11 maart 2010

Martijn


2 kinderen links gaan straks naar school


Fundering 3 lokalen










Fred

10. De geit is de koe van de armen

Twintig families hebben inmiddels een geit van het project gekregen. De geiten zijn drachtig. Binnenkort zijn vele jonkies te verwachten. En dat betekent dat nieuwe families een geit kunnen krijgen.

Negen dove kinderen zijn m.b.v. het Lejofonds naar de dovenafdeling van de Bishop Westschool en de Mulagoschool te Kampala gestuurd. Twee kinderen zijn naar een internaat voor een school voor speciaal onderwijs gegaan. Zij verblijven daar op een internaat. De internaatskosten zijn hoog. Deze families krijgen of hebben een geit gekregen. Zij moeten volgend jaar zelf voor het schoolgeld van hun kind zorgen.

In de aflevering Gods Gloria staat te lezen dat m.b.v. het Lejofonds vier kinderen die niet naar school gingen nu naar school gaan. Ook hier is het schoolgeld betaald door het Lejofonds en moeten ouders volgend jaar het schoolgeld zelf betalen. Zij krijgen daarvoor een geit vanuit het project.

Binnenkort zullen er opnieuw een aantal kinderen naar school gaan. De Jozefschool op Texel voert op dit moment een actie en afgesproken is dat de opbrengst bedoeld is om het schoolgeld voor kinderen in de omgeving van de school Gods Gloria, die nog niet naar school gaan, te betalen. Deze families zullen via het Lejofonds geiten krijgen zodat ouders volgend jaar het schoolgeld zelf kunnen betalen.

Bijkomend voordeel voor de school Gods Gloria is dat zij zo schoolgeld binnenkrijgen waarmee zij drie nieuwe klaslokalen waarvan de fundamenten er al staan een stuk verder kunnen afbouwen.

De ervaring leert dat het tijd kost voordat een geit inkomsten oplevert. We zitten er nu aan te denken om de hiervoor genoemde families meer geiten te geven. Misschien dat we zelfs twee geiten en een bok gaan geven om transportkosten te minimaliseren. Nu moet een geit naar de bok gebracht worden om gedekt te worden. De afstanden zijn groot.

Een andere mogelijkheid is om naast een een of meerdere geiten een stel kippen te geven. Met kippen zijn eerder inkomsten te verkrijgen. Dit zijn overwegingen voortkomend uit evaluatieve gesprekken.

Tot nu toe ligt de uitvoering van het project in handen van twee leden van onze counterpart. Zij doen al het werk op vrijwillige basis. Dit voldoet niet langer. Er zal personeel aangesteld moeten worden die werken volgens vastgestelde taakomschrijvingen. We zijn daar druk mee bezig.

Ook de rol van de veearts zal veranderen. De taak van de veearts zal in de eerste plaats preventief zijn. Hij zal regelmatig een ronde doen om alle geiten te monitoren Tot nu toe werd de veearts met name ingeschakeld als er een ziekte bij een geit geconstateerd was.

Nieuwe families die in aanmerking komen voor een of meerdere geiten, volgens voorop gestelde voorwaarden, moeten worden geselecteerd . Zij krijgen alvast een training in het omgaan en het verzorgen van geiten.

We zijn bezig met de voorbereidingen om op het terrein van de Good Samaritanschool een grote productietuin aan te leggen. Deels zal dit voer voor de geiten opleveren.

Al met al: er is veel te doen en de tijd gaat erg snel.





11 maart 2010

















Lejofonds op de Oegandese televisie

Het team van de Good Samaritanschool heeft 6 nieuwe leekrachten. Het zijn een stel jonge honden, fanatiek en enthousiast. Zij nemen het initiatief een sportdag voor de school te organiseren.Voor het eerst.

Het geheel wordt groots opgezet. De leerlingen zullen in verschillende groepen onderlinge wedstrijden doen. Het zou mooi zijn als de groepen in verschillende kleuren shirts zouden kunnen strijden. Een van de leerkrachten wordt uitverkoren om daarvoor sponsoren te vinden. Het Lejofonds is gauw gevonden.

