28 februari 2010

Joyce


Elizabeth


Geoffrey


Mark


Gods Gloria

Een soort dependence van het project “Goat to Goat” bevindt zich bij de school “Gods Gloria” in de binnenlanden. Uit gesprekken met directeur Steven weten we dat veel kinderen uit de omgeving niet naar school gaan omdat ouders het schoolgeld niet kunnen betalen. We hebben hem gevraagd naar schrijnende situaties. De volgende kinderen werden daarbij genoemd:

Joyce, een meisje van acht jaar. Haar vader is overleden. Haar moeder is besmet met het HIV-virus. Joyce heeft een verkeerde behandeling in het ziekenhuis gehad waardoor een been gedeeltelijk verlamd is. Joyce heeft een broer van 10 en een zus van zeven. Deze gaan ook niet naar school.

Elizabeth, een meisje van vier jaar.
Moeder is door haar man uit huis gezet. Het eerste kind is overleden. Elizabeth heeft nog een broer die bij een tante woont en ook niet naar school gaat.

Geoffrey, zes jaar
Moeder heeft acht kinderen. Twee kinderen wonen bij haar in huis: Geoffrey en een geestelijk gehandicapt zusje. Na een koortsaanval kreeg zij een verkeerde behandeling waardoor ze gehandicapt raakte. De andere kinderen wonen bij familieleden. De kinderen zijn van twee verschillende vaders. Deze zijn allebei uit beeld verdwenen.

Mark, dertien jaar.
Mark wordt opgevoed door zijn oma, samen met twee nichtjes.
De ouders hebben de kinderen bij oma gedumpt en zijn vertrokken. Bestemming onbekend.

Op een “Hollandse” dag, regenachtig en fris, hebben we deze gezinnen bezocht, samen met dochter Stephanie die op bezoek was en directeur Steven van de Gods Gloriaschool. We hebben verteld dat genoemde kinderen naar school kunnen op kosten van het Lejofonds. Het schoolgeld op de Gods Gloriaschool bedraagt 90.000 shilling per jaar. Tegen de huidige koers is dat 32 euro.

Voor onze bezoekjes kregen we een schitterende ontvangst op school. Na afloop werden uitgeluid met een grote zak fruit. En dat betekende uiteindelijk een traktatie voor de dove kinderen van de Bishop Westschool.

Hieronder een fotoreportage van ons bezoek.




28 februari 2010

Europa heeft de klok, Afrika heeft de tijd

We hebben op zondag om twaalf uur een afspraak met onze counterpart in de persoon van Fred 1 en Fred 2. De kerkelijke verplichtingen zijn dan voorbij.
Daarna hebben we een afspraak met een leerkracht van de Good Samaritanschool die onze hulp wil bij het uitgeven van een wiskundeboek. Zo mogelijk willen we ook de veearts nog even spreken.

Om kwart voor twaalf, ruim op tijd, melden we ons. Fred 2 is nog onderweg. Hij moet uit Jinja komen en wordt niet voor 1 uur verwacht. We gooien het programma om. De leerkracht wil ons meenemen naar iemand die op dit moment zijn werk in handen heeft, niet ver hier vandaan. Het zal een half uurtje tijd vragen. Dat komt goed uit. Dan kunnen we daarna nog even langs de veearts voordat onze meeting met Fred 1 en Fred 2 om 1 uur begint.

De leerkracht neemt ons mee. We gaan met ons geliefd vervoermiddel, de boda boda naar Mukono. Daar komen we net vandaan. We stappen over op de matatoo, een taxibusje waar veertien mensen in gepropt worden. Dan weten we dat het half uurtje een Afrikaans half uurtje is. Ook de afstand is Afrikaans, wat hier dichtbij is, is voor ons ver weg. We trappen er elke keer weer in.
Om 1 uur terug zijn is een utopie.

We rijden een vijfentwintig kilometer en komen in een stadje aan. Op de afgesproken plaats blijkt de persoon die we moeten hebben niet aanwezig te zijn. Na herhaald bellen is er uiteindelijk contact. Een ontmoeting is niet eerder mogelijk dan drie uur. Of we willen wachten? Nee, dus. Dus keren we onverrichter zake weer terug. Op de taxistandplaats is de matatoo leeg. Dat betekent wachten en wachten. Een matatoo vertrekt pas als die vol is.

