5 maart 2010












09. Wat een gemekker!

Oegandezen zijn dol op lange titels met de bijbehorende afkortingen. Zo ook de organisatie die ons heeft uitgenodigd voor een speciale bijeenkomst. Het is de Friends In Head Integrated Development Project, afgekort FINIDP, oftewel een geintegreerd ontwikkelingsproject voor vrienden in nood.

Deze organisatie wil het levensonderhoud van mensen verbeteren door het geven van voorlichting over HIV/Aids, door het uitvoeren van armoedebestrijdingsprogramma’s en het duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen.

In november 2008 heeft deze organisatie aan 25 families twee geiten en een bok gegeven. Vandaag moeten alle families drie beesten terug geven. De rest mag men houden. De beesten die terug komen worden aan nieuwe families gegeven.

De bijeenkomst wordt gehouden in het kantoor van de organisatie in Namusaki, 25 km verwijderd van Mukono. In stromende regen komen we daar aan. We zijn nog maar even binnen of we zien van alle kanten mensen aankomen met geiten en bokken. Ze worden voor het kantoor gestald.

Het kleine vertrek vult zich al gauw met mensen. Stoelen en banken worden aangesleept. Er is niet genoeg ruimte voor iedereen. Een aantal mensen moeten buiten plaatsnemen. Gelukkig is er een overkapping want het plenst van de regen. Vrouwen zijn in de meerderheid. Daaronder verschillende met zuigelingen.
Wanneer de bijeenkomst wordt geopend, worden wij keurig door de voorzitter in het Engels voorgesteld. Hij verontschuldigt zich daarna voor de voortzetting in het Oegandees, onverstaanbaar voor ons.

We hebben nu alle gelegenheid de aanwezigen te observeren. De bijeenkomst duurt lang, zeker voor de aanwezige kinderen. Ze geven echter geen krimp. Een klein jongetje, zittend tegen een bureau, begint te knikkebollen. Zijn hoofd valt opzij tegen een scherpe rand van het bureau. Het is even wakker schrikken, maar niet voor lang. Zuigelingen houden het op een andere manier vol. Zij zuigen. Zonder gene ontbloten de verschillende moeders daarvoor de borst.

Na de vergadering komen de bokken en geiten in het middelpunt van de belangstelling te staan. De farmers die de geiten en bokken hebben meegebracht gaan in overleg om de aanwezige beesten in tien nieuwe, evenwichtige groepen van drie in te delen. Dat vergt de nodige discussie.

Wanneer het karwei geklaard is, krijgt elke groep een nummer. Het getal wordt op een stukje papier geschreven en onder een steen gelegd bij de beesten. Opnieuw worden de cijfers 1 t/m 10 op stukjes papier geschreven. Herma krijgt de papiertjes en haar wordt verzocht deze de lucht in te gooien. Nu komen de nieuwe farmers naar voren om een papiertje van de grond te rapen om te kijken welk getal erop staat. Vervolgens kijkt iemand welk getal er bij de diverse groepen van bokken en geiten onder de steen ligt. Het getal wordt hardop geroepen. De farmer die het bijbehorende getal heeft kan nu zijn beesten ophalen.

Als iedereen zijn beesten heeft, is het tijd voor een groepsfoto. En dan is het de hoogste tijd om te vertrekken. We hebben nog een afspraak met onze counterpart. De afgesproken tijd zullen we niet meer halen. We worden al een klein beetje Oegandeesjes.

We hebben nog veel vragen over het project. Wie weet of ons eigen project daar voordeel mee kan doen? Gelukkig is de voorzitter bereid de volgende dag bij ons langs te komen om die vragen te beantwoorden.




5 maart 2010

Meeting


Andrew


Moeseirve, meervoudig gehandicapt




Jojange, dove jongen




Alle zegen komt van boven

Via een email wordt het Lejofonds benaderd door een Nederlandse mevrouw, Anita die in Mukono verblijft. Zij heeft in Nederland actie gevoerd en heeft rolstoelen, rollators, buggies, hoorapparaten, speelgoed e.d. verzameld. Alle spullen zijn per container onderweg. Zij dacht de materialen te kunnen gebruiken voor gehandicapte kinderen in een weeshuis in Kampala. Maar dit weeshuis blijkt erg klein te zijn en bovendien is er geen gehandicapt kind te bekennen. Nu zoekt zij een goede bestemming en heeft het Lejofonds benaderd om te helpen.