Ook worden voor deze dag officieel een aantal gasten uitgenodigd. Als vertegenwoordigers van het Lejofonds horen Leo en Herma Annyas daar ook bij.

De uitnodiging is officieel: handtekening en schoolstempel ontbreken niet. De bijlage is origineel; een gespecificeerd overzicht van alle kosten, een verkapte uitnodiging om met een paar centen over de brug te komen.
De hoofdprijs voor de uiteindelijke winnaar blijkt een heuse geit te zijn.
Waar een geitenproject al niet goed voor is, zou je denken. Gelukkig blijkt de geit aangekocht te worden en is die niet afkomstig uit het project.

De avond voor de sportdag krijgen we een sms. De pers rukt uit. De televisie zal aanwezig zijn en ook de schrijvende pers. Vanwege dit gegeven heeft onze counterpart bedacht dat het project van “Goat to Goat” een officiële start moet krijgen. We sms-en terug wat er van ons verwacht wordt. Daarop krijgen we geen reactie.

De volgende dag blijkt de televisie inderdaad aanwezig te zijn. Het is International Children’s Day of Broadcasting, een aantal jaren geleden uitgeroepen door Unicef. Voor 2010 heeft Unicef radio- en televisie-omroepen over de hele wereld uitgenodigd aandacht te besteden aan deze dag. De Oegandese nationale televisiezender WBS heeft gehoor gegeven aan deze oproep. Als onderwerp is gekozen voor de sportdag van de Good Samaritanschool met daarin opgesloten een verslag van het project “Goat to Goat”. Voor dat laatste wordt Leo geinterviewd. Hij mag aangeven hoe het project tot stand is gekomen en wat de ervaringen zijn.

We volgen daarna hardloopwedstrijden samen met de kinderen en vele ouders. Onze “sponsorleerkracht” blijkt ook een enthousiaste ‘”speaker” te zijn die het publiek aardig weet op te zwepen.

Niet alle wedstrijden volgen we. Er moet gewerkt worden. Onder de ouders bevindt zich een expert op tuinbouwgebied, zo wordt ons gemeld. We worden uitgenodigd met hem te overleggen over een productieplan voor de aan te leggen tuin.
Daardoor missen we de finale en de uitreiking van de geit.

De volgende avond eten we ‘s avonds in de tuin van een hotel.
De telefoon gaat. Over vijf minuten begint de uitzending op de t.v.
In de tuin staat een enorm televisiescherm opgesteld. Direct vragen we of het mogelijk is af te stemmen op de zender WBS. Men gaat aan de slag om vervolgens na een paar minuten terug te komen met de teleurstellende mededeling dat de bewuste zender niet in het systeem van het hotel zit.

Nu maar kijken of we nog een c.d. van de uitzending te pakken kunnen krijgen.


11 maart 2010

Richard








Jonathan








“We lost hope”

In de aflevering “Alle zegen komt van boven” verhalen we hoe we, samen met Anita en vertegenwoordigers van verschillende sub-counties, gehandicapten in afgelegen gebieden bezoeken om te zien of ze geholpen kunnen worden met hulpmiddelen zoals rolstoel en buggy die Anita in Nederland verzameld heeft en die nu onderweg zijn naar Oeganda. Inmiddels hebben we verschillende sub-counties bezocht.

Bij een gezin treffen we Richard aan, een meervoudig gehandicapte jongen van 10 jaar. Hij is ernstig vervuild. Snot zit in korsten rond zijn neus, kwijl loopt uit zijn mond. Hij heeft een grote, smerige wond op zijn hand. Richard zit daar moederziel alleen op de grond. Lopen kan hij niet. Op jonge leeftijd is hij verlamd geraakt door polio. Richard wordt zwaar verwaarloosd, dat is duidelijk. Ouders zijn niet thuis. Zij werken op het land.

Moeder wordt opgetrommeld. Het blijkt nog een jonge vrouw te zijn. Zij gaat bij de kippen op de grond zitten, ver verwijderd van Richard. Moeder laat weten dat ze het druk heeft met de andere kinderen. Ze heeft het geloof in Richard verloren: “We lost hope”.

