30 maart 2010

Theeplantage















13 Dat varkentje zullen we wel even wassen!

Het project “Goat to Goat” speelt zich af in drie sub-counties. Op het terrein van de Good Samaritanschool in Nasuuti staat een grote geitenstal met geiten en bokken.
In de omgeving hebben acht families een geit gekregen vanuit het project.

In Seetah Nasigo staat op het terrein van de school Gods Glory ook een grote stal met geiten en een bok. In de omgeving van Seetah Nasigo hebben acht families een geit gekregen. Binnenkort komen daar vier en dertig families bij. In de geitenstallen van Nasuuti en Seetah Nasigo staan de eerstgeboren geitjes die teruggekomen zijn van de families. Zij worden straks aan nieuwe families gegeven.

In Nkonkonjero hebben zeven families een geit gekregen. Zij wonen in de omgeving van de plaatselijke school. Inmiddels hebben we met onze counterpart een aantal evaluatieve gesprekken gevoerd. Vanuit deze gesprekken hebben we het projectplan bijgesteld. Daarover later meer.

Dit jaar hebben we zeven dove kinderen naar school gestuurd en een twee kinderen naar een school voor speciaal onderwijs. De families hebben een geit gekregen. De internaatskosten voor deze kinderen zijn aanzienlijk. Een geit is niet genoeg om de benodigde inkomsten te verwerven. Onze counterpart beschikt over een broedmachine. Vandaar dat we uitvoerig met elkaar van gedachten hebben gewisseld een kippenproject te starten en de families naast een geit een aantal kippen te geven.

De veearts heeft nog andere suggesties. Met een varken zijn sneller en gemakkelijker inkomsten te verwerven. Waarom geen project met varkens? Verder brengt hij de zogenaamde “kitchen garden”, de moestuin ter sprake. De veearts werkt o.a. voor Heifer. Gezinnen kunnen onder bepaalde voorwaarden een koe krijgen. Een van de voorwaarden is dat de families een moestuin aanleggen. Hij nodigt ons uit een dagje met hem op stap te gaan.

De veearts heeft zijn werkterrein ook in de binnenlanden., in een gebied waar we niet eerder geweest zijn. We komen langs een grote, schitterend gelegen theeplantage. De wegen worden smaller. Diepe sporen in de weg. Soms staat daar nog water in. En waar we niet meer van opkijken: we komen vast te zitten. We rijden in een personenwagen. Met wat hulp van buitenaf kunnen we al snel weer verder.

We bezoeken verschillende families uit het Heiferproject. De gebouwde stallen zien er prima uit, Geweldig te zien hoe men een moestuin heeft gerealiseerd dichtbij huis. Een familie hoeft de bedden met stokjes omheind om de kippen te weren. De moestuin gaan we zeker introduceren in ons project.

Als we langs een piepklein schooltje komen, kunnen we het niet laten even een kijkje te nemen tot enthousiasme van de kinderen.

Onderweg doen we ook nog zaken. De veearts brengt ons in contact met een veehandelaar waar hij wel vaker zaken mee doet. Hij zal ons de benodigde 34 geiten leveren die naar de families in Seetah Nasigo gaan. We doen alvast een aanbetaling voor 16 geiten.

De veearts wil ons nu nog een demonstratieboerderij laten zien waar o.a. veel varkens worden gehouden. Het duurt wat langer dan verwacht om er te komen. Midden op de weg staat een te zwaar beladen vrachtwagen met pech. Er langs rijden is niet mogelijk want de sporen in de weg zijn te diep. Onze chauffeur krijgt nu desgevraagd van een brommer een lift en verdwijnt uit het zicht. Een tijd later komt hij terug met een persoon die een “hoe” bij zich heeft, een schep waarvan het blad in een hoek van negentig graden staat. Hiermee worden de sporen met zand gevuld en dan is het leed gauw geleden.
Bij de demonstratieboerderij zien we varkens in allerlei soorten en maten. Het blijken inderdaad erg productieve beesten te zijn. Bovendien groeien ze snel in gewicht. Ze zijn makkelijk te voeden, niet erg bevattelijk voor ziekten en ze vragen weinig stalruimte.
We zijn overtuigd. Nu onze counterpart nog. Maar dat varkentje zullen we wel even wassen.


30 maart 2010

Batu


Mercy


Sharon




Cathy













Geweldig om te horen!

Om half acht staat er een busje bij de dovenafdeling van de Bischop Westschool. Belangstellend kijken vele dove en niet-dove kinderen toe. Vandaag gaan vier dove kinderen naar het Mulagohospitaal in Kampala voor een gehoortest.

Er bestaat het vermoeden dat deze kinderen nog een restgehoor hebben en geholpen kunnen worden met een gehoorapparaat. Het hoofd van de dovenafdeling heeft de kinderen geselecteerd. Tot onze grote vreugde staat onze vriend Batu, de jongen op de voorpagina van onze website, ook op de lijst.