Vlak voordat het zover is, zien we een soort dorpsgek, een soort “dronken druppie” hiphoppend een paar rondjes om de taxi draaien. Hij roept iets onverstaanbaars naar binnen. Het blijkt onze taxichauffeur te zijn. Dat wekt vertrouwen. En dat groeit wanneer de motor gestart wordt. Alles schudt en rammelt. Het geeft het gevoel of het busje zomaar uit elkaar kan vallen. Opluchting als we heelhuids terug zijn in Mukono.

Wanneer we terug zijn op de Good Samaritan is het inmiddels half drie en Fred 2 is nog niet gearriveerd. We brengen daarom eerst maar een bezoekje aan de veearts. De stroom is weer eens uitgevallen. De veearts kan zijn geplande werk niet doen en ligt te pitten achter de toonbank. Voorzichtig laten we horen dat we er zijn. Als de veearts een oog opent en ons ziet staan is hij direct klaar wakker.

Het is bijna lachwekkend. Na ons bezoek aan de veearts is Fred 2 er nog steeds niet. We geven aan niet langer te willen wachten. Dan maar het gesprek alleen met Fred 1. We leggen het doel van het gesprek uit en geven de lijn aan. Als het eigenlijke gesprek op punt van beginnen staat, zien we Fred 2 aankomen. We kunnen opnieuw beginnen.


21 februari 2010

In gesprek met veearts


Bliksem van de Jozefschool




Jannie


Nieuwe stal


Marianne




Nieuwe bok Christian

07. Project in de praktijk 2

Samen met onze counterpart hebben we in de afgelopen dagen achttien families bezocht die een geit gekregen hebben. Heftige situaties kwamen we daarbij tegen, zoals bijvoorbeeld een mevrouw die man en drie zonen verloren had en nu alleen voor de opvoeding van een aantal kinderen zorg moet dragen.
In alle gevallen, zo concluderen we, is het zeer terecht dat naar deze families een geit is gegaan.

Alle families hebben een formulier moeten invullen en ondertekenen met de volgende tekst:

This project donates pregnant female goats to caregivers of orphans, disabled and needy children as a way of empowering them economically to meet the needs of those vulnerable children. The needs should include education, healthcare and feeding. This form should be filled by the applicant who is the caregiver and must be endorsed by the area local council chairperson.
The benificiary has to bring back the first birth before the goat is considered to be his or hers.
The management has the right to withdraw the animal from any beneficiary if it is found out that the animal is not being cared in the right way.

Vervolgens moeten een aantal persoonsgegevens ingevuld worden. Het jaarlijks inkomen moet opgegeven worden en bij niet-schoolgaande kinderen de reden waarom dit zo is.
Het formulier kent de volgende slotzin:
Above is true and correct to the best of my knowledge.
Daarna is er ruimte voor ondertekening door een familielid, de voorzitter van de “community” en een projectvertegenwoordiger.

Na de bezoeken aan de families zijn we in gesprek gegaan met onze counterpart. Daarbij zijn onderwerpen aan de orde gekomen zoals, registratie, productiviteit, ziektes, inzet van de veearts, training van families die een geit krijgen, transport, kosten, selectie families, bouw van stallen.

Uit evaluatie blijkt dat het registratiesysteem binnen het project verder aangevuld kan worden . Daarbij hebben we onze counterpart een publicatie van Agromisa over geiten aan de hand gedaan waarin een handig en volledig registratiemodel is opgenomen. Agromisa is een kenniscentrum voor kleinschalige landbouw in ontwikkelingslanden en is verbonden met de universiteit van Wageningen.

De ervaring heeft geleerd dat de Zuid-Afrikaanse geit, de melkgeit meer dan de vleesgeit bevattelijk is gebleken voor ziektes. Lokale geiten, de “locals” hebben daar geen of veel minder last van.
De Zuid-Afrikaanse bok Fred is wat bokkig gebleken, hij bediende de vrouwtjes niet naar behoren en is vervangen.

Er zijn inmiddels een aantal jonge geitjes geboren. Wanneer de ervaring toeneemt binnen het project, ziektes minder voorkomen en met de nieuwe bok, zal de productie verder toenemen, zo is de verwachting.