Richard is ballast geworden, een straf van God en is van generlei waarde meer. Hoe krijgt zo’n jonge moeder dit uit haar mond over haar eigen kind? Het maakt bij ons verschillende emoties los. We citeren uit het verslag van Anita: “Sylvie stond huilend om een hoekje; Leo kon zijn woede bijna niet in bedwang houden toen hij de moeder boos toesprak over verantwoordelijkheid nemen voor je kind (wat Christine, de counselor vertaalde) en ik….ik stond daar maar te kijken. Te kijken naar Richard, naar zijn verslagen gezichtje en lijfje en ik had hem zo graag even willen vasthouden. En nu heb ik zo’n spijt dat ik dat niet heb gedaan!”.

We zijn nu bezig te kijken of we Richard, zo nodig met behulp van het Lejofonds op een internaat voor kindereen met ‘special needs” geplaatst kunnen krijgen Bij elk gehandicapt kind horen we een triest verhaal: kinderen die getroffen zijn door malaria of polio; kinderen die verkeerde behandelingen of te late behandelingen hebben gehad met ernstige gevolgen, ouders die hun kind dumpen bij familieleden of hun kind verstoppen of ernstig verwaarlozen. Heftig!

Heftig is ook het verhaal van Jonathan. Jonathan is een geestelijk en lichamelijk gehandicapte jongen van negen jaar. Hij ziet er veel jonger uit. Jonathan kan niet praten. Voor zijn moeder is hij “useless”. Zij heeft hem gedumpt bij een tante en is daarna vertrokken.

Tante verzorgt Jonathan zo goed en zo kwaad als mogelijk, Zelf geeft ze aan dat ze het probeert. Door geldgebrek kan ze vaak niet die zorg geven die wenselijk is. Het zorgen voor eten is al “een struggle for life”. Tante woont met een eigen kind en Jonathan in een klein huisje. In de kamer staat een bed waar ze met zijn drieën in slapen.

Vanuit het huisje hebben ze uitzicht op een prachtig huis aan de overkant. Hier woont de vader van Jonathan, inmiddels met een andere vrouw. De vader van Jonathan wil niets meer van hem weten. Er is dan ook geen sprake van dat hij de tante op de een of andere manier ondersteuning geeft.

“Sommige mensen hebben een verkeerde houding”, zegt een begeleidster gelaten. Dit is ook Oeganda!
Als we afscheid hebben genomen en verder gaan is het stil in de auto. Ieder is met zijn eigen gedachten bezig.

“We lost hope”. Het zullen je ouders maar zijn!




11 maart 2010

Kunstwerk Alex














Een cadeautje van zijn vader

Batu, James, Andrew, Alex, Katongole, Sandra en Amina zijn de dove kinderen die door toedoen van het Lejofonds uit hun isolement zijn gehaald en nu verblijven op het internaat van de Bishop Westschool . Regelmatig nemen we een kijkje om te zien hoe het hun vergaat.

Al een tijd heeft Alex zweren op zijn hoofd. We hebben Henriette, het hoofd van de dovenafdeling daarover gesproken. Ze heeft op haar “kantoortje” een wondermiddel staan dat ze zal gebruiken. We worden wel geacht daarvoor te betalen. Blijkbaar is het wondermiddel uitgewerkt want het werkt niet. Niet goed geld terug is hier onbekend.

Op de “ouderbezoekdag” ontmoeten we Peter, 22 jaar oud, broer van Alex. We wijzen Peter op de vele zweren op het hoofd van Alex. Peter weet ons direct te vertellen dat dit een cadeautje is van Alex vader. Het is syfilis, een ernstige overdraagbare sexuele aandoening. De ziekte zit inmiddels in het bloed van Alex vertelt Peter. Soms zoekt het een uitweg naar buiten en dan komen de zweren.

Thuis zoeken we op internet naar meer informatie. Het blijkt dat de ziekte verschillende stadia kent. In het laatste stadium zit de ziekte in het bloed. Zonder behandeling zal dit leiden tot ernstige schade aan de inwendige organen.