Anita heeft gehoorapparaten uit Nederland meegenomen en de trip naar het Mulagohospitaal georganiseerd. Om negen uur is een afspraak gemaakt met een gehoorspecialist. We dienen stipt op tijd aanwezig te zijn.

Wanneer het tijd is voor vertrek ontbreekt een van de dove kinderen. Die heeft pech. Er wordt een ander kind opgetrommeld en na een korte uitleg het busje ingezet.

Onderweg kijken de kinderen hun ogen uit. Opgewonden wijzen ze elkaar van alles aan. Het zou ons niet verbazen dat dit voor Batu de eerste reis in een auto is.

Hand in hand lopen we met de kinderen door de lange gangen van het hospitaal. Het is er druk. De kinderen komen ogen tekort. Precies om negen uur staan we voor de deur van de specialist. Het blijkt een erg aardige man te zijn.
Hij neemt alle tijd voor de kinderen. Die mogen eerst hun naam en leeftijd op papier zetten. Daarna neemt de specialist een kijkje in hun oren.

En dan komt het grote moment. Mercy een doof meisje van 14 jaar wordt in een geluiddichte cel gezet en krijgt een koptelefoon op. Buiten de cel gaat de specialist achter een apparaat zitten waarmee hij geluidtonen kan afgeven en kan aflezen hoe sterk die zijn. Door een raam kan hij Mercy zien zitten. Zij moet met handopsteken aangeven of zij een bepaalde toon hoort. De dokter noteert alles. We kijken gespannen van een afstandje toe. We durven niet naar het raam te gaan, bang om Mercy te storen.

Na de test geeft de dokter tekst en uitleg. Bij een bepaalde geluidssterkte kan Mercy nog wat horen. Zij is gebaat bij een gehoorapparaat. De spanning is gebroken. Een bevrijdende lach komt op ieders gezicht. De dag kan niet meer stuk.

Nu is het de beurt aan Sharon. We zijn met zijn allen wat vrijer. We komen wat dichterbij om door het raam te kunnen kijken. Wat we dan zien, blijft op ons netvlies gebrand staan.

Een klein, breekbaar meisje kijkt ons met grote ogen aan. Als er een pieptoon gehoord wordt, beginnen haar ogen te glanzen en te schitteren, er verschijnt een gelukzalige glimlach om haar mond. Enthousiast en fanatiek wordt een arm opgestoken. Dit beeld herhaalt zich een paar keer achter elkaar. Wat een emotioneel gezicht. De tranen schieten bij iedereen in de ogen. Die kleine Sharon! De test wijst uit dat ze met een gehoorapparaat weer zal kunnen horen. Ook zal ze weer leren praten. Wat een ander leven!

Cathy komt als derde meisje aan de beurt. En ook zij komt in aanmerking voor een gehoorapparaat.

Dan is het de beurt aan Batu. Batu is op driejarige leeftijd doof geworden door de malaria. Hij is nu nog steeds in staat te praten. Door Henriette is hij bovenaan de lijst geplaatst.
Onze verwachtingen zijn daarom hooggespannen. Als onze Batu weer kan horen met behulp van een gehoorapparaat, is dat het hoogtepunt van ons verblijf in Oeganda.

Gespannen wachten we op de eerste armbeweging van Batu.
Die blijft uit. Vreemd. Zou hij de opdracht niet begrepen hebben? De specialist onderbreekt de test. Mercy wordt gevraagd Batu in gebarentaal uit te leggen wat de bedoeling is. De arts begint opnieuw met de test. En weer blijft een armbeweging uit. We zien het gezicht van Batu betrekken.
Hij heeft in de gaten dat het foute boel voor hem is.

Batu is doof, Batu is stokdoof. Er is geen restgehoor.
Herma vraagt of een operatie nog een mogelijkheid geeft.
Daarop wordt bevestigend beantwoord. Maar een implantaat blijkt erg kostbaar te zijn. Volgens de dokter wil een Amerikaanse arts de operatie gratis doen als een geschikt implantaat voorhanden is. Daar zullen we ons best voor gaan doen.

Nu de tests voorbij zijn, gaan we naar een andere ruimte waar de oorarts afdrukken van de gehoorgang maakt bij de eerste drie kinderen. Alle behandelingen van de oorarts blijken uiteindelijk gratis te zijn.

Op de terug zien we een bedrukte Batu. Een gezamenlijk etentje op de terugweg, waar iedereen erg van geniet, helpt hem er weer wat bovenop.


30 maart 2010

Josephine




Justine




Willen maar niet kunnen.

Veel kinderen gaan niet naar de basisschool omdat ouders het schoolgeld niet kunnen betalen. Met het project “Goat to Goat” willen wij zoveel mogelijk kinderen naar de basisschool sturen.
Maar er zijn ook vele talentvolle jongeren die het voortgezet onderwijs gehaald hebben en graag verder willen studeren aan de universiteit.