Wij schakelen onze counterpart in.
Deze mobiliseren de counselors van een aantal sub-counties. En dit leidt tot een gezamenlijke vergadering. We zitten in de tuin van een hotel. Het weer is dreigend. Ik vraag of we het droog houden. Een van de deelnemers antwoordt bevestigend. “ Ik heb ervoor gebeden”. Even later regent het en moeten we de vergadering voortzetten in het hotel. Uit de verhalen van de vertegenwoordigers van de diverse sub-counties komt een triest beeld naar voren. In de afgelegen gebieden wonen vele gehandicapten, verstoken van elke hulp.

We besluiten de komende tijd verschillende sub-counties te bezoeken om ons een beeld te vormen. Na de vergadering beginnen we daar meteen mee. We zullen vier families bezoeken in het verst gelegen gebied. Daarna komt vandaag nog een dichterbij gelegen gebied aan de beurt. Vertegenwoordigers van verschillende sub-counties reizen mee. Er is een grote Landrover gecharterd waar we met zijn achten inzitten. Een van de vertegenwoordigers bidt voor een veilige reis.

Na ongeveer 25 km verlaten we de verharde weg. De onverharde wegen zijn slecht. De regen heeft het er niet beter opgemaakt. Diepe sporen en kuilen zijn gevuld met water. Het is af en toe glibberen.

Bij de eerste familie ontmoeten we Andrew, een jongen die verlamd geraakt is door de polio en geestelijk niet volwaardig is. Hij zit op de grond met zijn hoofd bijna op de knieën. Op een stoel gaan zitten lukt niet. Een rolstoel zal hier geen effect sorteren. Ook bij de tweede familie zien we een dubbelgehandicapt kind. Om dit soort kinderen te helpen, zouden ze eigenlijk naar een school voor speciaal onderwijs moeten. Dan moeten ze op een internaat geplaatst worden, wat duur is. Families hebben daar meestal geen geld voor.

We glibberen de weg verder af. De weg wordt smaller, de kuilen dieper, de plassen groter. Wanneer de weg wat overhelt naar links gaat het ineens mis. De auto glijdt langzaam van de weg af en komt scheef naast de weg te staan. We zien al beelden van een kantelende auto en weten niet hoe snel we de auto uit moeten komen. Gebeden worden hier in Oeganda blijkbaar niet snel verhoord. Of is het gebed toch verhoord omdat we veilig uit de auto gekomen zijn.? Verwarrend!

Waar ze vandaan komen, weten we niet, maar er komen steeds meer mensen helpen om de auto weer op de weg te krijgen. Struiken worden weggekapt, hout en stenen komen voor en achter de wielen te liggen. Af en toe laat de chauffeur de motor gieren en de banden roken. Tevergeefs.

Uiteindelijk wordt de klus na twee uur geklaard. Verdere bezoekjes hoeven niet meer van ons. We willen terug. We weten nu al dat we niet voor donker terug zijn. Maar dat zou jammer zijn, de volgende twee adressen zijn erg dichtbij, maakt men ons duidelijk. De mensen wachten al zo lang. Dat laatste overtuigt. Vooruit!.

We schreven al eerder dat wat voor de Oegandees dichtbij is, is voor ons ver weg. En dat blijkt hier ook weer het geval. We ontmoeten uiteindelijk een door polio verlamde jongen die geholpen kan worden met een rolstoel en een meisje dat bijna doof is, maar waarschijnlijk met een hoorapparaat beter kan horen.

Het tweede gebied bezoeken we niet meer vandaag. We zijn om vijf uur terug, zo is ons beloofd. Het wordt uiteindelijk half negen.




28 februari 2010








08. Laat ons samenwerken, zeiden de mieren, dan kunnen wij een olifant verplaatsen

We zijn bezig een vaste structuur voor het project “Goat to Goat” neer te zetten. Tot nu toe doen Fred 1 en Fred 2, twee bestuursleden, al het werk als vrijwilliger en dat voldoet niet langer.

In een van de gesprekken hebben we terloops een opmerking gemaakt dat er geen afval op het terrein moet blijven rondslingeren wil men uitgroeien tot een “demonstration farm”. N.a.v. deze opmerking is er overleg met het schoolteam geweest. Dit heeft geresulteerd in een plan een kleine hectare braakliggend terrein om te vormen tot tuin.

We krijgen een lijst overhandigd met benodigdheden met gemakshalve daarbij de aanschafprijs. Het ligt in de bedoeling een tractor te huren voor het ploegen. Daarna moet de grond geegaliseerd worden. Machines komen daar niet aan te pas. Men heeft een andere oplossing: het inhuren van twintig gevangenen voor 1 dag.