En dat betekent dat we binnen de kortste keren op de stoep staan bij de headmaster van de school. Afwezig. Dan naar Henriette. Niet te vinden. De “matron” op het internaat is bereid met Alex naar het ziekenhuis te gaan. Maar wie betaalt? We worden doorverwezen naar de administratrice. Zij wil eerst de “matron” spreken.

Dan krijgen we te horen dat de situatie van Alex als een “thuisziekte” wordt gezien, dus zal er contact opgenomen moeten worden met de ouders om die te laten betalen voor de gewenste behandeling. Malaria bijvoorbeeld wordt gezien als een ziekte die je op school oploopt. In dat geval betaalt de school.

Wij weten dat de ouders van Alex niet in beeld zijn. Grootmoeder is verslaafd aan alcohol. Daar hoef je het ook niet te zoeken. Van Peter weten we dat hij geen werk heeft en geen vaste verblijfplaats. Daar zitten de centen ook niet.

Wij worden nu als plaatsvervangende ouders gezien. Door ons toedoen is Alex tenslotte hier. Wij vinden alles goed als Alex maar zo snel mogelijk geholpen wordt.

Nu wij betalen vindt men het ziekenhuis eigenlijk niet meer zo’n geschikte plaats. Men weet een goede specialist. Die heeft meer kwaliteit in huis. Maar ja, hij is ook duurder. Wij willen kwaliteit en gaan voor de specialist.

Even later zijn we met Alex en de matron op weg naar de specialist. Lopen is te ver. We maken dus gebruik van ons favoriete vervoermiddel: de boda boda.

De dokter blijkt een reuze aardige man te zijn in een leeftijd die bij ons in de buurt komt, zo schatten we in. Hij stelt direct de diagnose: Tuiia. Dat klinkt anders dan syfilis en dat is het gelukkig ook. De dokter wil voor de zekerheid nog wel even een bloedonderzoek. Alex wordt meegenomen door de doktersassistente. Als we een tijdje later een gegil als van een speenvarken horen weten we dat Alex geprikt wordt.

De dokter wil weten waarom we hier zijn. Hij is zeer geïnteresseerd. Als het woord geitenproject valt, vertelt hij dat hij districtarts is voor melaatse mensen. Ze hebben ook een beginnend geitenproject opgezet. Hij nodigt ons uit een keer met hem mee te gaan. Hulp zou zeer gewaardeerd worden.

Het bloedonderzoek bevestigt dat er geen sprake van syfilis is. Een pak van ons hart. Alex heeft een huidinfectie en de dokter laat zien hoe dit behandeld moet worden. Nadat hij de wonden heeft ingesmeerd met een bepaald goedje worden de zweren wit van kleur. Met een mesje worden de zweren nu weg gekrabd. Opnieuw mogen we het geluid als van een speenvarken aanhoren. Daarna wordt het hoofd ingesmeerd met witte zalf. Klaar is Kees. Alex staat er mooi op.

De rekening wordt betaald. Maar daarmee zijn we er nog niet. De dokter laat ons niet gaan voordat hij nog een groepsfoto heeft gemaakt.


5 maart 2010












09. Wat een gemekker!

Oegandezen zijn dol op lange titels met de bijbehorende afkortingen. Zo ook de organisatie die ons heeft uitgenodigd voor een speciale bijeenkomst. Het is de Friends In Head Integrated Development Project, afgekort FINIDP, oftewel een geintegreerd ontwikkelingsproject voor vrienden in nood.

Deze organisatie wil het levensonderhoud van mensen verbeteren door het geven van voorlichting over HIV/Aids, door het uitvoeren van armoedebestrijdingsprogramma’s en het duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen.

In november 2008 heeft deze organisatie aan 25 families twee geiten en een bok gegeven. Vandaag moeten alle families drie beesten terug geven. De rest mag men houden. De beesten die terug komen worden aan nieuwe families gegeven.

De bijeenkomst wordt gehouden in het kantoor van de organisatie in Namusaki, 25 km verwijderd van Mukono. In stromende regen komen we daar aan. We zijn nog maar even binnen of we zien van alle kanten mensen aankomen met geiten en bokken. Ze worden voor het kantoor gestald.