Josephine, 23 jaar en Justine 18 jaar hebben beiden gemeen dat ze dromen hebben. Hun grootste droom is te studeren aan de universiteit. Maar het lijkt er erg veel op dat deze droom een droom zal blijven.

Josephine hebben we vorig jaar ontmoet in een klein restaurant.
Zij blijkt voortreffelijk te kunnen koken . Wij mogen onze wensen indienen en hoeven ons niet te storen aan de menukaart.
Josephine is vriendelijk, ietwat verlegen, maar kan soms ook onverbiddellijk zijn. Als Leo een pilsje meeneemt dan dient hij de volgende ochtend het lege flesje weer in te leveren. Uitstel is nauwelijks mogelijk.

Wanneer we dit jaar terugkomen, zoeken we Josephine op in het restaurant. Daar blijkt ze niet meer te werken. Gelukkig hebben we haar telefoonnummer. We nodigen haar uit voor een etentje. En dan blijkt dat Josephine vertrokken is uit het restaurant omdat het te weinig betaalde. 30.000 shilling per maand, iets meer dan 10 euro. Nu werkt ze in een fabriek aan de lopende band in vierploegendienst. Dat betekent soms ook ‘s nachts werken. De baan ligt haar totaal niet, maar het levert haar 90.000 shilling per maand op, ruim dertig euro.

Josephine heeft 1 jaar universiteit achter de rug, maar is gestopt vanwege geldgebrek. Op jaarbasis is het collegegeld 1,4 miljoen shilling, ongeveer vijfhonderd euro. Daarvoor moet ze wel naar Kampala reizen omdat de universiteit daar goedkoper is dan in Mukono. Een rekensommetje maakt al snel duidelijk dat ook met haar nieuwe salaris de universiteit onbereikbaar blijft.

Justine is 18 jaar en werkt in een plaatselijke supermarkt.
Haar verdiensten zijn 100.000 shilling per maand, ongeveer 35 euro.
Daarvoor moet ze wel zeven dagen per week werken van acht uur ‘s morgens tot ‘ s avonds tien uur. Zonder ontbijt gaat ze naar haar werk. ‘s Middags om twee uur is de enige pauze van dertig minuten. Het is ook de enige keer dat ze te eten krijgt. ‘s Avonds na tien uur gaat ze naar huis. Om half 11 ligt ze in bed. Ze moet de volgende dag weer fit zijn. Tijd voor een privéleven is er niet. Als je een dagje op adem wil komen, is het enige middel daartoe je ziek te melden.
Justine wil economie gaan studeren.

Josephine en Justine, hun droom is te gaan studeren. Misschien dromen ze daarbij wel van een muzungu, een blanke.
In de ogen van de Oegandezen zijn alle muzungu’s rijk. Dat beeld staat als een huis.


24 maart 2010

Flessenaktie


Dansmarathon


Sieraden maken


Starschot Burgemeester


Hardlopers Bedum Winsum


70 km gefietst


Sponsorloop Groningen Winsum


Einduitslag

12. Ruim 18.000 euro!!!

We hebben de data 17 t/m 19 maart dik onderstreept in onze agenda staan: De Groene School te Winsum houdt een driedaagse actie voor het project “Goat to Goat” van het Lejofonds. Het programma ziet er veelbelovend uit. Vooraf hebben we nog even email contact met Henk Klein, adjunct-directeur. Hij vraagt ons te zorgen voor mooi weer. En dat doen we.

Op de eerste actiedag rijden bussen van de Groene School de provincie Groningen door om in alle plaatsen waar leerlingen wonen lege flessen op te halen.

De tweede dag is de dag van klussen, workshops en sponsoractiviteiten. Liefst 46 groepen zijn actief. Ineke Wosten, oud-collega van Leo en nu lerares op de Groene School vertelt:

“Een van mijn mentorklassen vindt de georganiseerde activiteiten allemaal niets en heeft besloten een gesponsorde wandeling te maken van het Noorderstation in Groningen naar Winsum. Ik heb de eer dat ik mee mag als mentor. Kan me niet herinneren dat ik ooit 16 km heb gelopen Maar ik zal met niet laten kennen. Ik zal jullie laten weten of ik het overleefd heb”.

En dat heeft ze gezien het volgende bericht:

“In opperbeste stemming en met prachtig weer hebben we vandaag van het Noorderstation naar onze school in Winsum gelopen. Ik verwachtte eigenlijk na een kilometer al het eerste gepiep, maar dat bleef uit. Mijn benen doen nu ik zit een beetje pijn, maar verder ben ik er eerder fit dan moe van geworden. Samen werden we (12 leerlingen en ik) voor ongeveer 350 euro gesponsord.

