons zo gewenste ’sneeuwbaleffect’ wordt op deze wijze  gegarandeerd. De directeuren van de Good Samaritanschool geven hun medewerking. Zij zullen ook weer zorgen voor de selectie van gezinnen en ervoor zorg dragen dat de geiten op de goede plaats komen. De ‘leaders’ zullen erop toezien dat een kind uit het gezin dat een geit krijgt naar school gaat en tenminste de primary school afmaakt. We kopen 11 geiten bij een ‘handelaar.’ Deze man zoekt in de regio de geiten bij arme families en koopt ze van hen waardoor zij geld ter beschikking krijgen om een kind naar school te sturen. Mooi meegenomen. Om er zeker van te zijn dat we goede geiten kopen wordt de veearts weer ingeschakeld. Hij zal daarop toezien.
We kunnen de gulle gevers goede berichten sturen en dat geeft ons een goed gevoel.

Deputy headmaster van de Bishop Westschool, dochter van de headmaster

We komen niet zoveel meer op de Bishop Westschool, eigenlijk alleen maar op de boardingschool voor de dove kinderen. We zijn te druk met het geitenproject op de Good Samaritanschool. Als we de headmaster of deputy headmaster toevallig tegen het lijf lopen praten we hen even bij over onze bezigheden.
Lydia, de deputy headmaster, is degene die ons projectplan voor de Bishop Westschool ‘not common’ vond en daarmee voor ons er al een streep doorheen zette.

Lydia laat ons weten het erg op prijs te stellen ons haar geboortedorp te laten zien en daar een school te bezoeken. Na een keertje afstel op het laatste nippertje, komt het er nu dan van. We gaan naar Kayunga, een dorpje  ruim een uur rijden verderop. Deze weg is geasfalteerd. maar er zijn hele stukken waar de weg zo vol gaten en kuilen zit dat je door de berm moet.

Het straatbeeld van Kayunga maakt al duidelijk dat we hier met arme mensen te maken hebben. Dan staan we plotseling voor een gesloten poort. Achter de poort blijkt zich een schoolterrein te bevinden en het woonhuis van Lydia’s moeder. Moeder bijkt headmaster van de primary school te zijn. Ze heeft zelf de school opgericht in 1968. Ze is met zeven kinderen begonnen in haar woonkamer. Dit huis is nu ook onderdeel van de school. We bezoeken alle klassen. Dat is voor ons steeds weer een feest. De klaslokalen zijn donker en vervallen. De groepen zijn klein, te klein. De school is een private school. Om uit de kosten te komen zijn meer leerlingen nodig. Teveel kinderen gaan nu nog niet naar school. Veel kinderen dragen geen uniform. Daar is geen geld voor. Ze zijn sjofeltjes gekleed en een aantal hebben zelfs geen schoenen aan. Naast de primary school staat een secundary school.

Die ziet er beter uit.
Het blijkt dat een secundary school kan rekenen op wat overheidsgelden. De directeur van deze school blijkt de broer van Lydia te zijn. Voor de eerste keer bezoeken we klassen van een secundary school. De kinderen zijn er heel wat terughoudender dan op een primary school. Na de bezoeken aan de beide scholen maken we nog en klein uitstapje naar een plek waar we een schitterend uitzicht hebben over de Nijl. Uit de gesprekken met vooral Lydia en haar moeder wordt duidelijk dat een geitenproject zoals op de Good Samaritan hier ook erg welkom is. Dat kunnen we alleen maar beamen. Toezeggingen kunnen we niet meer doen. Misschien volgend jaar.
 

Eén schaar voor de hele school

Ja, een dagje handvaardigheidslessen geven op de Good Samaritanschool, dat lijkt ons wel wat. Herma als lerares en Leo als onderwijsassistent. Eerst maar eens nagaan wat de school aan materialen bezit. En dat is niet veel. Welgeteld één schaar is er op school te vinden. Met die ene schaar en wat lijm houdt de voorraad al snel op. De school kan wel zorgen voor klei. Wij zullen zorgen voor de andere benodigde materialen. Er is nog een hele zoektocht door Mukono voor nodig om een tiental fatsoenlijke scharen te vinden. Garen van katoen is helemaal niet te vinden, niet in Mukono, niet in Kampala. Na lang zoeken krijgen we eindelijk een paar bosjes gekleurd touw te pakken.

Van 9 tot 4 uur gaan we lesgeven.
’s Morgens om negen uur tot de ‘break’ van 10.30 uur willen met de kinderen uit P6 een trekpop maken. Na de pauze willen we met papier en een ‘wegwerpbord’ een ‘kop’ maken met P4.
Voor de middagpauze is P5 aan de beurt en die kinderen willen een knooptechniek leren.
’s Middags is P6 weer aan de beurt om van papier maché een poppenkasthoofd maken.
Tenslotte maakt P5 een kleiwerkstuk maken.

We willen het eenvoudig houden. Daarom hebben we een avondje met behulp van carbonpapier trekpop-onderdelen zitten tekenen op karton. De kinderen van P6 hoeven de onderdelen alleen maar uit te knippen en vervolgens leuk te verven. En wat ons zo eenvoudig lijkt, blijkt niet zo te zijn voor deze Oegandese kinderen. Het knippen is een moeizaam, en tijdrovend karwei. Aan de manier van vasthouden van de schaar kunnen we zien dat voor veel kinderen het knippen met een schaar een eerste ervaring is.  

We hebben het hier over kinderen uit de één na hoogste groep. We zien het al gauw , we hoeven met deze klas ’s middags niet met een andere activiteit te beginnen. Alle tijd is nodig voor de trekpop. Voor P4 hebben we wegwerpborden waar de kinderen een gezicht op kunnen maken van stukjes gekleurd papier.
Verven is ook mogelijk. Verder is het de bedoeling dat ze zowel hun linker- als rechterhand op papier leggen. en deze met potlood omtrekken. Vervolgens de handen uitknippen en dit gebruiken als haar voor de kop. Na de ervaringen met P6 weten we wat ons te wachten staat. Het knippen is ook hier een inspannend karwei. Niet verwonderlijk dat er een paar vingers sneuvelen. Gelukkig zijn dit de papieren vingers. De werkstukken komen niet af. Dat mag onder leiding van de klassenleerkracht.
P5 leert de ’s morgens weitasknoop. Een eenvoudige knoop waar je ook heel ingewikkeld mee kan worden zo leert de ervaring met de kinderen.
P6 maakt ’s middags de trekpop af. men is trots op het resultaat.

’s Middags mag P5 van de beschikbare klei een nieuw dier maken van onderdelen van bestaande dieren. De klei, grondklei, is te nat en te plakkerig, maar toch wordt er enthousiast mee gewerkt  En dat zien we de hele dag. Kinderen die enthousiast bezig zijn, trots zijn op hun werkstukken. Deze kinderen hongeren naar handvaardigheid.
Scharen, kwasten, verf en de andere materialen laten we op school achter. Een cadeautje van het Lejofonds.