De gevangenen moeten uit Mukono komen, ongeveer anderhalf tot twee kilometer verderop. Vanwege vluchtgevaar wil men de gevangenen de afstand niet lopend laten afleggen. Er is transport nodig, heen en terug. Dit onderdeel drukt voor 17 euro op de begroting.

Het inhuren van de gevangenen voor een dag kost ongeveer anderhalve euro per gevangene. Daarnaast moet er ook voor eten gezorgd worden. De begroting laat zien dat ervan uitgegaan wordt dat iedere gevangene voor een kilo opeet. Er staat een bedrag voor 15 kilo meel en 5 kilo bonen. Aan het eten wordt voor drie euro kruiden toegevoegd. Dat is nodig, zo wordt, uitgelegd, dat maakt het eten lekkerder en daarvan gaan de gevangenen harder werken.

Er is een post opgevoerd om twintig scheppen voor de gevangenen te huren. Even verderop zien we bij aan te schaffen gereedschap twaalf scheppen staan. Dat kan dus effectiever.

Men is blijkbaar niet vies van werken. Voor de totale oppervlakte grond worden maar twee gieters opgevoerd. Ook wordt 1 kruiwagen voldoende geacht. Twee paar laarzen zijn nodig. We zijn beniewd wie die aan de voeten krijgt. Andere werkers doen blijkbaar hun werk op blote voeten.

Calliandra, een snelgroeiende struik, die uiteindelijk een ondoordringbare haag gaat vormen, moet worden aangeschaft voor het omheinen van het veld. Verder is het de opzet hier en daar vruchtbomen te plaatsen.

Het plan komt aardig overeen met onze gedachten over de herinrichting van het terrein. Maar voor we er mee in zee gaan, willen we toch eerst weten hoe het teeltplan er gaat uitzien en wie welke taken krijgt. Wordt vervolgd.


28 februari 2010

Joyce


Elizabeth


Geoffrey


Mark


Gods Gloria

Een soort dependence van het project “Goat to Goat” bevindt zich bij de school “Gods Gloria” in de binnenlanden. Uit gesprekken met directeur Steven weten we dat veel kinderen uit de omgeving niet naar school gaan omdat ouders het schoolgeld niet kunnen betalen. We hebben hem gevraagd naar schrijnende situaties. De volgende kinderen werden daarbij genoemd:

Joyce, een meisje van acht jaar. Haar vader is overleden. Haar moeder is besmet met het HIV-virus. Joyce heeft een verkeerde behandeling in het ziekenhuis gehad waardoor een been gedeeltelijk verlamd is. Joyce heeft een broer van 10 en een zus van zeven. Deze gaan ook niet naar school.

Elizabeth, een meisje van vier jaar.
Moeder is door haar man uit huis gezet. Het eerste kind is overleden. Elizabeth heeft nog een broer die bij een tante woont en ook niet naar school gaat.

Geoffrey, zes jaar
Moeder heeft acht kinderen. Twee kinderen wonen bij haar in huis: Geoffrey en een geestelijk gehandicapt zusje. Na een koortsaanval kreeg zij een verkeerde behandeling waardoor ze gehandicapt raakte. De andere kinderen wonen bij familieleden. De kinderen zijn van twee verschillende vaders. Deze zijn allebei uit beeld verdwenen.

Mark, dertien jaar.
Mark wordt opgevoed door zijn oma, samen met twee nichtjes.
De ouders hebben de kinderen bij oma gedumpt en zijn vertrokken. Bestemming onbekend.

Op een “Hollandse” dag, regenachtig en fris, hebben we deze gezinnen bezocht, samen met dochter Stephanie die op bezoek was en directeur Steven van de Gods Gloriaschool. We hebben verteld dat genoemde kinderen naar school kunnen op kosten van het Lejofonds. Het schoolgeld op de Gods Gloriaschool bedraagt 90.000 shilling per jaar. Tegen de huidige koers is dat 32 euro.

Voor onze bezoekjes kregen we een schitterende ontvangst op school. Na afloop werden uitgeluid met een grote zak fruit. En dat betekende uiteindelijk een traktatie voor de dove kinderen van de Bishop Westschool.

Hieronder een fotoreportage van ons bezoek.