Ondertussen werd er door andere groepen gefietst, gerend, werden er taarten gebakken en allerlei andere dingen gemaakt die morgen verkocht worden op de braderie. Ik hoop dat het morgen net zo’n gezellige dag wordt als vandaag.”

Vrijdag wordt in een ontspannen sfeer een braderie en rommelmarkt gehouden. Hoogtepunt is de verkoop bij opbod van door spelers gesigneerde kledingstukken van FC Groningen. Zo bericht ook het Dagblad van het Noorden.

Als afsluiting van de actiedagen is er een feestavond voor alle leerlingen. Aan het eind daarvan wordt de opbrengst van de actie bekendgemaakt en overhandigd aan een vertegenwoordiger van het Lejofonds. Het is Arend Jager, vriend van Leo en Herma.
Zijn bevindingen verwoordt hij als volgt in een email:

“Hallo Oeganda! Zojuist teruggekeerd uit Winsum. Het was een erg leuke ervaring! Binnen was het opvallend gezellig. Leuke leerlingen, die zich voor mij verrassend goed gedroegen! Om 22.00 uur: de uitslag van de opbrengst voor het Lejofonds (zie foto)! We baanden ons een weg door de Ripperdahal, alwaar de muziek zo heerlijk hard galmde, zoals ik het vroeger ook graag gehad had willen hebben… Twee leerkrachten spraken de dansers toe en openbaarden het opgebrachte bedrag. Ik nam het in ontvangst en mocht ook even wat zeggen tot de meute. Ik hield het wijselijk kort, want de dansers waren nog lang niet uitgedanst.

Toen ik de microfoon kreeg werd er al “muziek-muziek” geroepen (gelukkig niet massaal, ha-ha)  Na vijf zinnen bedankte ik iedereen voor hun inzet namens mijn goede vriend Leo, die nu in Oeganda vertoeft. Applaus was mijn deel en de muziek ging als een soort verlossing verder. Wij galmden naar de lerarenkamer voor de evaluatie. Leuke lui daar in Winsum.
Op de terugweg hadden wij een zeer voldaan gevoel”.

Het eindbedrag is een fantastisch bedrag!
Vanuit Oeganda hebben we Henk Klein laten weten enorme bewondering en respect te hebben voor de geweldige inzet van iedereen. We hebben hem gevraagd de hulde en enorme dank over te brengen aan iedereen die deze actie op zo’n geweldige manier heeft doen slagen.

De reactie van Henk Klein:

“Inderdaad klasse om in tijden van recessie zoveel geld bij elkaar te verzamelen. Een groot compliment voor onze leerlingen en collega’s, die actief en creatief bezig gaan met heel veel afwisselende activiteiten, klussen en een geweldige braderie. Gezellig, druk bezocht, afwisselend!

Het was inderdaad fantastisch om te zien hoe leerlingen aan de ene kant de inhoud van de actie bijna uit het oog waren verloren, maar aan de andere kant er wel volledig voor gingen. Een actie die weer in het rijtje “hoogtepunten van de Groene School” kan worden bijgeschreven.

Mede ook dankzij jullie enthousiasme, want je weet het: “Positief gedrag wordt positief beloond.”

Onze complimenten voor jullie enthousiasme en inzet. Je straalt het uit en brengt het over.
EN HET RESULTAAT IS ER DAN OOK NAAR.
Heel veel succes met de besteding van dit geld”.


24 maart 2010



Sherrie

My heart tells me…

Verschillende scholen volgen ons via de website.. Het lijkt ons aardig hen te berichten hoe een doorsnee dag eruit ziet van een Oegandees kind. Allereerst hebben we de Good Samaritan Integrated Primary School gevraagd om medewerking. Die krijgen we, niet alleen van de leerlingen maar ook van de leerkracht. De verschillende briefjes hebben namelijk dezelfde strekking en inhoud. We geven een voorbeeld:

‘I am Kamuli Halima with twelve years. I am in primary seven and I go to Good Samaritan Primary School. We are six people in the family with three who are still going to school. I live with my mother, sister, brother, grandmother and my uncle. The father died.
I thank Leo and Herma representatives Lejofonds in Netherlands for what they did at our school. They established a goat to goat project and also began an agricultural demonstration farm.
We have big hopes to benefit from both goats and the garden and also be equipped with agricultural skills. Please thank you so much.
Yours faithfully, Kamuli Halima.

Maar we zijn op zoek naar verhalen over het dagelijkse leven. We vragen nu headmaster Moses van de Bishop Westschool om medewerking. Mister Moses is meteen enthousiast. Hij geeft de opdracht aan de leerkracht van P6 de kinderen brieven te laten schrijven en hij legt uit wat de bedoeling is.

Als wij enige tijd later mr. Moses naar de briefjes vragen is hij heel verbaasd dat wij die nog niet ontvangen hebben. Hij grijpt naar zijn mobieltje en belt de leerkracht die lesgeeft en sommeert hem onmiddellijk naar zijn kantoor te komen.