Met een geit zijn inkomsten te verwerven waardoor het schoolgeld betaald kan worden zo is gesteld. Dat is waar.
Maar het kost tijd voor het zover is. Binnen het project wordt nu bekeken of we dit proces kunnen versnellen door de families naast een geit ook een aantal kippen te geven. Wie weet wordt dat ei nog gelegd.



21 februari 2010

















Bruiloft in Oeganda.

Op uitnodiging hebben we een bruiloftsfeest bijgewoond in Kampala.

Bruid en bruidegom zijn afkomstig van rijke families van de Bugandastam.
Het bruilofstfeest staat dan ook in schrille tegenstelling met wat het dagelijks leven in Oeganda te zien geeft.

In Oeganda heeft elke stam zijn eigen gebruiken bij het uitvoeren van een huwelijk.. Maar alle stammen hebben twee dingen gemeen:

1) In alle stammen moet de jongen eerst een bruidsprijs betalen aan de familie van het meisje.
2) Alle bruidsparen gaan naar de leiders van hun godsdienst om een gelofte af te leggen.

Bij de Bugandastam begint het bruiloftfeest de avond voor het huwelijk. De familie van het meisje organiseert een feest dat bedoeld is om afscheid van het meisje te nemen en haar moed in te spreken.

Op de trouwdag komt in de ochtend een familielid van de jongen om aan te kloppen op de deur van de familie van het meisje. Normaal gesproken doet een tante de deur open. Zij geeft het meisje mee om naar de kerk te gaan.

De vader van het meisje begeleidt haar in de kerk. Ten overstaan van de priester en de mensen in de kerk wordt een eed van trouw afgelegd.

Na de kerk gaat het bruidspaar naar een fotostudio om foto’s te laten maken. Daarna gaan ze naar de plaats waar de receptie gehouden wordt.
Voordat ze hun zitplaatsen innemen, begroeten ze hun gasten en familieleden. De familie van de jongen en het meisje zitten apart aan beide kanten.
Er is een band gehuurd om muziek te maken tijdens de receptie. Een dansgroep verzorgt traditionele dansen.

Zowel de ouders van de jongen en het meisje, die van de jongen het eerst, houden een toespraak waarin zij hun kind goede raad geven.
Nadat de ceremoniemeester het sein gegeven heeft komen eerst de familieleden van de bruidegom naar voren om cadeaus te brengen. Daarna zijn de familieleden van de bruid aan de beurt en vervolgens de andere gasten. Men geeft gebruiksvoorwerpen voor in het huis, zoals kopjes, borden, bestek, enz ieder naar draagkracht.

Na het geven van de cadeaus snijdt het paar de taart aan. De bruid serveert haar ouders en familieleden de taart, de bruidegom doet dat bij zijn familie. De andere gasten geven elkaar een stuk taart.

Het bruidspaar krijgt nu als eerste het eten opgediend. Daarna de anderen. Terwijl de familieleden en gasten genieten van het eten gaat het bruidspaar weg om zich om te kleden. De bruidegom komt als eerste terug en verstopt zich tussen de gasten. Als de bruid terugkomt gaat zij op zoek naar haar man. Zij heeft hem uit duizenden mannen gekozen en kent hem het beste. Dat zal ze de gasten nu tonen door hem te vinden. Wanneer de bruid haar man gevonden heeft , komen ze naar voren om een dans te openen. Met het dansfeest eindigt de bruiloft.

De foto’s zijn gemaakt tijdens de receptie.


16 februari 2010

Drie klassen in één ruimte








Oma


Kleinkinderen


Vader overleden, kind op komst


Afscheid

06. Through patience you win

De voortgangsrapporten die we in Nederland ontvangen hebben van onze counterpart over het project “Goat to Goat” hebben niet alles duidelijk gemaakt. We willen tijdens een aantal gesprekken onze vragen voorleggen. We willen niet mekkeren. De gesprekken zijn bedoeld om te voorkomen dat er bokken geschoten worden.

Het project speelt zich af in drie sub-counties, Mukono Town Council, Seetah Nasigo en Nkonkonjeru, een uitgestrekt gebied. Onze counterpart stelt voor eerst de gebieden te bezoeken, kijken welke families een geit hebben gekregen, hoe ze gestald zijn,enz. Waarschijnlijk zal op deze wijze al een aantal vragen beantwoord worden. Daarna kunnen we om de tafel gaan zitten voor de resterende vragen. We gaan akkoord.