28 februari 2010

Europa heeft de klok, Afrika heeft de tijd

We hebben op zondag om twaalf uur een afspraak met onze counterpart in de persoon van Fred 1 en Fred 2. De kerkelijke verplichtingen zijn dan voorbij.
Daarna hebben we een afspraak met een leerkracht van de Good Samaritanschool die onze hulp wil bij het uitgeven van een wiskundeboek. Zo mogelijk willen we ook de veearts nog even spreken.

Om kwart voor twaalf, ruim op tijd, melden we ons. Fred 2 is nog onderweg. Hij moet uit Jinja komen en wordt niet voor 1 uur verwacht. We gooien het programma om. De leerkracht wil ons meenemen naar iemand die op dit moment zijn werk in handen heeft, niet ver hier vandaan. Het zal een half uurtje tijd vragen. Dat komt goed uit. Dan kunnen we daarna nog even langs de veearts voordat onze meeting met Fred 1 en Fred 2 om 1 uur begint.

De leerkracht neemt ons mee. We gaan met ons geliefd vervoermiddel, de boda boda naar Mukono. Daar komen we net vandaan. We stappen over op de matatoo, een taxibusje waar veertien mensen in gepropt worden. Dan weten we dat het half uurtje een Afrikaans half uurtje is. Ook de afstand is Afrikaans, wat hier dichtbij is, is voor ons ver weg. We trappen er elke keer weer in.
Om 1 uur terug zijn is een utopie.

We rijden een vijfentwintig kilometer en komen in een stadje aan. Op de afgesproken plaats blijkt de persoon die we moeten hebben niet aanwezig te zijn. Na herhaald bellen is er uiteindelijk contact. Een ontmoeting is niet eerder mogelijk dan drie uur. Of we willen wachten? Nee, dus. Dus keren we onverrichter zake weer terug. Op de taxistandplaats is de matatoo leeg. Dat betekent wachten en wachten. Een matatoo vertrekt pas als die vol is.

Vlak voordat het zover is, zien we een soort dorpsgek, een soort “dronken druppie” hiphoppend een paar rondjes om de taxi draaien. Hij roept iets onverstaanbaars naar binnen. Het blijkt onze taxichauffeur te zijn. Dat wekt vertrouwen. En dat groeit wanneer de motor gestart wordt. Alles schudt en rammelt. Het geeft het gevoel of het busje zomaar uit elkaar kan vallen. Opluchting als we heelhuids terug zijn in Mukono.

Wanneer we terug zijn op de Good Samaritan is het inmiddels half drie en Fred 2 is nog niet gearriveerd. We brengen daarom eerst maar een bezoekje aan de veearts. De stroom is weer eens uitgevallen. De veearts kan zijn geplande werk niet doen en ligt te pitten achter de toonbank. Voorzichtig laten we horen dat we er zijn. Als de veearts een oog opent en ons ziet staan is hij direct klaar wakker.

Het is bijna lachwekkend. Na ons bezoek aan de veearts is Fred 2 er nog steeds niet. We geven aan niet langer te willen wachten. Dan maar het gesprek alleen met Fred 1. We leggen het doel van het gesprek uit en geven de lijn aan. Als het eigenlijke gesprek op punt van beginnen staat, zien we Fred 2 aankomen. We kunnen opnieuw beginnen.


21 februari 2010

In gesprek met veearts


Bliksem van de Jozefschool




Jannie


Nieuwe stal


Marianne




Nieuwe bok Christian

07. Project in de praktijk 2

Samen met onze counterpart hebben we in de afgelopen dagen achttien families bezocht die een geit gekregen hebben. Heftige situaties kwamen we daarbij tegen, zoals bijvoorbeeld een mevrouw die man en drie zonen verloren had en nu alleen voor de opvoeding van een aantal kinderen zorg moet dragen.
In alle gevallen, zo concluderen we, is het zeer terecht dat naar deze families een geit is gegaan.

Alle families hebben een formulier moeten invullen en ondertekenen met de volgende tekst:

This project donates pregnant female goats to caregivers of orphans, disabled and needy children as a way of empowering them economically to meet the needs of those vulnerable children. The needs should include education, healthcare and feeding. This form should be filled by the applicant who is the caregiver and must be endorsed by the area local council chairperson.
The benificiary has to bring back the first birth before the goat is considered to be his or hers.
The management has the right to withdraw the animal from any beneficiary if it is found out that the animal is not being cared in the right way.

Vervolgens moeten een aantal persoonsgegevens ingevuld worden. Het jaarlijks inkomen moet opgegeven worden en bij niet-schoolgaande kinderen de reden waarom dit zo is.
Het formulier kent de volgende slotzin:
Above is true and correct to the best of my knowledge.
Daarna is er ruimte voor ondertekening door een familielid, de voorzitter van de “community” en een projectvertegenwoordiger.