Daar laat hij de leerkracht tekst en uitleg geven aan ons waarom de brieven niet geschreven zijn. Een bedremmelde leerkracht stamelt hopeloos wat smoesjes. Mr. Moses stelt een deadline, met succes. Als we de verschillende brieven lezen is ook hier in de opzet de hand van de leerkracht duidelijk zichtbaar. Toch hebben de briefjes wel informatieve waarde. We geven weer een voorbeeld:

How I spend my day
My name is Nalwadda Miriam. I am thirteen years old. I live at Kikooza Village found in Mukono District in Uganda. I am in P6 at Bishop’s West Primary School.

I wake up in 5.30 a.m. I say my prayers. I greet my parents. I wash the utensils. I go to school at 6.30 a.m. That is when our extra lessons starts. At 7.00 a.m. we move out to fetch water for cooking.

When the bell rings at 8.00 a.m. we got to the assembly. After assembly we move to the class. At. 8.30 the lesson starts. At 10.30 a.m. we go to get breakfast. After the break at eleven we go back to the class. At 1.00 p.m. we go to get lunch. Our lunchtime ends at 2.00 p.m. and we go back to class.

At 3.30 p.m. the time keeper is rung for games and sports. My best game is running. After games and sports the time keeper rung the bell and we go to assembly for extra lessons. After the extra lessons the time keeper rung the bell and we go back home at six.

When I am back home I put my uniform in the basin and wash it. After wash my uniform we go to bath. After bath I go to read my books and do the homework the teacher gave me. At 9.00 p.m. I get for supper After supper we go to sleep, That is the way I spend my day.

Zelf wonen we achter de Triple P primary school. Elke dag komen we langs deze school en worden enthousiast begroet door vele leerlingen. Vanachter het hek vragen we aan kinderen wie een briefje wil schrijven aan Nederlandse kinderen en daarin vertellen hoe hun dag eruit ziet.

Tot onze verbazing komen de volgende dag kinderen al zwaaiend aangezet met brieven. Als wij als beloning een pen en wat kleurpotloden uitdelen komen de volgende dagen ons vele briefschrijvers tegemoet. Als we kijken naar de inhoud is het oorspronkelijke onderwerp verdwenen. De kinderen hebben een eigen onderwerpkeus. We geven weer een voorbeeld:

Hello, How are you? I hope you are fine. Back to me: I am fine and okay. I am Sherrie Tasha by names. I would request you if you can sponsor me. It’s your choice I can not decide for you. But if you can allow to sponsor me. I will be very happy even if for only one term, I will appreciate. Because I never got a sponsor and I feel like getting one. I will appreciate when you allow to sponsor me. Because since I was young my heart tells me to go to Canada or New York.

One day I was with my mum. I told her I want a sponsor to take me to Canada and I study from there or New York. My mum laughed and said: “Hey, it is not easy to get a sponsor. It’s just a chance”. I told her: “Why is it that people get them?” She told me that they look for them. I told her to look for me but she said that is a chance to get one. But I wanted you to be my sponsors because you are so loving, friendly and good behaved. You are not like others I see. You are good and caring. I will appreciate or I will be very glad when you sponsor me. God bless you … I love you. From your friend Sherrie Tasha, P7

Wij zullen een aantal brieven doorsturen naar verschillende scholen in Nederland.

 


24 maart 2010
















Team op tilt

Kinderen in Oeganda hunkeren en hongeren naar handvaardigheid is onze ervaring van vorig jaar. Wij hebben scholen toegezegd ook dit jaar handvaardigheidslessen te geven.

Jeugdsentiment van Leo is het klosje breien en hij is ervan overtuigd dat het ook in Oeganda een voltreffer zal zijn. Hij weet bij Heutink, leverancier voor onderwijsleermiddelen, dertig punnikklosjes los te peuteren. Herma heeft haar connecties bij Opitec en dat betekent dat we ook verf en andere materialen kunnen meenemen.

Het klosje breien proberen we na schooltijd uit bij een paar van onze dove vriendjes op het internaat van de Bishop West. Ze zijn meteen verslaafd. Vlak voor het weekend worden we staande gehouden door de administratrice van de school, een gezellige tante Pollewop van midden vijftig. Ze heeft gezien hoe de dove kinderen tijd vergeten bezig zijn met het punniken en ze wil nu zelf ook aan de slag. Waarom niet? Direct na het weekend komt ze glunderend op ons af en laat het resultaat van een weekendje punniken zien: een gebreide streng die meermalen om haar omvangrijke middel past. En ze is niet te stoppen.