Vandaag staat een bezoek aan Nkonkonjeru op het programma.
Om negen uur ’s ochtends zullen we worden opgehaald. Dat wordt tien uur. Voor Oegandese begrippen een alleszins redelijke vertraging. De veearts blijkt ook mee te gaan. Het is voor ons  een nieuwe veearts. De eerste veearts, zo werd aangegeven, kwam te vaak niet opdagen als het nodig was. Deze veearts moet zeer actief zijn. Binnen het project althans. Nu zit hij stilletjes achterin de auto. Maar nadat we een paar vragen gesteld hebben, komt hij los en is niet meer te stoppen. Hij ratelt erover. We moeten alle zeilen bijzetten om hem te verstaan.

We gaan weer ver de binnenlanden in. En daarmee wordt nog weer eens duidelijk dat transport een probleem vormt voor het project. Het is kostbaar. Om dit probleem in te perken wil men naast een geitenafdeling op de Good Samartanschool een, laten we zeggen, dependance maken in Seetah Nasigo en Nkonkonjeru, beiden op het terrein van de plaatselijke school.

In Nkonkojeru bezoeken we die plaatselijke school, evenals vorig jaar. Het is een hartelijk weerzien. Leo ontkomt er niet aan een speech te houden voor het de verzamelde leerlingen en het team. Onvoorstelbaar als je ziet hoe hier lesgegeven moet worden. In één ruimte (en wat voor een ruimte) wordt lesgegeven aan drie groepen die dicht op elkaar zitten. En soms is zitten er niet bij en knielt een leerling op de grond , een schriftje voor zich. Aan de buitenkant van de school hangt een bord met daarop een toepasselijk motto: “Through patience you win”

Dan is het tijd om wandelend door de bush bush een aantal families met een geit te bezoeken  Bij elke familie zien we dat aan een voorwaarde van het project is voldaan:het bouwen van een goed onderkomen voor de geit. In een aantal gevallen is dat met steun van het Lejofonds gebeurd omdat het de familie aan middelen ontbrak. Alle energie is nodig om te proberen twee keer per dag eten op tafel te krijgen.

De geiten zien er prima uit. Er zitten wel een paar, voor ons onbekende, geiten tussen. De veearts verklaart dat een paar geiten ziek zijn geworden en de kennis van de betreffende families onvoldoende was om hier mee om te gaan. Hij heeft er voor gezorgd dat deze dieren geruild konden worden bij een farm waarvoor hij ook werkzaam is.

We bezoeken vijf families. Twee daarvan hebben we vorig jaar ook bezocht. Zij stonden toen op de lijst om een geit te krijgen. Dat is inmiddels gebeurd. Eén van de families is oma met haar drie kleinkinderen. De ouders zijn overleden aan aids. Oma verzorgt de opvoeding. Haar verhaal is ons steeds bijgebleven. We hebben extra kleding meegenomen voor haar en de kleinkinderen. Met dank aan Egypt Air. Oma en de kleinkinderen zijn er zichtbaar blij mee.

Met de geiten zullen alle families inkomsten verwerven om het schoolgeld voor een kind te betalen. Dat kan even duren. Through patience you win.




16 februari 2010















Het is een hele toer deze toer!

Oeganda wordt ook wel de Groene Parel van Afrika genoemd. Vorig jaar hebben we ons weinig tijd gegund die parel te zien glinsteren.

Nu hebben we besloten na een paar weken verblijf in Oeganda een weekje rond te toeren om zeker te stellen dat we nu wat meer van het land te zien krijgen.

Bovendien willen onze longen graag even weg van die vette, zwarte,stinkende, walmende, adembenemende uitlaatgassen die in de hitte boven de doorgaande weg in Mukono trillend blijven hangen. Het project “Goat to Goat” laten we even voor wat het is. Via plaatselijke contacten regelen we een auto met chauffeur.