Na de bezoeken aan de families zijn we in gesprek gegaan met onze counterpart. Daarbij zijn onderwerpen aan de orde gekomen zoals, registratie, productiviteit, ziektes, inzet van de veearts, training van families die een geit krijgen, transport, kosten, selectie families, bouw van stallen.

Uit evaluatie blijkt dat het registratiesysteem binnen het project verder aangevuld kan worden . Daarbij hebben we onze counterpart een publicatie van Agromisa over geiten aan de hand gedaan waarin een handig en volledig registratiemodel is opgenomen. Agromisa is een kenniscentrum voor kleinschalige landbouw in ontwikkelingslanden en is verbonden met de universiteit van Wageningen.

De ervaring heeft geleerd dat de Zuid-Afrikaanse geit, de melkgeit meer dan de vleesgeit bevattelijk is gebleken voor ziektes. Lokale geiten, de “locals” hebben daar geen of veel minder last van.
De Zuid-Afrikaanse bok Fred is wat bokkig gebleken, hij bediende de vrouwtjes niet naar behoren en is vervangen.

Er zijn inmiddels een aantal jonge geitjes geboren. Wanneer de ervaring toeneemt binnen het project, ziektes minder voorkomen en met de nieuwe bok, zal de productie verder toenemen, zo is de verwachting.

Met een geit zijn inkomsten te verwerven waardoor het schoolgeld betaald kan worden zo is gesteld. Dat is waar.
Maar het kost tijd voor het zover is. Binnen het project wordt nu bekeken of we dit proces kunnen versnellen door de families naast een geit ook een aantal kippen te geven. Wie weet wordt dat ei nog gelegd.



21 februari 2010

















Bruiloft in Oeganda.

Op uitnodiging hebben we een bruiloftsfeest bijgewoond in Kampala.

Bruid en bruidegom zijn afkomstig van rijke families van de Bugandastam.
Het bruilofstfeest staat dan ook in schrille tegenstelling met wat het dagelijks leven in Oeganda te zien geeft.

In Oeganda heeft elke stam zijn eigen gebruiken bij het uitvoeren van een huwelijk.. Maar alle stammen hebben twee dingen gemeen:

1) In alle stammen moet de jongen eerst een bruidsprijs betalen aan de familie van het meisje.
2) Alle bruidsparen gaan naar de leiders van hun godsdienst om een gelofte af te leggen.

Bij de Bugandastam begint het bruiloftfeest de avond voor het huwelijk. De familie van het meisje organiseert een feest dat bedoeld is om afscheid van het meisje te nemen en haar moed in te spreken.

Op de trouwdag komt in de ochtend een familielid van de jongen om aan te kloppen op de deur van de familie van het meisje. Normaal gesproken doet een tante de deur open. Zij geeft het meisje mee om naar de kerk te gaan.

De vader van het meisje begeleidt haar in de kerk. Ten overstaan van de priester en de mensen in de kerk wordt een eed van trouw afgelegd.

Na de kerk gaat het bruidspaar naar een fotostudio om foto’s te laten maken. Daarna gaan ze naar de plaats waar de receptie gehouden wordt.
Voordat ze hun zitplaatsen innemen, begroeten ze hun gasten en familieleden. De familie van de jongen en het meisje zitten apart aan beide kanten.
Er is een band gehuurd om muziek te maken tijdens de receptie. Een dansgroep verzorgt traditionele dansen.

Zowel de ouders van de jongen en het meisje, die van de jongen het eerst, houden een toespraak waarin zij hun kind goede raad geven.
Nadat de ceremoniemeester het sein gegeven heeft komen eerst de familieleden van de bruidegom naar voren om cadeaus te brengen. Daarna zijn de familieleden van de bruid aan de beurt en vervolgens de andere gasten. Men geeft gebruiksvoorwerpen voor in het huis, zoals kopjes, borden, bestek, enz ieder naar draagkracht.

Na het geven van de cadeaus snijdt het paar de taart aan. De bruid serveert haar ouders en familieleden de taart, de bruidegom doet dat bij zijn familie. De andere gasten geven elkaar een stuk taart.