Niet te stoppen zijn ook de dove kinderen van Primary 4. Herma heeft hier het klosje breien geïntroduceerd. En ook hier zijn zowel leerkracht als leerlingen verwoede punnikers geworden. Wanneer Herma op een dag aangeeft dat ze de klosjes aan het eind van de dag komt innemen omdat ze de volgende middag op een andere school gebruikt worden, weten de dove kinderen en de leerkracht Herma te overreden dat pas de volgende ochtend aan het eind te doen. Men is nog lang niet uitgepunnikt.

De volgende middag gaan we naar de Mirendeschool, een primaryschool met ongeveer 350 kinderen. Vorig jaar zijn we daar aan het eind van ons verblijf in Oeganda op bezoek geweest en hebben toen beloofd dit jaar terug te komen voor handvaardigheidslessen. In de loop van de tijd heeft men ons verschillende keren gemaild zodat we onze belofte niet zouden kunnen vergeten.

Ter voorbereiding van deze lesmiddag hebben we een bezoekje aan de school gebracht om te zien welke materialen op school aanwezig zijn. Vol trots meldt men ons dat ze op ons verzoek kranten gespaard hebben. Er blijkt geen schaar aanwezig te zijn op de hele school en ook geen kwast. Maar dankzij Opitec kan Herma vanmiddag met het grootste deel van de klas van 45 leerlingen gaan verven. Leo zal met een aantal leerlingen gaan punniken. Als reserve hebben we nog een knipselwerkje.

Vellen papier zijn tegen de wand geplakt. De leerlingen krijgen de opdracht hun dromen te schilderen. Daar is blijkbaar durf voor nodig, want er wordt schuchter met de kwast iets op papier gezet. Maar als de eerste angst voorbij is, wordt er driftig geschilderd en ontstaan er ware kunstwerken.

Ondertussen is Leo met een tiental kinderen aan het punniken. De leerkracht blijkt ook mee te willen doen. Ze dringt haast voor zo graag wil ze weten hoe te starten. Niet dat ze dan kinderen kan helpen, nee ze wil een eigen werkstuk.

Het team heeft grote belangstelling voor deze handvaardigheidsles. Er druppelen steeds meer leerkrachten binnen om een kijkje te nemen. Ze worden kennelijk gefascineerd door het klosje breien. Onder het mom kinderen te helpen nemen ze zelf het punnikklosje ter hand om het niet meer af te staan. Uiteindelijk zijn er zes leerkrachten aan het punniken. En dat betekent dat zes kinderen niets meer te doen hebben en bij Herma aankloppen voor ander werk.

Herma vraagt daarop aan de leerkrachten of zij geen eigen klas hebben. Zij krijgt als antwoord dat de kinderen moeten nadenken, dat kunnen ze zelf wel. Daar is de leerkracht niet bij nodig. Kennelijk moeten Oegandese kinderen heel veel nadenken, want de leerkrachten blijven bijna een uur en dat betekent dat zes klassen in die tijd geen leerkracht hebben.

Aan het eind van de middag komt een andere leerkracht naar Leo toe met het verzoek met haar mee te komen. Ze gaan naar het kantoor van de headmaster. Die blijkt te borduren met de door Herma meegebrachte materialen. Daar blijkt ze de hele middag al intensief mee bezig te zijn en de leerkracht vindt dat dit als beloning vastgelegd moet worden.

Wanneer we terug gaan kunnen we niet nalaten een kijkje in de verschillende klassen te nemen. Geen leerkracht te bekennen. Ook niet in de kleuterklas. Kennelijk valt het hier een aantal kinderen zwaar te blijven nadenken. Ze zijn in slaap gevallen.


19 maart 2010

11. Regeren is vooruitzien

Deze week voeren drie scholen actie voor het Lejofonds. En dus zullen op termijn weer een aantal kinderen naar school kunnen gaan. In weblog “Gods Gloria” verhalen wij hoe vier kinderen, in moeilijke leefomstandigheden, met behulp van het Lejofonds naar de school Gods Glory gaan. Wij weten dat er in de omgeving van Gods Glory, in de binnenlanden van Oeganda, nog veel meer kinderen zijn die niet naar school gaan omdat ouders of familie het schoolgeld niet kunnen betalen.

Wij vragen aan Steven, de headmaster, of hij voor ons een lijst met dertig namen kan opstellen. Het vraagt het nodige speurwerk, maar het lukt uiteindelijk.

We willen de kinderen graag ontmoeten en hen op de foto zetten. Steven regelt weer alles. Zo gaan we met Christien, een Oegandese vriendin, die voor ons gaat tolken de binnenlanden in, op weg naar Gods Glory. Wat we niet echt verwachten, blijkt toch zo te zijn: alle dertig kinderen staan ons op te wachten. We fotograferen er lustig op los wat de kinderen prachtig vinden.