Het kleine vertrek vult zich al gauw met mensen. Stoelen en banken worden aangesleept. Er is niet genoeg ruimte voor iedereen. Een aantal mensen moeten buiten plaatsnemen. Gelukkig is er een overkapping want het plenst van de regen. Vrouwen zijn in de meerderheid. Daaronder verschillende met zuigelingen.
Wanneer de bijeenkomst wordt geopend, worden wij keurig door de voorzitter in het Engels voorgesteld. Hij verontschuldigt zich daarna voor de voortzetting in het Oegandees, onverstaanbaar voor ons.

We hebben nu alle gelegenheid de aanwezigen te observeren. De bijeenkomst duurt lang, zeker voor de aanwezige kinderen. Ze geven echter geen krimp. Een klein jongetje, zittend tegen een bureau, begint te knikkebollen. Zijn hoofd valt opzij tegen een scherpe rand van het bureau. Het is even wakker schrikken, maar niet voor lang. Zuigelingen houden het op een andere manier vol. Zij zuigen. Zonder gene ontbloten de verschillende moeders daarvoor de borst.

Na de vergadering komen de bokken en geiten in het middelpunt van de belangstelling te staan. De farmers die de geiten en bokken hebben meegebracht gaan in overleg om de aanwezige beesten in tien nieuwe, evenwichtige groepen van drie in te delen. Dat vergt de nodige discussie.

Wanneer het karwei geklaard is, krijgt elke groep een nummer. Het getal wordt op een stukje papier geschreven en onder een steen gelegd bij de beesten. Opnieuw worden de cijfers 1 t/m 10 op stukjes papier geschreven. Herma krijgt de papiertjes en haar wordt verzocht deze de lucht in te gooien. Nu komen de nieuwe farmers naar voren om een papiertje van de grond te rapen om te kijken welk getal erop staat. Vervolgens kijkt iemand welk getal er bij de diverse groepen van bokken en geiten onder de steen ligt. Het getal wordt hardop geroepen. De farmer die het bijbehorende getal heeft kan nu zijn beesten ophalen.

Als iedereen zijn beesten heeft, is het tijd voor een groepsfoto. En dan is het de hoogste tijd om te vertrekken. We hebben nog een afspraak met onze counterpart. De afgesproken tijd zullen we niet meer halen. We worden al een klein beetje Oegandeesjes.

We hebben nog veel vragen over het project. Wie weet of ons eigen project daar voordeel mee kan doen? Gelukkig is de voorzitter bereid de volgende dag bij ons langs te komen om die vragen te beantwoorden.




5 maart 2010

Meeting


Andrew


Moeseirve, meervoudig gehandicapt




Jojange, dove jongen




Alle zegen komt van boven

Via een email wordt het Lejofonds benaderd door een Nederlandse mevrouw, Anita die in Mukono verblijft. Zij heeft in Nederland actie gevoerd en heeft rolstoelen, rollators, buggies, hoorapparaten, speelgoed e.d. verzameld. Alle spullen zijn per container onderweg. Zij dacht de materialen te kunnen gebruiken voor gehandicapte kinderen in een weeshuis in Kampala. Maar dit weeshuis blijkt erg klein te zijn en bovendien is er geen gehandicapt kind te bekennen. Nu zoekt zij een goede bestemming en heeft het Lejofonds benaderd om te helpen.

Wij schakelen onze counterpart in.
Deze mobiliseren de counselors van een aantal sub-counties. En dit leidt tot een gezamenlijke vergadering. We zitten in de tuin van een hotel. Het weer is dreigend. Ik vraag of we het droog houden. Een van de deelnemers antwoordt bevestigend. “ Ik heb ervoor gebeden”. Even later regent het en moeten we de vergadering voortzetten in het hotel. Uit de verhalen van de vertegenwoordigers van de diverse sub-counties komt een triest beeld naar voren. In de afgelegen gebieden wonen vele gehandicapten, verstoken van elke hulp.