Het bruidspaar krijgt nu als eerste het eten opgediend. Daarna de anderen. Terwijl de familieleden en gasten genieten van het eten gaat het bruidspaar weg om zich om te kleden. De bruidegom komt als eerste terug en verstopt zich tussen de gasten. Als de bruid terugkomt gaat zij op zoek naar haar man. Zij heeft hem uit duizenden mannen gekozen en kent hem het beste. Dat zal ze de gasten nu tonen door hem te vinden. Wanneer de bruid haar man gevonden heeft , komen ze naar voren om een dans te openen. Met het dansfeest eindigt de bruiloft.

De foto’s zijn gemaakt tijdens de receptie.


16 februari 2010

Drie klassen in één ruimte








Oma


Kleinkinderen


Vader overleden, kind op komst


Afscheid

06. Through patience you win

De voortgangsrapporten die we in Nederland ontvangen hebben van onze counterpart over het project “Goat to Goat” hebben niet alles duidelijk gemaakt. We willen tijdens een aantal gesprekken onze vragen voorleggen. We willen niet mekkeren. De gesprekken zijn bedoeld om te voorkomen dat er bokken geschoten worden.

Het project speelt zich af in drie sub-counties, Mukono Town Council, Seetah Nasigo en Nkonkonjeru, een uitgestrekt gebied. Onze counterpart stelt voor eerst de gebieden te bezoeken, kijken welke families een geit hebben gekregen, hoe ze gestald zijn,enz. Waarschijnlijk zal op deze wijze al een aantal vragen beantwoord worden. Daarna kunnen we om de tafel gaan zitten voor de resterende vragen. We gaan akkoord.

Vandaag staat een bezoek aan Nkonkonjeru op het programma.
Om negen uur ’s ochtends zullen we worden opgehaald. Dat wordt tien uur. Voor Oegandese begrippen een alleszins redelijke vertraging. De veearts blijkt ook mee te gaan. Het is voor ons  een nieuwe veearts. De eerste veearts, zo werd aangegeven, kwam te vaak niet opdagen als het nodig was. Deze veearts moet zeer actief zijn. Binnen het project althans. Nu zit hij stilletjes achterin de auto. Maar nadat we een paar vragen gesteld hebben, komt hij los en is niet meer te stoppen. Hij ratelt erover. We moeten alle zeilen bijzetten om hem te verstaan.

We gaan weer ver de binnenlanden in. En daarmee wordt nog weer eens duidelijk dat transport een probleem vormt voor het project. Het is kostbaar. Om dit probleem in te perken wil men naast een geitenafdeling op de Good Samartanschool een, laten we zeggen, dependance maken in Seetah Nasigo en Nkonkonjeru, beiden op het terrein van de plaatselijke school.

In Nkonkojeru bezoeken we die plaatselijke school, evenals vorig jaar. Het is een hartelijk weerzien. Leo ontkomt er niet aan een speech te houden voor het de verzamelde leerlingen en het team. Onvoorstelbaar als je ziet hoe hier lesgegeven moet worden. In één ruimte (en wat voor een ruimte) wordt lesgegeven aan drie groepen die dicht op elkaar zitten. En soms is zitten er niet bij en knielt een leerling op de grond , een schriftje voor zich. Aan de buitenkant van de school hangt een bord met daarop een toepasselijk motto: “Through patience you win”

Dan is het tijd om wandelend door de bush bush een aantal families met een geit te bezoeken  Bij elke familie zien we dat aan een voorwaarde van het project is voldaan:het bouwen van een goed onderkomen voor de geit. In een aantal gevallen is dat met steun van het Lejofonds gebeurd omdat het de familie aan middelen ontbrak. Alle energie is nodig om te proberen twee keer per dag eten op tafel te krijgen.

De geiten zien er prima uit. Er zitten wel een paar, voor ons onbekende, geiten tussen. De veearts verklaart dat een paar geiten ziek zijn geworden en de kennis van de betreffende families onvoldoende was om hier mee om te gaan. Hij heeft er voor gezorgd dat deze dieren geruild konden worden bij een farm waarvoor hij ook werkzaam is.

We bezoeken vijf families. Twee daarvan hebben we vorig jaar ook bezocht. Zij stonden toen op de lijst om een geit te krijgen. Dat is inmiddels gebeurd. Eén van de families is oma met haar drie kleinkinderen. De ouders zijn overleden aan aids. Oma verzorgt de opvoeding. Haar verhaal is ons steeds bijgebleven. We hebben extra kleding meegenomen voor haar en de kleinkinderen. Met dank aan Egypt Air. Oma en de kleinkinderen zijn er zichtbaar blij mee.

Met de geiten zullen alle families inkomsten verwerven om het schoolgeld voor een kind te betalen. Dat kan even duren. Through patience you win.