Voor degenen die ons op de kaart willen volgen, we nemen uiteindelijk de volgende route: Mukono-Kampala- Masaka – Lake Mburo National Park – Mbarara – Kabale – Lake Bunyonyi – Mbarara – Bushenyi – Queen Elizabeth National park – Kasese – Fort Portal – Kampala – Mukono.

Nog maar nauwelijks onderweg zijn we getuige van een aanrijding tussen een auto en een boda-bodarijder. Gelukkig blijven ons verdere ongelukken bespaard.

Op weg naar Masaka passeren we de evenaar. En dat wordt vastgelegd voor de eeuwigheid.

Na Masaka komen we een paar kuddes van onze favoriete gehoornde koeien tegen, gehoed door jongens van het Bahimavolk. Al op jonge leeftijd leren ze dit. De meisjes van de Bahima huwen rond hun veertiende. Schoonpapa heeft het recht als eerste met de bruid te slapen. Ook vrienden en broers van de man mogen dit. De vrouw zelf heeft daar niets over te zeggen. Als ze weigert, wordt ze gestraft door haar man.

Twee nationale parken zijn opgenomen in de route. En dat houdt ook in dat we twee games drives doen. Voor dag en dauw op. Ja, het is hard werken in de vakantie. We krijgen er wat voor terug. Ontmoetingen met allerlei beesten die we in Nederland niet in het wild zullen tegenkomen. De foto’s geven een sfeerbeeld.

Op weg naar Lake Bunyonyi verandert het landschap. Het wordt heuvelachtig en uiteindelijk zelfs bergachtig. Lake Bunyonyi is een hooggelegen kratermeer met daarin talrijke eilandjes. Van bovenaf gezien een prachtig gezicht.

Op weg naar Queen Elizabeth zien we in de buurt van Kasese prachtige theeplantages tegen de heuvels liggen.

Vlakbij het Queen Elizabeth National Park overnachten we in een schitterende, tegen een helling gelegen lodge, met uniek uitzicht over het Queen Elizabeth National Park.

Het is zelfs mogelijk je bed naar buiten te rijden om ‘s nachts op een terras te kunnen slapen. Mochten daarbij de dierengeluiden je uit de slaap houden dan kun je genieten van een prachtige sterrenhemel. En Herma heeft dat gedaan. Het was de opwinding van het buiten slapen dat haar uit haar sliep hield, niet de dierengeluiden.

In het Queen Elizbethpark maken we ook een boottocht op het Kazingakanaal, de verbinding tussen Lake Albert en Lake Edward. Een beestachtig mooi tochtje zoals de foto’s laten zien.

Dag 7 rijden we terug van Fort Portal naar Kampala, een rit van een kleine driehonderd kilometer.De laatste tachtig kilometer zijn er wegwerkzaamheden. En dat betekent dat er om de paar honderd meter flinke drempels in het wegdek zijn aangebracht. Hobbelklutsend slakken we dit parcours zuchtend over.

Terug in Mukono horen we van meerdere kanten: “ We missed you, we lost you!. Welcome back!”
We zijn weer thuis.




6 februari 2010

Andrew stribbelt tegen


Batu vangt Alex op


Katongole wordt teruggebracht


Alex voelt zich veilig bij de matron


Alex en Andrew


In gesprek met James


Hadija


Sandra


1e ontmoeting met Sandra en haar zusjes


Kinderen van Truus en Gerrit


Winefred

05. Van huis naar een nieuw thuis

Doofheid is een maatschappelijk probleem in Oeganda. Dove mensen leven in erbarmelijke omstandigheden. Ze zijn buiten de maatschappij geplaatst.

Meer dan 90% van de doven in Oeganda kan niet lezen noch hun eigen naam schrijven of tellen tot tien. De meerderheid van de dove kinderen is niet in staat om te communiceren met hun ouders, familie en de gemeenschap waarin zij leven.

Door het gebrek aan onderwijs ontstaat er een vicieuze cirkel van armoede, onwetendheid, kwetsbaarheid, ziektes en machteloosheid en een onvermogen om sterke dovenorganisaties te formeren.

Doven zijn de armsten onder de armen, de minst bevoorrechten.