Christien stelt ieder kind een paar vragen. De antwoorden zet ze keurig voor ons in het Engels op papier. Daaruit blijkt dat vele kinderen al vroeg een of beide ouders verloren hebben. Aids is de grote boosdoener. In hun beroepskeuze voor later lijken de Oegandese kinderen niet veel te verschillen van de Nederlandse kinderen. Straks zullen de meeste kinderen een half uur tot een uur moeten lopen om op school te komen. Dat blijken ze er graag voor over te hebben.

  • 1. Susan, 12 jaar, woont samen met haar oudere zus. Moeder is overleden. Haar vader repareert kookpannen. en fornuizen. Later wil ze een advocaat worden.
  •  
  • 2. Sarah, 10 jaar, woont bij haar oma. Beide ouders zijn overleden. Ze is eerder op school geweest. Maar ze heeft de school verlaten omdat het schoolgeld niet langer betaald kon worden. Ze wil later onderwijzeres worden.
  •  
  • 3. Teddy, 11 jaar, woont bij haar oma en haar vader. Haar vader is bouwvakker. In primary 3 is ze van school gegaan  omdat het schoolgeld niet betaald kon worden. Ze wil later dokter worden.
  • 4. Peter, 7 jaar, woont bij zijn oma. Ouders zijn overleden aan aids. In primary 2 is hij van school gegaan omdat het schoolgeld niet betaald kon worden. Hij zong een liedje voor ons met het volgende refrein: Als je aids krijgt is er niemand die je kan helpen, je huilt, maar niemand helpt. Mijn vader hield heel veel van mij. Maar toen hij aids kreeg, kon ik hem niet helpen……. Dit is een zeer intelligente jongen. Hij wil later zakenman worden.
  •  
  • 5. Solomon, 9 jaar, woont samen met zijn moeder. Vader is overleden. Hij wil later onderwijzer worden.
  •  
  • 6. Godfrey, 14 jaar, woont samen met zijn moeder en 6 zusjes. Vader is overleden Moeder probeert met koken wat geld te verdienen. Hij wil later musicus worden.


  • 7. Sebastian, 14 jaar, heeft eerder op school gezeten, maar is eraf gegaan omdat het schoolgeld niet betaald kon worden. Vader is in 2006 overleden. Moeder is boerin. Hij wil later onderwijzer worden.
  •  
  • 8. Andrew, 12 jaar, woont bij zijn oma. Vader is overleden en moeder is verdwenen. Hij gaat naar primary 5. Hij wil later piloot worden.
  •  
  • 9. Regina, 10 jaar, woont bij moeder. Vader is overleden. Ze gaat naar P4. Ze wil later zuster worden.
 
  • 10. Gertrude, 6 jaar, woont bij haar vader. Hij is een timmerman. Moeder is overleden. Ze wil later dokter worden.
  •  
  • 11. Ruth, 10 jaar, woont bij haar oma die al oud is. Haar ouders zijn overleden. In primary 4 is ze van school gegaan omdat het schoolgeld niet betaald kon worden. Ze wil later onderwijzeres worden.
  •  
  • 12. Sandra, 6 jaar, wil later onderwijzeres worden. Vader is overleden aan aids. Moeder is ook geïnfecteerd en is permanent ziek.


 
  • 13. Gift, 5 jaar, heeft zijn ouders niet gekend. Zijn ouders zijn overleden. Hij woont bij een voogdes die hij als zijn eigen moeder beschouwt. Hij wil later een eigen auto hebben.

  • 14. Resty. Moeder is overleden. Resty woont bij haar vader en stiefmoeder. Ze gaat naar P5. Ze wil later verpleegster worden.

  • 15. Meddy, 7 jaar, woont bij zijn oma. Zijn moeder is overleden. Zijn vader trouwde met een andere vrouw die hem mishandelde. Hij is toe gevlucht naar zijn oma.
  • 16. Robert, 11 jaar, woont bij zijn moeder. Vader is overleden in 2005. Hij gaat naar P3. Moeder verbouwt wat voedsel. Hij wil later chauffeur worden.

  • 17. Rogers, 8 jaar, woont bij zijn vader. Moeder overleed in 2009. Hij wil later soldaat worden om mensen te beschermen, vooral kinderen.

  • 18. Jonathan, 9 jaar, woont bij zijn vader. Moeder overleed in 2010. Hij gaat naar P3 en wil later chauffeur worden.


  • 19. De ouders van Andrew, 9 jaar, zijn gescheiden. Hij woont bij zijn vader. Deze jongen heeft moeite met praten. Hij begrijpt alles, maar het spreken gaat moeizaam.

  • 20. De vader van Allan, 8 jaar, is vroeg overleden. Hij heeft hem nooit gekend. Hij woont bij zijn moeder. Hij wil later onderwijzer worden.

  • 21. Moses, 7 jaar, woont bij zijn oma. Hij wil later chauffeur worden.
  • 22. De ouders van Fatuma, 7 jaar, hebben geen werk. Later wil ze tante worden en voor jonge kinderen zorgen.