We besluiten de komende tijd verschillende sub-counties te bezoeken om ons een beeld te vormen. Na de vergadering beginnen we daar meteen mee. We zullen vier families bezoeken in het verst gelegen gebied. Daarna komt vandaag nog een dichterbij gelegen gebied aan de beurt. Vertegenwoordigers van verschillende sub-counties reizen mee. Er is een grote Landrover gecharterd waar we met zijn achten inzitten. Een van de vertegenwoordigers bidt voor een veilige reis.

Na ongeveer 25 km verlaten we de verharde weg. De onverharde wegen zijn slecht. De regen heeft het er niet beter opgemaakt. Diepe sporen en kuilen zijn gevuld met water. Het is af en toe glibberen.

Bij de eerste familie ontmoeten we Andrew, een jongen die verlamd geraakt is door de polio en geestelijk niet volwaardig is. Hij zit op de grond met zijn hoofd bijna op de knieën. Op een stoel gaan zitten lukt niet. Een rolstoel zal hier geen effect sorteren. Ook bij de tweede familie zien we een dubbelgehandicapt kind. Om dit soort kinderen te helpen, zouden ze eigenlijk naar een school voor speciaal onderwijs moeten. Dan moeten ze op een internaat geplaatst worden, wat duur is. Families hebben daar meestal geen geld voor.

We glibberen de weg verder af. De weg wordt smaller, de kuilen dieper, de plassen groter. Wanneer de weg wat overhelt naar links gaat het ineens mis. De auto glijdt langzaam van de weg af en komt scheef naast de weg te staan. We zien al beelden van een kantelende auto en weten niet hoe snel we de auto uit moeten komen. Gebeden worden hier in Oeganda blijkbaar niet snel verhoord. Of is het gebed toch verhoord omdat we veilig uit de auto gekomen zijn.? Verwarrend!

Waar ze vandaan komen, weten we niet, maar er komen steeds meer mensen helpen om de auto weer op de weg te krijgen. Struiken worden weggekapt, hout en stenen komen voor en achter de wielen te liggen. Af en toe laat de chauffeur de motor gieren en de banden roken. Tevergeefs.

Uiteindelijk wordt de klus na twee uur geklaard. Verdere bezoekjes hoeven niet meer van ons. We willen terug. We weten nu al dat we niet voor donker terug zijn. Maar dat zou jammer zijn, de volgende twee adressen zijn erg dichtbij, maakt men ons duidelijk. De mensen wachten al zo lang. Dat laatste overtuigt. Vooruit!.

We schreven al eerder dat wat voor de Oegandees dichtbij is, is voor ons ver weg. En dat blijkt hier ook weer het geval. We ontmoeten uiteindelijk een door polio verlamde jongen die geholpen kan worden met een rolstoel en een meisje dat bijna doof is, maar waarschijnlijk met een hoorapparaat beter kan horen.

Het tweede gebied bezoeken we niet meer vandaag. We zijn om vijf uur terug, zo is ons beloofd. Het wordt uiteindelijk half negen.




28 februari 2010








08. Laat ons samenwerken, zeiden de mieren, dan kunnen wij een olifant verplaatsen

We zijn bezig een vaste structuur voor het project “Goat to Goat” neer te zetten. Tot nu toe doen Fred 1 en Fred 2, twee bestuursleden, al het werk als vrijwilliger en dat voldoet niet langer.

In een van de gesprekken hebben we terloops een opmerking gemaakt dat er geen afval op het terrein moet blijven rondslingeren wil men uitgroeien tot een “demonstration farm”. N.a.v. deze opmerking is er overleg met het schoolteam geweest. Dit heeft geresulteerd in een plan een kleine hectare braakliggend terrein om te vormen tot tuin.

We krijgen een lijst overhandigd met benodigdheden met gemakshalve daarbij de aanschafprijs. Het ligt in de bedoeling een tractor te huren voor het ploegen. Daarna moet de grond geegaliseerd worden. Machines komen daar niet aan te pas. Men heeft een andere oplossing: het inhuren van twintig gevangenen voor 1 dag.