Wij zijn verheugd dat het Lejofonds door donaties van mevrouw Truus de Boer uit Franeker en stichting Vrienden van La Rouche in staat is geweest zes dove kinderen uit hun isolement te halen en naar school te sturen. Ook is het mogelijk geworden een kind met een verstandelijke beperking naar een school voor speciaal onderwijs te laten gaan. Tenslotte gaan twee weeskinderen uit de binnenlanden voor het eerst naar een dorpsschool.

Dove kinderen gaan naar een internaat en dat is kostbaarder dan een gezond kind naar school sturen. Voor dove kinderen hanteren we daarom een andere werkwijze. Het Lejofonds betaalt het schoolgeld voor het eerste schooljaar, De betreffende familie krijgt daarnaast een geit vanuit het project en zo mogelijk een aantal kippen. Daardoor komen er inkomsten. Vanaf het tweede jaar betaalt de familie dan het schoolgeld zelf.

Het nieuwe schooljaar begint in Oeganda op 1 februari. Wij zijn in de afgelopen dagen van hot naar her gevlogen om alle materialen bij elkaar te krijgen voor de vier dove kinderen die vandaag naar de Bishop Westschool gaan. (Sandra, een doof meisje van zes jaar komt een paar dagen later. Hadiji gaat naar de dovenschool in Kampala) We komen met een uitpuilende taxi bij de dovenafdeling van de Bishop Westschool aan.

Onze altijd vrolijke Katongole is er al. Het hoofd van de dovenafdeling controleert of alle materialen aanwezig zijn, of er in de uniformen namen geborduurd zijn. Op alle materialen wordt de naam van het kind gezet. Het is een tijdrovend karwei.

Intussen is Andrew met zijn moeder op een boda boda gearriveerd. Andrew is nog niet van de boda boda af of hij barst in huilen uit. Als een poosje later de “matron” hem mee wil nemen naar het internaat is er helemaal paniek en stribbelt Andrew behoorlijk tegen.

Alex, het kleine manneke van zeven jaar komt met zijn grote broer Peter. Peter vertelt dat hij inmiddels besloten heeft dat Alex in de vakanties niet terug gaat naar de aan drank verslaafde oma. Hij zal hem zelf opvangen tijdens de vakanties.

Het is even snuffelen aan elkaar. Maar al gauw blijkt dat Andre, Alex en Kataongole het goed met elkaar kunnen vinden. “Een altijd vrolijk ventje”, zegt een leerkracht over Katongole. Voor Alex komen de tranen als Peter weg gaat. Voor korte duur.

James, de veertienjarige komt met zijn vader . Bijna op hetzelfde moment komt Batu met zijn vader. James bekijkt alles en laat het over zich heen komen.

Batu vragen we of hij de kleine Alex een beetje in de gaten wil houden. Met succes. Later die ochtend zien we beiden op hetzelfde bed in de slaapzaal liggen. En als we Batu een paar centen geven om iets te kopen bij een eetstalletje op het terrein van de school, loopt hij hand in hand er met Alex heen.

Als de moeder van Katongole vertrekt, zien we ineens een heel andere Katongole. Van de vrolijke jongen is niets meer over. Hij wil met moeder mee en loopt vast richting de weg. Uiteindelijk wordt hij door een grote jongen opgetild en teruggebracht.

De volgende dag horen we dat Katongole twee keer is weggelopen. ‘s Avonds in het donker is hij staande gehouden bij de naburige universiteit. ‘s Morgens is hij door het raam gekropen en het stadje ingegaan. Een groot probleem, zo geeft de leiding aan. Katongole wordt nauwlettend in de gaten gehouden.

De dagen ernaar brengen we een paar keer per dag een bezoekje aan onze dove vriendjes. Alex en Andrew spelen en ravotten naar hartelust. James heeft aansluiting gevonden bij wat oudere jongens. Van Katongole komt steeds meer terug van zijn vrolijke uitstraling.

Sandra, een klein teer meisje van zes jaar is inmiddels ook op school en houdt zich kranig.

Wij kunnen nu aandacht geven aan het kind met een verstandelijke beperking en ervoor zorgen dat zij naar school gaat en daar een goede start maakt.