  • 23. Sandra, 8 jaar, woont bij haar moeder. Vader is er met een andere vrouw vandoor gegaan. Ze wil later onderwijzeres worden.

  • 24. De ouders van Emmanuel, 6 jaar, zijn overleden. Hij woont nu bij zijn oma. Hij gaat naar P3.


  • 25. Yusufu, 10 jaar, woont bij zijn ouders die beiden werkloos zijn.

  • 26. Ponsiano, 9 jaar, woont bij beide ouders. Hij ging in P3 van school omdat het schoolgeld niet betaald kon worden.

  • 27. Moeder lijdt aan aids. Flavia, 8 jaar, wordt altijd op pad gestuurd om geld te vragen.
  • 28. Fred, 8 jaar, woont bij zijn moeder. Hij kan zich niet herinneren wanneer hij zijn vader voor het laatst zag. Hij wil onderwijzer worden.

  • 29, De moeder van Jane, 10 jaar, is overleden. De vader is pas geopereeerd en kan niet werken. Ze is gestopt in P3 omdat het schoolgeld niet betaald kon worden. Ze wil onderwijzeres worden.

  • 30. De moeder van Amina, 9 jaar, moeder is boerin. Haar vader heeft ze nooit gekend. Ze is gestopt in P2. Ze wil onderwijzeres worden.


19 maart 2010

Contract tuin
















Kijken naar gevangenen, niet kieken!

Zoals gemeld zijn we gestart met de voorbereidingen van een kippenproject en het inrichten van een grote productietuin. Het Lejofonds verschaft een lening voor o.a de aanschaf van het tuingereedschap. Deze tuin zal o.a. voer voor de kippen en geiten opleveren. Dit alles past in het plaatje van onze counterpart die wil uitgroeien tot een Demonstration Farm, een kenniscentrum voor de regio.

Een tractor heeft het land inmiddels geploegd. Meer machines komen er niet aan te pas.
Voor het verder egaliseren van het terrein worden gevangenen ingezet. Daar zijn we ’s morgens als de kippen bij. Dat willen we vastleggen . Maar bij de eerste foto wordt ons duidelijk te verstaan gegeven dat fotograferen verboden is.

We tellen 23 gevangenen in gele pakken.. Ze hebben allemaal een “hoe”, een schep waarvan het blad in een stand van 90 graden staat. Daarmee hakken ze op de “onkruidachtige” grond in. Het is zwaar werk, mede omdat het werk in de brandende zon gedaan wordt. Twee gevangenen hebben een aparte rol. Ze hebben beiden een tak in de handen. Als een gevangene iets niet doet wat naar hun zin is, slaan ze er op los. Twee vrouwen in uniform kijken toe. Tenslotte is er nog een bewaker met vervaarlijk uitziende mitrailleur. Vluchten betekent doodgeschoten worden.

De lessen van de Good Samaritanschool zijn opgeschort. Kinderen en team kijken nieuwsgierig toe. Voor de kinderen is het duidelijk: Prisoner? Nooit niet! Er wordt in straf tempo gewerkt. Onze aanwezigheid heeft toch zin. De mannen met stokken houden zich in nu ze in de gaten hebben dat wij toekijken.. Er wordt niet echt meer geslagen. Wat toe doen als je een plasje moet plegen? Het is heel simpel even op de knieën gaan zitten , broek opzij en laat maar lopen.

We krijgen te horen dat, als we foto’s willen maken, we naar de gevangenis zullen moeten gaan om een toestemmingsbrief op te halen. Daar komen we ’s middags in de buurt als we in Kampala een bedrijf bezoeken dat broedmachines maakt. Dus gaan we even aan. Nou even. Men geeft eerst niet thuis. Maar uiteindelijk gaat de poort open.
We worden naar de “chef” gebracht, een vervaarlijk uitziende vrouw met bloeddoorlopen ogen. We krijgen geen schijn van kans. Fred, onze counterpart krijgt nog even de wind van voren dat hij dit niet vooraf gevraagd had. Het resultaat zou hetzelfde geweest zijn: Nee.

Op de terugweg kopen we een paar pakjes sigaretten voor de gevangenen. Als we ’s middags terug komen zijn de gevangenen nog steeds aan het werk. Het tempo is duidelijk gezakt. De sfeer is wat losser. We krijgen zelfs toestemming de gevangenen onder het werk te trakteren op een sigaret.

Een van de gevangenen speelt voor kok. Hij is bezig met de bereiding van een maïsbrouwsel met bruine bonen voor de lunch. Het loopt tegen drie uur!. Om half vier wordt al het eten in open jerrycans gedaan. De gevangenen krijgen het sein van vertrek. Het eten krijgen ze in de gevangenis.

En morgen komen ze weer. Niet omdat ze de smaak te pakken hebben, ze zijn ingehuurd voor anderhalve euro per dag.

De foto’s bij dit verhaal? Welke foto’s?