De gevangenen moeten uit Mukono komen, ongeveer anderhalf tot twee kilometer verderop. Vanwege vluchtgevaar wil men de gevangenen de afstand niet lopend laten afleggen. Er is transport nodig, heen en terug. Dit onderdeel drukt voor 17 euro op de begroting.

Het inhuren van de gevangenen voor een dag kost ongeveer anderhalve euro per gevangene. Daarnaast moet er ook voor eten gezorgd worden. De begroting laat zien dat ervan uitgegaan wordt dat iedere gevangene voor een kilo opeet. Er staat een bedrag voor 15 kilo meel en 5 kilo bonen. Aan het eten wordt voor drie euro kruiden toegevoegd. Dat is nodig, zo wordt, uitgelegd, dat maakt het eten lekkerder en daarvan gaan de gevangenen harder werken.

Er is een post opgevoerd om twintig scheppen voor de gevangenen te huren. Even verderop zien we bij aan te schaffen gereedschap twaalf scheppen staan. Dat kan dus effectiever.

Men is blijkbaar niet vies van werken. Voor de totale oppervlakte grond worden maar twee gieters opgevoerd. Ook wordt 1 kruiwagen voldoende geacht. Twee paar laarzen zijn nodig. We zijn beniewd wie die aan de voeten krijgt. Andere werkers doen blijkbaar hun werk op blote voeten.

Calliandra, een snelgroeiende struik, die uiteindelijk een ondoordringbare haag gaat vormen, moet worden aangeschaft voor het omheinen van het veld. Verder is het de opzet hier en daar vruchtbomen te plaatsen.

Het plan komt aardig overeen met onze gedachten over de herinrichting van het terrein. Maar voor we er mee in zee gaan, willen we toch eerst weten hoe het teeltplan er gaat uitzien en wie welke taken krijgt. Wordt vervolgd.


28 februari 2010

Joyce


Elizabeth


Geoffrey


Mark


Gods Gloria

Een soort dependence van het project “Goat to Goat” bevindt zich bij de school “Gods Gloria” in de binnenlanden. Uit gesprekken met directeur Steven weten we dat veel kinderen uit de omgeving niet naar school gaan omdat ouders het schoolgeld niet kunnen betalen. We hebben hem gevraagd naar schrijnende situaties. De volgende kinderen werden daarbij genoemd:

Joyce, een meisje van acht jaar. Haar vader is overleden. Haar moeder is besmet met het HIV-virus. Joyce heeft een verkeerde behandeling in het ziekenhuis gehad waardoor een been gedeeltelijk verlamd is. Joyce heeft een broer van 10 en een zus van zeven. Deze gaan ook niet naar school.

Elizabeth, een meisje van vier jaar.
Moeder is door haar man uit huis gezet. Het eerste kind is overleden. Elizabeth heeft nog een broer die bij een tante woont en ook niet naar school gaat.

Geoffrey, zes jaar
Moeder heeft acht kinderen. Twee kinderen wonen bij haar in huis: Geoffrey en een geestelijk gehandicapt zusje. Na een koortsaanval kreeg zij een verkeerde behandeling waardoor ze gehandicapt raakte. De andere kinderen wonen bij familieleden. De kinderen zijn van twee verschillende vaders. Deze zijn allebei uit beeld verdwenen.

Mark, dertien jaar.
Mark wordt opgevoed door zijn oma, samen met twee nichtjes.
De ouders hebben de kinderen bij oma gedumpt en zijn vertrokken. Bestemming onbekend.

Op een “Hollandse” dag, regenachtig en fris, hebben we deze gezinnen bezocht, samen met dochter Stephanie die op bezoek was en directeur Steven van de Gods Gloriaschool. We hebben verteld dat genoemde kinderen naar school kunnen op kosten van het Lejofonds. Het schoolgeld op de Gods Gloriaschool bedraagt 90.000 shilling per jaar. Tegen de huidige koers is dat 32 euro.

Voor onze bezoekjes kregen we een schitterende ontvangst op school. Na afloop werden uitgeluid met een grote zak fruit. En dat betekende uiteindelijk een traktatie voor de dove kinderen van de Bishop Westschool.

Hieronder een fotoreportage van ons bezoek.