30 januari 2010

Andrew overstuur


Angst voor muzungu’s


Inschrijving


Huisbezoek Alex


Angst


Ergste angst is voorbij


Alex met broer bij inschrijving


Judith


Judith met nichtje

04. Daar kun je niet doof voor blijven!

We zitten in het hok, wat voor kantoor doorgaat, van Henriette, hoofd van de dovenafdeling van de Bishop Westschool. Zoals gemeld is besloten de 11-jarige dove James naar school te laten gaan. Het eerste jaar wordt het schoolgeld door het Lejofonds betaald, daarna moet een geit uit het project voor de nodige inkomsten zorgen.

James blijkt nu ineens 14 jaar te zijn i.p.v. 11. Die leeftijd past ook beter bij zijn postuur. Maar hoe moet dat als hij straks bij kleintjes in de klas komt? We zullen het volgen.

Bij het doornemen van een lijst met daarop aan te schaffen materialen komen we in vergelijking met vorig jaar een paar wijzigingen tegen. Nieuw is dat een schoffel en kapmes aangeschaft dienen te worden. Henriette geeft aan dat er voor de doven ’s middags beroepsvoorbereidend onderwijs is. Er zal gewerkt worden in de tuin. Verder moeten kippen en geiten worden verzorgd.

We vallen bijna van onze stoel van verbazing. Hier horen we in grote lijnen de in houd van het projectplan dat wij vorig jaar ingediend hebben bij de directeur. Toen werd het afgewezen.

Buitengekomen vraagt Fred, onze counterpart in hoeverre we nog meer kunnen betekenen voor dove kinderen. We zeggen niets toe, maar zijn wel bereid ons te laten informeren. En dat betekent een bezoek aan twee dove kinderen in de binnenlanden.

Bij de eerste familie worden we onder een afdak in de schaduw gezet. Binnen de kortste keren krioelt het van de kinderen om ons heen. Dan horen we een enorm, aanhoudend gekrijs. Twee vrouwen slepen een tegenstribbelend kind met zich mee. Het is Alex, een dove jongen van zeven jaar. Hij heeft nog nooit een blanke gezien en kijkt ons angstig aan.

Oma zorgt voor Alex. Ze is drankverslaafd. Moeder is er met een andere man vandoor. Vader is geestelijk gehandicapt en verblijft elders. We nemen een paar foto’s en als Alex de plaatjes ziet, is hij zo verbaasd dat hij zijn angst even vergeet.

We gaan verder de binnenlanden in. Verbazing over een schurende bodemplaat van de auto over de grond is er allang niet meer. In een gehucht stoppen we. Het laatste stuk lopen we. Een hele schare kinderen komt achter ons aan. Het doet denken aan de rattenvanger van Hamelen. Als we ons omdraaien om een foto te maken, weten de meeste kinderen niet hoe snel ze zich uit de voeten moeten maken.

Bij ons doel aangekomen wacht ons eenzelfde tafereel. Een overstuur zijnde dove jongen wordt huilend opgebracht door zijn moeder. Hij durft ons nauwelijks aan te kijken. Ook hier horen we dat hij nog nooit een blanke heeft gezien. Andrew Is negen jaar. Hij heeft zes broertjes en zusjes. Moeder staat er alleen voor.

Op de terug weg gaan we langs Judith, het dove meisje dat dankzij het Lejofonds vorig jaar naar een dovenschool in Kampala is gegaan. Judith verblijft bij haar tante die zelf zeven kinderen heeft en aan de drank verslaafd is. Judith voelt zich daar niet op haar plaats. Er zijn al verschillende pogingen ondernomen haar elders onder te brengen, helaas nog zonder succes. Judith is dolblij als ze ons weer ziet. De communicatie blijft beperkt, maar de lichaamstaal zegt veel. Tante komt nog met een paar rekeningen van vorig jaar aanzetten. Dat kan niet want alles is al betaald. We zullen naar Kampala reizen om dit met de school te bespreken.

’s Avonds laten we alles nog eens de revue passeren. Deze dove kinderen moeten naar school. Door binnengekomen donaties is het niet moeilijk dat besluit te nemen. Ook hier betaalt het Lejofonds het schoolgeld voor het eerste jaar. Via het geitenproject moeten inkomsten komen voor de volgende jaren.

En dat betekent dat we de volgende dag weer een paar uur in het hok van Henriette doorbrengen om o.a. de verschillende materiaallijsten door te nemen. Er valt weer heel wat te winkelen. We raken bekend bij de middenstand van Mukono.